STAPPERLOOT

STAPPERLOOT

Stadswandelingen langs plaatsen met een verhaal

Quartier Latin – deel 1

Wandelroute QUARTIER LATIN deel 1

START MONUMENT DE HAND
Meir, ter hoogte van de Diesel Store.

Kom je met de trein dan kun je een tram nemen in premetrostation ‘Diamant’. Kies het perron voor richting Linkeroever en neem daar de tramlijnen 2 of 15 richting Linkeroever. Reeds bij de tweede halte ‘Meir’ stap je uit en neem je de roltrap naar boven. Aan de overzijde van de Meir zie je dan een standbeeld, of noem het maar een ligbeeld.
Kom je met een streekbus van De Lijn, dan stopt die op de
Franklin Rooseveltplaats. Dan ga je te voet eerst linksaf de Frankrijklei op. Zodra je aan je rechterhand het standbeeld van David Teniers ziet, ga je daar rechtsaf via de Leysstraat, die overloopt in de Meir. Wandel deze winkelstraat verder af tot je bij het beeld van de Hand komt.
Wie met de auto komt gaat vanaf de leien rond de oude stad naar de
parking onder de stadsschouwburg op het Theaterplein. Vandaar linksaf via de Meistraat en de Kolveniersstraat naar de Meir en die naar links volgen tot aan de Hand.

DE HAND
Meir.
Daar ligt hij dan, hét stadssymbool, die grote hand als een zitbank voor wie moe is en klauterstek voor kinderen. Volgens de legende is Antwerpen afgeleid van ‘handwerpen’. 

De reus en de Romein
Aan de Schelde woont reus Druwon Antigoon. Van iedere passerende schipper eist hij tolgeld. Wie weigert kapt hij een hand af en werpt die in de rivier. Een Romeinse legioensoldaat Silvius Brabo maakt aan die praktijk een eind door de reus zelf een hand af te hakken en hem meteen een kopje kleiner te maken. De plek waar dat gebeurde wordt bekend als handwerpen. Latere bewoners gaan daarom vertellen dat zij in Antwerpen wonen.

Nu is deze Hand niet speciaal voor Antwerpen gemaakt. Die is een onderdeel van het grotere monument L’Écoute van Henri de Miller, dat in Parijs naast de Saint-Eustachekerk ligt in de wijk Les Halles. Voor een groepsfoto is onze Hand wel een topper geworden.

Speciaal voor Nederlandse wandelaars: 
De straatnaam wordt niet uitgesproken als Meijer, maar als Mèèr, een wat lang aangehouden Franse zee … Niet als een korte ei dus.

Wandel richting wolkenkrabber die je recht voor je ziet. Blijf dichtbij het midden van de Meir, zo houd je wat afstand van enkele gevels aan je linkerhand en zie je die beter.

GENERAL BUILDINGS + EAGLE STARMeir 14 (JBC/Torfs) + Meir 12 (Springfield)
Nabij de middeleeuwse Handelsbeurs – diep weg in het smalle straatje aan de overzijde – ontwikkelt zich reeds vroeg het verzekeringswezen. Een traditie die zich voortzet tot in de 20ste eeuw, zoals je ziet aan deze gebouwen uit 1920 en 1923/’24 voor de verzekeringsmaatschappijen ‘General Accident Fire and Life Assurance Corporation Limited’ en Eagle Star.

Architect Alfred Portielje tekent de bouwaanvraag van General Buildings. Schrijver Willem Elsschot laat dit gebouw in zijn boek Lijmen/Het Been figureren als de ‘Compagnie Continentale d’Assurances Générales sur la Vie et de Rentes Viagères’ – in Vlaanderen was het Frans toen nog de voertaal van de betere klasse.
Het Eagle Star hoekpand is ontworpen door het architectenduo Jan Van Riel en Eduard Ceurvorst in een soort Beaux-Artsstijl. Als sierstuk is er een koepel op de afgeronde hoek, waarop een bronzen arend neerstrijkt dankzij beeldhouwer Arthur Pierre. In de deurwaaiers de initialen ‘E S’ van de Eagle  Star.

Waar nu het verkeer zich in een knoop wurmt, begint de Meirbrug.

MEIRBRUG
Een eeuw geleden was het hier veel rustiger. Begin 16de eeuw is er nog een echte gracht met een brug met in het midden daarvan een ijzeren kruis. Ter herinnering aan dit kruis zie je voor je op die-wolkenkrabber, rechts op de zevende verdieping tegen de middentoren, een groot kruisbeeld met een Mariabeeld van de Fransman Rogier de Villiers. Meteen het grootste en hoogste van heel Antwerpen.

BOERENTOREN
Meirbrug – Eiermarkt – Schoenmarkt 3.
Een bombardement aan het begin van de Eerste Wereldoorlog veroorzaakt hier een lege plek in het stadslandschap. Die wordt heel wat jaren later, in 1928, gekocht van het Antwerpse stadsbestuur door de Algemene Bankvereniging uit Leuven. In volle crisistijd laat die hier tussen 1929 en 1932 de eerste wolkenkrabber waarin gewoond wordt optrekken rond een stalen geraamte door het architectenduo Jan Van Hoenacker en Emile Van Averbeke. Foto’s tegen de gelijkvloerse gevels geven nog een indruk van die bouw. Als aannemer treedt de Willebroekse SA Dumon & Vander Vin op. Hoewel voor de stalen constructie werd gedacht aan L’Atelier de Construction uit Willebroek. Dat had ervaring met stalen bruggen over de Willebroekse Vaart, maar niet met hoogbouw en daarom is die stalen constructie uitgevoerd door het Duitse Demag uit Duisburg.

Bank-, winkel- en woontoren
De Leuvense bankvereniging  gebruikt slechts een klein deel van het toen 87 meter hoge gebouw. De rest wordt verhuurd als kantoor of woning. Boven de hoofdingang is er een als Chinese salon ingerichte tearoom van Cuperus en het platte dak aan de lagere linkerzijde van de toren wordt gebruikt als terras. Helemaal bovenin geeft een panoramazaal uitzicht op de stad.  Oorspronkelijk bevond die zich onder een groot waterbassin dat voor het drinkwater in de toren zorgt en ook als waterreserve bij een eventuele brand. Omdat de bank eigendom was van de Belgische Boerenbond wordt al snel dit gebouw aangeduid als de Boerentoren en die naam draagt het nog steeds. Een tijdlang is dit de hoofdzetel van de KBC-bank geweest en in 1976 laat die de toren nog wat verhogen tot 97,75 meter, waarbij er een nieuwe panoramazaal komt, nu boven het waterreservoir. Onderin komen er dan winkels. De hele vleugel langs de Eiermarkt was er niet in 1932, maar dateert pas van 1970.  

Na het vertrek van de KBC is het hele bouwblok verkocht aan de Antwerpse ondernemer Fernand Huts, die er grootse plannen mee heeft. Zo wil hij een museum in onderbrengen om er een deel van zijn eigen kunstcollectie te tonen, die onder meer een dinosaurusskelet omvat.  Ook het vroegere openlucht terras op de zijkant zou hersteld worden. Intussen is een grote operatie om het asbest dat in de toren gebruikt was te verwijderen afgerond en kan het interne skelet soms worden bezocht. Maar dat houdt heel wat trappen lopen in, want de oude liften zijn reeds verwijderd.

Op de Meirbrug linksaf, zo kom je op de Schoenmarkt.

Bekijk nog even de reliëfs op halve hoogte op de Boerentoren. Ze gaan over landbouw en veeteelt, je ziet dieren en gewassen, alles verwijzend naar die bank voor de boeren.

Blijf aan de linkerzijde wandelen totdat je ook links de Schrijnwerkersstraat tegenkomt. Sla die in en wandel rustig verder langs dit winkelstraatje. Rechts kom je langs een wafelhuis.

DÉSIRÉ DE LILLE
Schrijnwerkersstraat 16.
Hier wordt een speciale stroopwafel geserveerd, de lacquemant. Een uitvinding van de op 12 februari 1885 in Luik geboren Désiré Smidts. Hij gaat in Parijs in een patisserie werken, maar komt later naar Antwerpen in de hoop daar een baan te vinden in de zeehandel. Als dat niet lukt wordt hij kelner bij Lacquemant, een Lillese kermisfrituur, die op de Antwerpse Sinksenfoor (Pinksterkermis) staat. Daar bedenkt hij zelf in 1903 een in de lengte doorgesneden wafel, gevuld met door hem zelf samengestelde stroop.  En hij noemt zich voortaan Désiré de Lille, naar de stad waar de kermisattractie waarbij hij werkt vandaan komt.

Hij blijft zijn wafels verkopen op de kermissen van Brussel en Lille, maar vooral op de Oktoberkermis van Luik kennen ze een reusachtig succes. Nadat hij met de kermisfamilie verder is gereisd naar Parijs en San Malo, waar hij zijn vrouw Louise leert kennen, opent Désiré uiteindelijk zijn eigen zaak in Luik. Zijn speciale stroopwafels noemt hij naar zijn vroegere werkgever: lacquemants.

Zijn nazaten staan nog steeds op kermissen, maar hebben ook vaste wafelhuizen in grotere steden, zoals hier in Antwerpen. Omdat je zo’n wafel op een kermis onderweg wilt opeten, worden ze daar  in een papieren hoorntje geserveerd.

Aan het eind van de straat kom je langs een

CALVARIEBERG
Schrijnwerkersstraat.
Deze calvarieberg uit 1710 – tel de Romeinse cijfers maar op – vervangt een alleenstaand kruisbeeld met lantaarn op een brug die hier over de vestinggracht van de tweede stadswal lag. Dat water stroomt er nu via buizen onderdoor, maar is niet langer zichtbaar.
In de Franse tijd wordt alles dat naar de katholieke godsdienst verwijst verwijderd, maar deze calvarie is  opnieuw geplaatst in 1814.Christus en zijn kruis zijn polyester kopieën van de originele beeldhouwwerken, Maria links en evangelist Johannes rechts zijn wel oorspronkelijk, net als beide knielende engelen. Zo’n calvarieberg werd onderhouden door de buurtbewoners, die ook zorgden dat in de lantaarn op de brug een olielamp brandde.

Naar verluidt is op een donkere avond op die brug de Fransman Christoffel Plantijn overvallen, waardoor hij gewond raakte aan zijn hand en niet langer het vak van boekbinder kon uitoefenen. Daarom is hij drukker geworden met als nalatenschap het beroemde Plantijn-Moretusmuseum aan de Vrijdagmarkt.

Neem even een kijkje aan de achterzijde van deze calvarieberg. 

DE WILDE ZEE
Zo wordt deze winkelwandelwijk genoemd en hier zie je waar die naam vandaan komt. Een waterloop van links naar rechts duidt aan hoe hier de stadsgracht vanaf links naar de Schelde rechts liep. Bij het gele kruisje links sta je nu zelf en zie je dat de stadsgracht een stompje knik naar boven maakt, in feite dus naar links richting Wiegstraat. Bij vloed stroomt het water van de Schelde de gracht in, om er met eb weer deels uit te stromen. Bij dat instromen zorgt die knik in de stadsgracht dat het water hier nogal  wild klotst en zo ontstaat dus de naam Wilde Zee.

Ga even terug naar het pleintje waar vier straten samenkomen. Op de hoek van de Groendalstraat en de Korte Gasthuisstraat zie je een Neuhaus-pralinewinkel.

Voor Nederlanders: er wordt in België niet over bonbons gesproken, zeg dus pralines.

NEUHAUS – DE UITVINDER VAN DE PRALINE
Korte Gasthuisstraat 1.
Een Zwitserse apotheker Jean Neuhaus vestigt zich in 1857 in de Brusselse Koninginnegalerij. Omdat medicijnen vaak niet zo lekker smaken, gaat hij die omhullen met chocolade. Hij is naast medicijnen ook al fijne confiserie gaan maken.

In 1912 geeft Jean zijn passie voor confiserie door aan zijn kleinzoon Jean junior. Die vervangt de medicijnen door een lekkere vulling en creëert daarmee de eerste Belgische praline. Die lekkernij verkoopt hij aanvankelijk in een puntzak, maar daardoor worden de pralines enigszins samengedrukt en het presenteert niet echt smakelijk. Zijn vrouw Louise Agostini bedenkt daar een oplossing voor: het enigszins langwerpige pralinedoosje, ballotin genoemd, dat nu nog steeds wordt gebruikt door chocolatiers.

Praline
De naam praline is dan weer het idee van kok Clément Jaluzot, die in suiker gebrande amandelen serveert aan zijn baas, de Franse maarschalk Du Plessis-Praslin, die tussen 1598 en 1675 heeft geleefd. En diens tweede naamdeel gebruikt Clément als naam voor zijn lekkernij.

Wandel verder door de Korte Gasthuisstraat, een verkeersvrije winkelstraat.

IITTALA
Korte Gasthuisstraat 24.
Hier was ooit de chique interieurzaak van François en Charles Franck gevestigd.François heeft een schilders- en behangerszaak in de Kuipersstraat en bouwt die samen met zijn twee jaar oudere broer Charles uit tot een meubel- en decoratiezaak voor de rijkere burgerij. Bijgestaan door de Mechelaar Frans Bruylants maken ze onder meer eigen stoelen in een beperkte oplage van twee à drie stuks, steeds voorzien van een fabricagenummer. Bovendien beschikt François over een grote overredingskracht, waarmee hij klanten kan overtuigen hun hele woning te laten inrichten in Franck-stijl:  zijdebehang, Japanse lak en parelmoer. En graag ook met zijn exclusieve meubels. De rekeningen zijn dus navenant hoog.                                                            Vandaar deze anekdote: Na een nieuw gebouwde woning volledig te hebben gestoffeerd vraagt François aan de eigenaar of die misschien nog een brandkast wenst te hebben. De zeer rijke heer antwoordt glimlachend: “Meneer Franck, als ik al uw rekeningen zal hebben betaald, heb ik geen brandkast meer nodig.”                     
Dit winkelhuis loopt achteraan door tot in de Everdijstraat. Daar komen we terug op deze bijzondere Antwerpenaar.

Even verderop:

GEBOORTEHUIS ACTEUR MATTHIAS SCHOENAERTS
Korte Gasthuisstraat 30.
Hier op de tweede verdieping heeft Mathias Schoenaerts zijn eerste kinderjaren doorgebracht met zijn moeder Dominique Wiche, terwijl zijn vader Julien daar ook regelmatig langskwam. Samen met zijn vader zou hij op iets latere leeftijd al op de theaterplanken staan in de titelrol van ‘De Kleine Prins’ naar het boek van Antoine de Saint-Exupéry. Matthias’ filmdebuut als acteur vindt plaats in 1992, als Wannes Scholliers in de film Daens van Stijn Coninx, het begin van een hele reeks rolprenten. Vandaag woont hij iin het Limburgse Pelt,

Daarnaast is Schoenaerts bekend als graffitikunstenaar onder het pseudoniem Zenith. Zo is werk van hem is te zien in Oostende: ‘Thinks Outside The Box’ (2017 – de titel in grote kleurrijke letters) en ‘Fallen Power’ (2020 – een onthoofde koning Leopold II op een paard, symbool van zijn Congo-politiek). In 2026 is hij curator van 'The Crystal Ship, het Oostendse streetartfestival. Zijn eigen zelfportret is te zien in Charleroi op een schutting in de Chemin de Halage naast de Sambre.

Waaar rechts de Everdijstraat uitkomt in de Korte Gasthuisstraat zie je aan je linkerhand:

BAKKERIJ GOOSSENS
Korte Gasthuisstraat 31.
Een zeer klein winkeltje, maar ongetwijfeld de bekendste bakker van Antwerpen. Verbaas je dus niet wanneer je een hele rij klanten buiten voor de winkeldeur ziet aanschuiven, behalve op zondag, dan is de zaak gesloten – heel opmerkelijk voor Belgische bakkers.
Ook hier een anekdote: Vroeger zouden hier vaak fotografen van de  Russische krant de Pravda gesignaleerd zijn. Hun foto’s moesten bewijzen dat ook in het Westen de mensen in rijen voor de winkels stonden aan te schuiven.

Roggeverdommeke
Een speciaal rozijnenbroodje dat hier wordt verkocht is het roggeverdoemeke. Dat heeft alles te maken met de in 1375 geboren Nederlandse koopman Pieter Pot. Hij verkent een flinke brok van de wereld aan boord van een schip en belandt daarbij ook in Syrië. In de wolhandel met dat land vergaart hij een fabelachtig fortuin. Voor u kan het verbazen, maar voor Antwerpenaren spreekt het vanzelf dat als zo’n bereisd man in 1415 Antwerpen ontdekt, hij meteen tot de conclusie komt dat deze stad het beste plekje is om zich te vestigen. In 1418 doet hij dat samen met zijn vrouw Maria Terrebroodts in wat nu de Grote Pieter Potstraat heet.
In 1433 richten ze bij hun woning een bidkapel op, waaraan een eigen kapelaan wordt verbonden, die elke woensdag aan de armen een brooduitdeling mag doen. Pieter stelt daarvoor graag zijn graanschuren beschikbaar, want graan heeft hij ruimschoots. Pieter bezit heel wat grond in de omgeving van Antwerpen en verder weg in Zeeland. Hij is zelf intussen verhuisd naar en wat ruimer optrekje in Edegem.Voor bajesklanten die opgesloten zijn in het Steen – een bescheiden burcht aan de Schelde – wordt hun strafregime wat verlicht doordat hen op tijd en stond een roggebroodje van Pieter wordt aangereikt. Dat is dus ons roggeverdoemeke. Je kan het zelf bij deze bakker kopen, nu zitten er zelfs krenten in.

Enkele stappen verder zie je aan de rechterzijde een beeldje.

Den DEUGNIET    
Dit bronzen beeldje is zowat de tegenhanger van het Brusselse ‘Manneken Pis’. Eronder staat een liedjestekst van de Antwerpse volksliedzanger John Lundström. Onze Deugniet heeft duidelijk schijt aan de burgerlijke Sinjoor, zoals de bijnaam van de Antwerpenaren luidt. Maar zijn gatje glanst van het erover wrijven, want dat brengt geluk.

Het beeldje is in 1976 gemaakt door Luc Verbeke en hier op 2 juli 1997 geplaatst. Een vereniging ‘Den Deugniet’ zorgde ervoor dat het ventje regelmatig een nieuw op maat gemaakt kostuumpje kreeg, in navolging van zijn Brusselse broertje, maar daar lijkt toch wat de klad in gekomen te zijn. Nog dit: treft u een lege sokkel aan, dan is Den Deugniet weer eens voor korte of langere tijd ontvoerd.

 Wie deze wandeling wil inkorten wandelt hier rechtdoor en komt zo in de       Lange Gasthuisstaat. Daar kan je weer aansluiten bij deze wandelroute.