STAPPERLOOT

STAPPERLOOT

Stadswandelingen langs plaatsen met een verhaal

Quartier Latin – deel 2

Wandelroute QUARTIER LATIN deel 2

Zet enige stappen terug in de Korte Gasthuisstraat en sla tegenover bakker  Goossens links de Everdijstraat in. Aan je rechterzijde zie je vlak naast huisnummer 49 een fraaie poort. Dat is de vroegere toegang tot de binnenplaats achter de IITTALA-winkel waar voorheen de interieurzaak van de gebroeders Franck was gevestigd. Het volgende huis was zijn woning.

WOONHUIS FRANÇOIS FRANCK
Everdijstraat 43.
Zoek naar een koperen plaat aan de gevel met de tekst: “In dit pand woonde en werkte verzamelaar en mecenas François Franck (1872-1932) bezieler van de vereniging Kunst van Heden.”
François beperkt zich niet tot luxueuze huisinrichting, hij doet ook heel wat voor kunstenaars. Zo huurt hij in de Falconrui (nabij het Bonapartedok) de kapel van het Godshuis Lantschot, eerst als meubelopslagplaats, maar al spoedig krijgt hij het idee daar iets met kunst te doen. Samen met anderen richt hij de vereniging De Kapel op. Dat wordt een ontmoetingscentrum voor schrijvers, schilders en politici waar van gedachten wordt gewisseld over artistieke, filosofische en politieke ideeën, vaak met een anarchistische inslag. Heel wat bekende personen komen er lezingen geven, zoals schrijvers Emilie Verhaeren, Stijn Streuvels, Frederik van Eeden en architect Henry van de Velde. Op donderdagavonden komen ze daar samen, zowel intellectuelen als handarbeiders. Naast die samenkomsten zijn er tentoonstellingen van schilderijen.

Auguste Rodin en James Ensor
Als in 1930 voor de derde maal een Wereldtentoonstelling in Antwerpen plaatsvindt, heeft ‘Kunst van Heden’ daar een eigen paviljoen. En opnieuw is het François Franck die ervoor zorgt dat het Antwerpse museum een afgietsel krijgt van Auguste Rodins bronzen beeld van de Franse schrijver Honoré de Balzac, vandaag te bewonderen in het Middelheim Beeldenpark.
Wanneer François Franck in 1903 in 1903 James Ensor ontmoet, leidt dat tot een grote bewondering voor diens werk en François zal dan ook zijn hele leven een van de belangrijkste sponsors van James Ensor blijven.Helaas is François’ einde niet enkel onverwacht, maar ook weinig spectaculair. Op 23 maart 1932 tijdens een wandeling in Oostende over de zeedijk met zijn kleinkinderen stapt François achteruit om een groepsfoto te maken. Hij valt en komt met zijn hoofd ongelukkig op de dijkhelling terecht. Na een zeer druk bijgewoonde mis wordt hij bijgezet in het familiegraf op het Schoonselhof, het bekendste Antwerpse kerkhof vol bijzondere graven en monumenten.

Meteen door naar het volgende huis met de witte ramen en deurlijsten.

WOONHUIS Dr.JAN MANIEWSKI                               Everdijstraat 41.
Janos Maniewski was de kleinzoon van schrijver Willem Elsschot, wiens dochter met deze Pool was gehuwd. Als grootvader Elsschot op een dag met de kleine Janos in de tuin aan het wandelen is ziet hij enkele mussen op het gazon hippen. Vanaf dat moment noemt hij zijn kleinzoon Tsjip en dat zal ook de titel van het boek worden waarin hij deze familiegebeurenissen beschrijft. Na de Tweede Wereldoorlog komt daarop nog het vervolg 'De Leeuwentemmer', dat doorgaans samen met ‘'Tsjip’ wordt gebundeld.

Even verder kom je bij:

SINT-JORIS (nu Monar)
Everdijstraat 35 rechts - Kinderziekenhuis Louise-Marie

Hadden we het tot nu toe veel over mannen, hier komt een vrouw ons verhaal binnenwandelen. Ongehuwd, maar niet onbemiddeld en met vooral een stevig doorzetters karakter:
Constance Teichmann.
Zij gaat van zorg voor de zwakkere medemens haar levensvulling maken. IIn 1844 richt ze de Société des dames de la Charité, een groep vrijwilligers die zieken en armen thuis bezoekt. Om geld bijeen te krijgen voor daadwerkelijke hulp organiseren deze dames uit de betere kringen vanaf 1845 concerten, waarbij Constance soms zelf optreedt als zangeres, want zij heeft een uitstekende sopraalstem.
Louise-Marie            
Maar haar vele activiteiten beperken haar huisbezoeken aan zieken en armen. Haar oplossing is de oprichting van een specifiek kinderziekenhuis, aanvankelijk aan de toenmalige Sint-Jorisvest - vandaag Tabaksvest. Daar worden 30 kinderen gratis verzorgd door vier gasthuiszusters en 29 vrijwilligers met dokter Claude-Louis Sommé als eerste arts. Op 6 augustus 1851 staat koning Leopold I toe dat dit kinderziekenhuis de naam van zijn vrouw krijgt, Louise-Marie.
Het succes noodzaakt al spoedig om naar een ruimer gebouw uit te kijken en dat wordt hier aan Everdijstraat 35 gevonden. Vanaf 17 september 1851 worden hier zo'n 30 kinderen verzorgd door vier zusters en dertig vrijwilligers. Als er in 1877 opnieuw naar een groter pand wordt verhuisd, laat Constanc dit hele pand verbouwen tot katholieke middelbare meisjesschool, waarvan je achter de Monarwinkel nog twee parellelle vleugels van vroegere klaslokalen ziet, verbonden door een door een doorgang met een glazen kap.
In 2014 is het gebouw gerenoveerd tot winkels, vier studio's en acht appartementen.

SINT-JORIS (nu Monar)
Everdijstraat 35 links - Atelier Cornelis Floris de Vriendt
tWie kent hem niet, de bouwer van het Antwerpse stadhuis?  Cornelis Floris de Vriendt koopy dit pand in 1549. Hij is dan 35 jaar en gaat hier zowel wonen als er zijn werkplaats van maken. Het linkse deel met drie raampartijen was zijn woonhuis. Onderaan was er destijds op de plaats van het middelste en rechter raam een grote poort, de voordeur.
Vensterlijsten in blauwe hardsteen dragen steenhouwersmerken van Anthoine Hanicq en Grégoire Boulle, de eigenaars van Waalse steengroeven in Feluy, Arquennes en Ecaussines.
Cornelis werkt in zijn atelier soms met tientallen medewerkers. Zelf maakt hij de ontwerpen en zoekt de juiste steensoorten uit. We mogen ervan uitgaan dat hier in 1552 de vele delen voor de hoge sacramentstoren van de Leonarduskerk van Zoutleeuw zijn gemaakt. En dat heel wat onderdelen van het Antwerpse stadhuis tussen 1561 en 1564 hier gerealiseerd werden. Het doxaal van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal uit Doornik in 1574 moet een van Floris' laatste werken zijn geweest, want hij overlijdt op 20 oktober 1575 in zijn geboortestad. In het Parijse museum Cluny is Cornelis' schoorsteenmantel terechtgekomen met daarop zijn wapen en de afbeelding van Scaldis (Schelde) als godin. 

GEKROONDE MARIA                                                                Aan Cornelis Floris gevel.
Antwerpen telt veel Mariabeelden en dat is geen toeval. Al tijdens de Spaanse tijd worden ze opgehangen aan gevels, vaak op straathoeken en zoals ook hier voorzien van een lichtarm. Zo had je meteen straatverlichting.                Wanneer in 1566 de Beeldenstorm opsteekt tegen de macht van de Roomse Kerk, worden veel Mariabeelden vernield. Maar vanaf 1585 voert de katholieke Kerk een politiek van herkerstening, de Contrareformatie, daarin gesteund door het Spaanse vorstenpaar Albrecht en Isabella die dan over de Spaanse Nederlanden regeren. Veel protestanten verlaten Antwerpen in die jaren en er worden nieuwe beelden gebeiteld.
 Franse Revolutie                     
 Maar als in 1795 revolutionaire Fransen dit land annexeren, vaardigen zij op 25 september 1797 een verordening uit dat alle beelden afgebroken moeten worden. Opnieuw verdwijnen talrijke beelden, dikwijls door huiseigenaren zelf van hun gevel gehaald en in huis verborgen. In 1814, na de nederlaag van Napoleon bij Waterloo, koimen ze opnieuw tevoorschijn. Vandaag probeert de vereniging 'Voor Kruis en Beeld' de resterende exemplaren in stand te houden door ze officieel te beschermen en zo mogelijk te restaureren. 

 Weer even verder kom je aan:

HERENHUIS HAGELSTEEN
Everdijstraat 31.

Een meermaals gerestaureerd huis dat in 1880 zijn derde verdieping heeft gekregen. Achter de poort naar een binnenplaats ligt een rondboogarcade met Toscaanse zuilen. Binnen zijn er restanten van 18de-eeuwse rococoplafonds, versierd met schelpen, druiventrossen en ranken. Helaas zie je daar van buitenaf niets van. Maar hier heeft iemand met een verhaal gewoond.
CORNELIS II LANTSCHOT
I
n 1621 wordt dit huis gekocht door Cornelis, telg uit een van oorsprong Nederlandse familie, geboren op 10 februari 1572 in Steyl, nabij Venlo. Hij stort zich als koopman en financier succesvol in zaken. Hij gaat eerst in de nu in Frans-Vlaanderen gelegen stad Atrecht (Arras) wonen om van daaruit zijn belangen in Antwerpen te behartigen. Als hij rond 1640 rijk is geworden settelt hij zich in Antwerpen in het Huis Roose aan de Meir, waar vandaag het Paleis-op- de- Meir zich verheft.
Bij zijn overlijden op 26 april 1656 blijkt hij bij testament geld te hebben voorzien voort de oprichting van een godshuis voor opvang en verzorging van twaalf gebrekkige oude mannen, 'die met goede naam en faam geleefd hebben' stipuleert Corneel uitdrukkelijk.Zijn Godshuis Cornelis Lantschot verrijst aan de Falconrui en omvat ook een binnenplaats en een kapel. Je hebt intussen gehoord hoe die kapel later gebruikt wordt voor samenkomsten van kunstenaars doot 'Kunst van Heden'.

                      "Men wint de hemel met gewelt"

Ga eens kijken in de Sint-Jacobskerk bij die kapel van de Zoete Naam Jezus. Op het grafmonument van Cornelis II Lantschot zie je daar een gedenksteen met een la,ng grafschrift. De laatste twee regels zijn de meest gelezen tekst in heel die kerk: "Men wint den hemel met gewelt/of is te koop met kracht van geldt". Klinkt hedendaag bezitterig, maar Corneel gaf vooral zijn geld uir aan goede dielen. Hij heeft zich 'doodgedeeld' kan van hem worden gezegd.

Oorsprong van een Nederlandse bank?
Een nazaat en naamgenoot van Cornelis van Lantschot rbegint in 1737 in 's-Hertogenbosch een handel in koloniale waren - koffie, thee, suiker, kandij en rijst - die hij aankoopt bij de Verenigde oost-Indische Compagnie. Die handels in koloniale waren zijn voorlopers van onze supermarkten. Wat later legt Cornemlis zich toe op financiële producten als obligaties. Zijn nazaten stichten in 1799 de Nederlandse Bank van Lanschot, vandaag actief als private beleggingsbank voor een welstellend publiek. Hoewel er dus geen rechtstreekse band met de Antwerpse Cornelis Ii bestaat, verwijst die bank graag naar onze rijke Cornelis als min of meer hun stichter. 

Je kan er niet naast kijken, dus nu iets over die hoogbouw links.

POLITIETOREN – Administratief Centrum
Everdijstraat en Oudaan 15.
In 1947 wordt Lode Craeybeckx burgemeester van Antwerpe. Twee jaar later stelt hij een driejarenplan op voor dringende openbare werken. Voor de stadsdiensten moet je tot dan toe naar allerlei ver uit elkaar liggende gebouwen. Daarom zal er een administratief centrum komen waarin  het hele ambtenarenapparaat gehuisvest wordt. Dus zowel  interne efficiëntie als betere bereikbaarheid voor de burgers. Maar dat wordt een lang verhaal zoals je hieronder kan lezen (of overslaan).
           
Van Cité naar Administratief Centrum
De keuze voor de nieuwbouw valt op een terrein tussen de Oudaan en de Everdijstraat. Daar is sinds 1840 onder de naam Cité een overdekte vleesmarkthal met nog andere winkels actief geweest. Dat Cité-terrein is al  stadsbezit, dus geen hoge onteigeningskosten.
Twee jonge docenten van het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw, Renaat Braem en Maxime Wijnants, mogen dat nieuwe Administratief Centrum ontwerpen. Het zal de hele linkerzijde van de Everdijstraat gaan innemen, tussen Korte Gasthuisstraat en het kerktorentje wat verderop.

De functionele stad
Renaat Braem heeft al internationale ervaring opgedaan. Na zijn studie bouwkunst wint hij in 1935 de Godecharleprijs: een geldsom voor een verblijf in het buitenland. Renaat besteedt dat bedrag aan een stage bij de Frans-Zwitserse architect Charles-Édouard Jeanneret-Gris, algemeen bekend als Le Corbusier. Die is een van de drijvende krachten achter het grote internationale architectuurplatform  Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM). Een belangrijk idee van dat CIAM is de functionele stad: functies wonen, werken en recreatie van elkaar scheiden, maar via verkeerswegen met elkaar verbinden.

Veel voorstellen, veel wijzigingen
Voor het op te richten Administratie Centrum worden liefst veertien voorstellen geformuleerd. Al In september 1950 leggen Braem en Wijnants het volgens hen meest gunstige voor aan het stadsbestuur. Maar de stadsdiensten tekenen verzet aan, waardoor pas in juni 1951 de opdracht voor de bouw wordt vastgelegd. Op een definitief bouwplan is het wachten tot 1957.
Stel je het oorspronkelijk idee even voor:  een gebouw met twee torens, één hoge van zestien verdiepîngen nabij de Lombardenstraat en een lagere bij de Korte Gasthuisstraat, verbonden door een laagbouw van vier verdiepingen. 
Door al dat uitstel valt een toelage van het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw weg. Het Antwerpse stadsbestuur moet de bouw zelf financieren, hetgeen leidt tot een afgeslankt ontwerp. Uiteindelijk vindt de eerste steenlegging plaats op 9 oktober 1958, de ruwbouw van de hoogste toren raakt eind juli 1960 af. Dan wordt de werf vier jaar stilgelegd.
Na hervatting in november 1964 wordt najaar 1966 de hoogste toren voltooid en meteen door het stedelijk politiekorps in gebruik genomen, de 76 meter hoge Politietoren is daarmee een feit
Intussen hebben Braem en Wijnants niet stilgezeten. Ze leggen al in maart 1961 hun plannen voor de rest van het Administratief Centrum voor aan het stadsbestuur. Maar dat richt nog een commissie op die de huisvestingsnoden van de diverse stadsdiensten in kaart moet brengen. Wat blijkt? Veel stadsdiensten hebben inmiddels al een nieuwe locatie gevonden en door de groei van het ambtelijke apparaat heeft het stadsbestuur reeds afgezien van de beoogde concentratie op één locatie, die ook door de toename van het autoverkeer niet ideaal is in de nauwe binnenstad.
De Bijenkorf
In april 1967 wordt het project voor een AdministratiefCentrum definitief afgevoerd. Bouwpromotor Marcel Peeters mag een ondergrondse parking aanleggen en op het niet meer gebruikte terrein een winkelcentrum met studio’s bouwen, door het publiek ‘De Bijenkorf’ genoemd. Nu recent ook de stedelijke politie naar de Lange Gasthuisstraat is verhuisd, staat zelfs die ene toren helemaal leeg. Projectontwikkelaar Winvest mag er een invulling aan geven, wellicht als hoofdkantoor van havenbedrijf Exmar, een tankerrederij.

Kijk intussen naar dat mooie slanke kerktorentje verderop, terwijl je de Lombardenstraat oversteekt naar het tweede deel van de Everdijstraat. Let bij winderig en regenachtig weer op je paraplu of je kan hem meteen hier in de vuilbak gooien. 

LOMBARDENSTRAAT
Deze straat is niet spontaan ontstaan, maar in 1546 getrokken op de gronden ‘De Oude Lombaerd’ door Gilbert Van Schoonbeke. Een man waarover een boek geschreven kan worden. En dat is dan ook gebeurd, zelf diverse boeken. Gilbert was een 16de-eeuwse projectontwikkelaar, waarvan nog heel wat sporen in Antwerpen terug te vinden zijn. Als hij deze straat laat aanleggen is hij nog bescheiden bezig: opkopen van afzonderlijke gebouwen en gronden om daar straten over te trekken.Vandaag zie je een straat met brede trottoirs en het Sint-Lodewijksinstituut beheerst sinds 1964 de rechterzijde. Maar archeologisch onderzoek bij de heraanleg bracht fundamenten van huizen aan het licht onder een deel van de rijweg. Aanvankelijk was deze straat eerder smalletjes.
Hoe zit dat met die Lombarden?
Het gaat om Italianen uit Lombardije en vaker nog uit Piëmonte. Dankzij financiële kennis uit hun vaderland weten zij hoe internationale geldzaken geregeld kunnen worden. Naast betalingen over grote afstanden zijn transacties in verschillende munten belangrijk. Die Lombarden duiken eerst op bij jaarmarkten in de Franse Champagnestreek. Ze werken aan kramen op die markten. Een weegschaal en zakken munten staan op een tafel. Het Italiaanse woord voor een tafel is ‘banca’, daardoor spreken we vandaag over een ‘bank’ als het gaat over instellingen met geld als handelsactiviteit.
Eind 13de eeuw trekken de Lombarden naar grote steden overal in Europa waar handel tussen noord en zuid plaatsvindt. Ze vestigen zich in gebouwen en gaan ook krediet verlenen, doorgaans tegen een hoge rente.Naast hun gespecialiseerde kennis speelt ook de schaarste op de geldmarkt een rol en het feit dat christenen geen rente mogen vragen op leningen, zodat die dus zelf niet aan de geldhandel kunnen deelnemen.
Stilaan wordt ook aan minder bemiddelde burgers geleend voor kortere termijnen, waarbij een onderpand wordt gevraagd, bijvoorbeeld een sieraad, kledingstuk of interieurobject. Bij terugbetaling krijgt de ontlener dat terug. Wordt de termijn overschreden, dan kan de kredietgever het goed verkopen als aflossing en krijg je hooguit de eventuele meeropbrengst van die verkoop terug. De mensen spreken over ‘iets naar de lommerd brengen’. Maar lenen wordt toch een dure aangelegenheid, die zich hier aan de Lombardenstraat afspeelt.
Bergen van Barmhartigheid
Nu duikt Wenceslas Coberger op. Hij heeft in Italië gezien, dat daar de Staat zelf dergelijke leenbanken heeft opgezet onder de naam Montes de Piétates, letterlijk Bergen van Barmhartigheid. Daarbij gaat het om geldbergen waarbij de rentes voor het lenen veel lager liggen. Wenceslas stelt  onze vorsten Albrecht en Isabella voor hier ook zulke leenbanken op te zetten. Dat gebeurt dan in heel wat steden, in Antwerpen in een gebouw aan de Venusstraat nabij de Stadswaag.
Vandaag zijn die sociale leenbanken overal verdwenen.  Enkel in de Brusselse volkswijk de Marollen werkt nog steeds zo’n Berg van Barmhartigheid in de Sint-Gisleinstraat en daar wordt tegenwoordig weer drukker gebruik van gemaakt.

Ga nu verder de Everdijstraat in, maar sta meteen stil bij een kerkingang.

SACRISTIE SINT-AUGUSTINUSKERK
Everdijstraat.
Hier zie je het achterste gedeelte van de Sint-Augustinus-kerk. Binnen in de kerk zie je dat niet, het ligt achter het kerkkoor. De sacristie heeft hier een aparte toegang vanuit de Everdijstraat. Boven die toegangsdeur lees je
D.O.M. B. VIRGINI MATRI ET PATRI AVGVSTINO SACRVM

De eerste drie letters staan voor Deo Optimo Maximum – Aan de Opperste God. B(eatus). Virgini Matri – Gelukzalige Moeder Maagd (Maria) en Patri Avgvstino Sacrvm – Heilige Vader Augustinus. Sommige mensen hebben een wat kortere naam op hun deur staan, maar je weet hier tenminste waar je binnenstapt.
Ja, waar stapt je dan eigenlijk binnen? In een kloosterkerk, hier gebouwd tussen 1615 en 1618 als deel van het grote augustijnen-observantenklooster en goeddeels betaald door dat toemalige vorstenpaar Albrecht en Isabella. Architect Wenceslas Coeberger zou later voor datzelfde echtpaar nog de basiliek van Scherpenheuvel bouwen, het bekendste bedevaartsoord van Vlaanderen. Op de bijbehorende kloosterkerk komen we straks nog terug, hij wordt vandaag als muziekcentrum gebruik

Iets verder zie je links:

HIËRONYMUS – AUGUSTINUS – GREGORIUS
Everdijstraat 10-12.

Drie huizen die allemaal een heiligennaam dragen, voorafgegaan door een H. of een S. om hun status voor elkeen duidelijk te maken.
Hiëronymus dateert van rond 1582, hersteld in 1925 en genoemd naar één van de vier kerkvaders van de katholieke Kerk. Thans samengevoegd met nr.8, heeft het in plaats van een achtertuin een dakterras op het huisdeel dat enkel uit een begane grond bestaat.
Augustinus
en Gregorius, oorspronkelijk twee aparte panden, behorend bij de Sint-Augustinuskerk. Via hun namen vullen ze de kerkvaders aan .Een kerkvader is een geestelijke die tijdens zijn actieve leven veel heeft bijgedragen tot de inhoudelijke vorming van de geloofsleer van de Kerk. Zij dachten na, schreven over allerhande onderwerpen en gaven hun visie hoe de Kerk daar tegenover moest staan. Elk nieuw geloof roept immers vragen op over hoe het in de dagelijkse praktijk beoefend moet worden, hoe je houding als gelovige tegenover allerlei ideeën, gebeurtenissen en gebruiken dient te zijn.

Hiëronymus van Sidon
Geboren in 347 te Dalmatië gaat hij studeren in Rome, reist dan naar Antiochië, een grote stad in het oosten van het Romeinse Rijk, vandaag het Turkse Antakya. In die dagen na Rome de grootste van het Rijk waar veel handelsroutes samenkomen. Maar Hiëronymus trekt zich terug in een woest gebied buiten de stad, waar hij een tot christen bekeerde jood ontmoet, die hem Hebreeuws leert. De paus geeft hem opdracht een eigentijdse Bijbelvertaling te maken en hij doet dat in alledaags Latijn. Zo kunnen ook gewone geschoolde mensen die lezen. Uiteindelijk gaat Hiëronymus als kluizenaar in Bethlehem leven, waar hij in 420 ook sterft. Het belang van deze kerkvader is het doorgeven van Griekse en Joodse kennis aan het Westen.

Augustinus
Hij was bisschop van Hippo in Noord-Afrika en dacht veel na over de Drievuldigheid van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Bij hem hoort dan ook het verhaal van zijn strandwandeling. Hij ziet hoe een jongetje een emmertje zeewater schept ziet om dat in een op het strand gegraven putje te kieperen.
Augustinus: “Wat ben jij aan het doen?”
Jongetje: “Ik wil de zee in dit putje scheppen.”
Augustinus: “Dat kan toch helemaal niet!”
Jongetje: “Ik zal eerder de zee in dit putje krijgen dan dat jij het mysterie van de Drie-Eenheid zal doorgronden."

Gregorius de Grote
Levend tussen 540 en 604 en aanvankelijk prefect van Rome. Daardoor verantwoordelijk voor de ordehandhaving. Hij is van welstellende afkomst en treedt pas als geestelijke in bij de Roomse Kerk als zijn vader sterft. In die dagen wordt het Romeinse Rijk bedreigd door de Longobarden en de keizers hebben daar geen effectief antwoord op, het Rijk is in verval en er wordt honger geleden. Als paus treedt Gregorius op als een politicus. Hij zorgt met geld uit de pauselijke schatkist voor voedsel en legt politieke contacten. Ook neemt hij het initiatief om het christendom in Engeland bekend te maken door het sturen van missionarissen.
Pas in 1295, lang na zijn dood, wordt hij tot kerkvader benoemd. Maar de naam Gregorius doet vooral denken aan de typische kerkmuziek, het gregoriaans. Maar dat is geen vondst van hem, die muziek bestond al veel langer.

Verbouwingen
Al in 1916 laat de kerkfabriek van Sint-Augustinus een restauratie-ontwerp opmaken door architect Jan De Vroey voor deze drie panden. Maar het is nog volop Eerste Wereldoorlog, daardoor volgt uitstel.
In 1923 komt er een nieuw ontwerp van de architecten Vincent Cols en Jules De Roeck, maar enkel voor de ‘Heilige Hiëronymus’ en dat wordt dan ook in 1924 en 1925 uitgevoerd.Datzelfde architectenduo mag in 1928 nog eens aan de slag voor beide andere panden, de Sinten Gregorius en Augustinus. Die huizen blijken inmiddels zo bouwvallig, dat ze worden gesloopt en daarna helemaal opnieuw worden opgebouwd, wat al in 1929 gereed komt.
Voor die herbouw, met goedkeuring van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, is teruggegrepen naar het oude ontwerp van Jan De Vroey. Maar deze ‘oude’ gevels dateren dus uit de 20ste eeuw. Restaureren waarbij gestreefd wordt naar een ideale toestand zoals die ooit geweest kon zijn, was op dat moment nog gebruikelijk. Nu zou zoiets niet meer mogen. Want deze trapgevels waren in de 19de eeuw, dus lang vóór de restauratie, al veranderd in puntgevels, de muren waren bepleisterd – dus wit – en de ramen rechthoekig zonder kruiskozijnen. Deze huizen zagen er voor de restauratie uit als wat je nu ziet bij huisnummer 8. Ook de rondboogdeur van nr.10 is gereconstrueerd en heeft bovenaan een zogeheten diamantkop, een steen met een naar voren wijzende punt, in Antwerpen ook wel karbonkel genoemd.

Bekijk nu de huizen aan de andere kant.

DE STAD DUINKERKEN
Everdijstraat 13.
Wie wat hogerop naar deze gevel kijkt, ziet een hardstenen plaats waarop je leest: "In dit huis woonde Adriaan DE BROUWER Kunstschilder 1605-1638 bij Pauwel DU PONT Plaatsnijder 1603-1658"

Pauwel Du Pont, ook wel Pontius genoemd in de 17de eeuw, was een etser. Geboren in Antwerpen op 27 mei 1603 begint hij op zijn dertiende eerst schilderlessen te volgen, om vrij snel van idee te veranderen en over te stappen op etsen. Als leermeester had hij wel meteen de beste in dat vak, Lucas Vorsterman, de etser van Pieter Paul Rubens.

Ruzie met Rubens
Vorsterman was al op zijn 23ste bij Rubens aan de slag kunnen gaan, aanvankelijk tot zeer grote tevredenheid van de schilder, die dacht de jongeman naar zijn hand te kunnen zetten. Dat liep anders af, want als Rubens rond 1620 een soort copyright krijgt op reproductie, dus het afdrukken van zijn etsen, is Vorsterman het daar niet helemaal mee eens. Hij vindt dat de graveur in feite de ets realiseert, terwijl Rubens juist van mening is dat de ontwerper – hijzelf dus – het belangrijkste werk verricht en dus de grootste vergoeding toekomt. Het geschil tussen beiden loopt hoog op en er schijnt zelfs een handgemeen of aanval van Lucas op zijn opdrachtgever te zijn voorgevallen. In elk geval vertrekt Vorsterman in 1624 naar Engeland, waardoor Pauwel Du Pont zijn plaats kan innemen.

Van Lelie naar Duinkerken
De relatie met Rubens is zo goed, dat Pauwel bij hem inwoont tot 1631. Intussen is hij in 1627 ook opgenomen in het Sint-Lucasgilde als kopersnijder en in 1634 treedt hij ook toe tot de rederijkerskamer De Violieren. In 1638 wordt hij eigenaar van de gebouwen van de oude brouwerij De Lelie in de Everdijstraat.
Pauwel Du Pont vertrekt enkele jaren uit Antwerpen, maar keert in 1640 terug. Dan laat hij de oude brouwerijgebouwen slopen om hier in 1641 ‘De Stad Duinkerke’ neer te laten zetten, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.
Naast voor Rubens heeft Pontius ook gegraveerd voor Antoon van Dyck, Jacob Jordaens, Gaspar De Craeyer (de ‘Rubens’ voor wie de grote meester niet kon betalen, dus veel werken voor kleinere kerken), Titiaan en Diego Velázquez, kortom een lijstje dat het goed doet op je curriculum vitae. Maar wellicht was die grote bedrijvigheid voor Pauwel wel een noodzaak. De man is driemaal getrouwd geweest en hield daar drie zonen en vier dochters aan over. Jawel, 55 jaar lang een rijk gevuld leven dat eindigt op 16 januari 1658.

En hoe kwam A driaan de Brouwer hier terecht?

Van wandtapijten tot ‘Brouwerkens’
Als zoon van een Oudenaardse tapijtontwerper wordt In 1606 Adriaan (De) Brouwer geboren. Hij komt dus meteen in een kunstzinnig milieu terecht. Maar reeds in zijn jeugdjaren begint de beroemde Oudenaardse wandtapijtproductie te tanen. De familie besluit naar het Nederlandse Gouda te vertrekken, waar Adriaans vader opnieuw aan de slag kan in de tapijtnijverheid.
Adriaan legt contacten in het nabije Haarlem en is in de leer geweest bij Frans Hals, zelf een schilder met Antwerpse roots. Hals maakt een beetje misbruik van Adriaans talent, door hem doeken te laten schilderen die Frans zelf signeert en verkoopt als eigen werk. Brouwer wordt er dus niet rijk van. Hij vertrekt dan ook in 1626 naar Amsterdam, waar hij inwoont en werkt bij de Vlaamse schilder-herbergier Barend Van Someren.
Maar al na enige jaren keert Brouwer terug naar het zuiden, eerst naar geboortestad Oudenaarde, waar hij in 1630 de Schepenzaal (thans Trouwzaal) van het monumentale stadhuis decoreert met “De Vijf Zinnen”. Het jaar daarop naar Antwerpen, waar hij uitgebreide kroegentochten onderneemt en daar de kennis opdoet om later veel kroegtaferelen te kunnen schilderen, de zogenaamde ‘Brouwerkens’. Ook bekende  Brouwer-werken als ‘De Kaartspelers’, ‘De Drinkebroers’ en ‘Het Herberginterieur’ stammen uit die periode.
Mocht je de indruk hebben dat de carrière van Adriaan amper van de grond komt, niets is minder waar. Rubens behoort tot zijn fans en klantenkring en koopt zo’n 17 schilderijen van Adriaan. Ook Antoon Van Dyck knoopt banden aan met Brouwer en schildert diens portret. In het noorden bezat Rembrandt van Rijn zes ‘brouwerkens’, zoals zijn werken op tamelijk klein formaat werden aangeduid. En hij koopt later ook Brouwers schetsboek. Maar amper 33 jaar, sterft Adriaan in Antwerpen begin 1638 aan de pest en wordt op 1 februari van dat jaar in de karmelietenkerk aan de Wapper begraven.

Geen Brouwer in de Vlaamse eetkamer
Maar hoe zit het nu met dat wonen van Adriaan Brouwer bij Pauwel Du Pont in de Everdijstraat? Dat heeft merkwaardig genoeg nooit plaatsgevonden en was ook onmogelijk omdat ‘De Stad Duinkerke’ pas drie jaar na Adriaans dood gebouwd is.
Natuurlijk heeft ook Pauwel Du Pont deze gevel nooit zo gezien, want die dateert uit de vroege 19de eeuw, wellicht met een oudere kern. In de tweede helft van de 20ste eeuw, is hier klasse-restaurant Manoir met op de verdieping een Vlaamse eetkamer met kunstig houtwerk, die nog aanwezig is. Nu heeft hier een Nederlands gezin een nieuwe thuis.

Weer een stapje verder naar het volgende huis.

LIVING STONE ART
Everdijstraat 11.
Dit huis springt vooruit in deze straat en heeft dan ook een oude kern, die van voor de straatverbreding in 1921 dateert. Het gelijkvloers is ingenomen door kunstgalerij Living Stone Art met zoals de naam al laat vermoeden beeldhouwwerk. Hier uitsluitend hedendaags en van kunstenaars die nog leven en werken, géén antiek, géén tweedehands. Wel vaak afkomstig uit Afrika.

Weer even naar de linker straatkant kijken.

ZIJ-INGANG SINT-AUGUSTINUSKERK
Everdijstraat 8
.
Een opomerkelijke houten poort uit 1610 onder een ronde boog tussen Toscaanse zuilen. Op de middenlat een beeldje van Christus, links en rechts boven de poort engelen. .Achter deze poort leidt een lichtjes oplopende gang naar de kerk, maar deze toegang wordt normaal niet gebruikt. Maar hij is handig als er zware zaken zoals een verwarming in de kerk geplaatst moeten worden, want de hoofdingang aan de Kammenstraat heeft stenen treden.

AUGUSTIJNER KLOOSTER
Everdijstraat 6.

Hier stond ooit brouwerij De Ketel, die na zijn opheffing in 1623 ter beschikking wordt gesteld van de Augustijner paters. Zij vestigen er hun klooster met naast een kapel en woonverblijven voor de paters ook al snel een leslokaal als start voor een school. Later breidt hun convent zich uit met een grote kloosterschool en een ruime kerk.  Straks meer daaover. 

Weer rechts kom je nu aan een groot hoekpand met een binnenplaats.

SOCIALE APPARTEMENTEN WOONHAVEN
Hoek Everdijstraat /  Kammenstraat.

Na WO I koopt de Maatschappij Le Foyer Bourgeois hier een grotendeels verwoest terrein om er een woon- en handelscomplex te bouwen. Architect Daniel  Rosseels ontwerpt het gebouw met een buitengevel in een soort art nouveaustijl met een afgeronde hoek en puntgevels. Maar hij overlijdt plots, slechts 41 jaar oud en wordt opgevolgd door Jean-Laurent Hasse. Die behoudt het idee van vier winkels met woongelegenheid en drieënveertig huurappartementen plus een conciërgewoning. Alles in aaneengesloten blokken in een U-vorm rond een binnenplaats. In 1925 komen de eerste bewoners.
Van huurhuizen tot sociale woningen
In 1982 is het woon- en handelscomplex eigendom van de n.v. Habitations Modernes, maar het rendeert niet langer, er treedt zichtbare verkrotting op.
Sociale huisvestingmaatschappij ‘De Goede Woning’ koopt het geheel over en voert een grondige renovatie uit  tussen 1980 en 1984 onder leiding van architecten Luc Denies en Frans Ramaekers.
De vroegere conciërgewoning onder de poortdoorgang is vandaag gelijkvloerse fietsenstalling, terwijl de bovenverdieping bij het hoger liggende appartement is gevoegd. Ook het oude toegangshek bleef behouden. De huisvestingsmaatschappij heet nu Woonhaven.

.

Oorlogsgeschiedenis van het gebouw
Voor de Eerste Wereldoorlog staan er op deze plek een tiental rijhuizen in verschillende uitvoeringen. In die oorlog rukken de Duitsers op tot voor Antwerpen en stellen een ultimatum om de stad over te geven, maar het stadsbestuur weigert daarop in te gaan. Er volgen vreselijke Duitse beschietingen van 7 tot 9 oktober 1914. Monumentale gebouwen worden echter gespaard. 
Geen barbaren
Bij de inname van Leuven hebben de Duitsers het rectoraat van de universiteit geraakt, waarbij de bibliotheek met kostbare incunabelen – ingebonden boeken uit het begin van de drukkunst – verloren zijn gegaan. Wereldwijd  spraken Intellectuelen over de barbaarse Duitsers, die onvervangbaar cultuurgoed vernietigden. Keizer Wilhelm wilde herhaling voorkomen en gebood zijn generaals voortaan monumenten te sparen. Woonhuizen werden nu het doelwit en daarbij zijn hier dus die rijhuizen totaal verwoest.

Recentere anekdotes:
LAUNDRY DAY
In dit gebouw is in 1998 een popfestival geboren. Waar nu Rings and Things in de hoekwinkel huist, had destijds Luc Carpentier samen met zijn zus Mich de bijzondere tweedehandsboetiek Naughty I. Luc neemt in 1998 het initiatief om in de Kammenstraat een straatfeestje te organiseren met een reeks dj-stands onder de naam ‘Laundry Day’. Over de straat gespannen waslijnen met allerhande kledingstukken brengen die naam ook in beeld. Het ook daaraan opgehangen ondergoed wekt veel enthousiasme bij de kinderen van bewoners van de sociale appartementen, die met hun ouders naar de avondlijke opbouw komen kijken.

TOP HAT EN EEN OORLOGSBRUIDJE
Soms staan er plots mensen op de binnenplaats van dit gebouw, die hier vroeger gewoond hebben.
Zo op een dag  een Amerikaans echtpaar, waarvan de vrouw in haar jongere jaren in een van deze appartementen had gewoond. Zij is na de Tweede Wereldoorlog als oorlogsbruidje met een Amerikaanse soldaat naar de USA overgestoken en ze zijn nu hun Europese ‘roots’ op zoek. Haar mans familie is ooit uit Zwitserland gekomen, daar gaan ze morgen heen.
Top Hat
Het was voor Antwerpse vrouwen niet moeilijk om Amerikaanse soldaten te ontmoeten op het eind van de Tweede Wereldoorlog. Op Linkeroever is na het oorlogseinde een enorm Amerikaans kamp aangelegd met de naam ‘Top Hat’. Nodig om de vele Amerikaanse soldaten die in Europa hebben gestreden weer terug naar huis te krijgen per schip. Maar er zijn veel te weinig schepen om hen allemaal tegelijk terug te brengen, dus moet hier gewacht worden in Top Hat. Er zijn daar naast slaap- en eetgelegenheden ook cafés, ijssalons, sportterreinen en cinema’s. Maar uiteraard brengen die Amerikanen ook bezoekjes aan het Antwerpen aan de overkant.
En toen kwamen de Russen
Nadat het Amerikaanse Top Hat was opgeheven hebben de Russen op een klein stukje van datzelfde terrein nog een nieuw gebouw gezet, compleet met klein binnenzwembad. Daar konden bemanningen van Russische schepen in de Antwerpse haven verblijven. Zo werd teveel contact met die verfoeilijke westerse beschaving vermeden.

Voor je de Kammenstraat inslaat nog even iets over de naam Everdijstraat. Het is de naam van een persoon: Everdeius van Lillo.

                We laten Everdeius zelf aan het woord:
“Al sinds 1282 draagt deze straat mijn naam. Maar ik heb hier nooit gewoond, ik heb er wel een tuin gehad, niet te ver buiten de stadsvesten.
Tussen 1286 en 1290 ben ik schout van Antwerpen geweest, jullie zouden dat vandaag hoofd van de politie noemen. Het was geen onaardige functie binnen een stadsbestuur in het Brabantse hertogdom, waarvan Antwerpen een van de vier hoofdsteden was naast Brussel, Leuven en ’s-Hertogenbosch. Tegelijk was ik ook hoofdman van de Jonge Voetboog, een van de schuttersgilden die instonden voor de verdediging van de stad.
Conflict om een hertogdom
Wanneer de Brabantse hertog Jan I in 1288 een gewapend conflict gaat uitvechten om het bezit van het hertogdom Limburg, ben ik daarbij van de partij. Het gaat niet over de huidige provincies Belgisch en Nederlands Limburg, maar over een hertogdom nabij de Voerstreek, deels in het huidige Wallonië met Limbourg als hoofdplaats. Daarvan is nu nog een restant terug te vinden bovenop een heuvel. Hertog Jan wordt  gesteund door de graaf van Loon (da’s nu een deel van het huidige Belgisch Limburg, toen met Borgloon als hoofdplaats) en burgers van de stad Keulen, die te lijden hebben van verstoring van hun handel door aanhangers van de Keulse bisschop.
Onze tegenstanders bestaan uit troepen van het graafschap Luxemburg, het graafschap Gelre (dat zich dan ook uitstrekt over delen van het huidige Nederlands Limburg) onder leiding van graaf Reinoud I, plus volk van de aartsbisschop van Keulen en troepen van het hertogdom Limburg. Onze hertog Jan wil voorkomen dat Limburg in handen van de Gelderse graven valt, eeuwige rivalen van Brabant, die er via erfopvolging recht op claimen.
Slag bij Woeringen
Op 5 juni 1288 wordt de strijd beslist in de beroemde Slag bij Woeringen nabij de burcht van de Keulse bisschop in het voordeel van ons,  de Brabanders. Het Limburgse hertogdom komt voor vijf eeuwen in bezit van onze Brabantse hertogen en hun nakomelingen. Zoek je de plek van onze veldslag?  Worringen is vandaag een noordelijk stadsdeel van Keulen.
Sla rechtsaf, dan ben je in de KAMMENSTRAAT

Wie deze wandeling wil inkorten wandelt hier linksaf de Kammenstraat in, die je een kort stukje in wandelt tot voor de vroegere kerkingang van Sint-Augustinus. Daar kan je weer aansluiten bij deze wandelroute.

Sla rechtsaf, de Kammenstraat in.

De Kammenstraat en omgeving was van oudsher de Antwerpse brouwerswijk. Het oude Vlaamse woord voor brouwerij was Camme. Dat juist hier die brouwerijen kwamen houdt verband met de aanwezigheid van grondwater, dat uin putten wordt opgevangen. Vandaag vloeit hier slechts bij mondjesmaat bier, zeer recent is deze straat van een saaide doodse winkelbuurt 'omgeturnd' tot een straat wol hippere winkeltjes.

INLIJSTERIJ GEVAERT
Kammenstraat 57 (nu House of Bones).
Lieven Gevaert, de stichter van het grote concer,n Agfa-Gevaert, heeft hier met zijn moeder korte tijd een zaak in inlijstingen gehad. Naast spiegels een schilderijen komt er ook al eens een klant om een foto te laten inlijsten. Lieven raakt geïnteresseerd in dat nieuwe medium en volgt enkele jaren een opleiding fotografie in Brugge. Plannen om een fotoatelier aan de winkel toe te voegen gaan niet door. Maar als de zaak in 1885 gestopt wordt, gaat hij bij Antwerpse fotografen werken. Straks kom je nog langs zijn geboortehuis.

Even verder rechts een poort met daarop een kruisweg.

WITZUSTERKLOOSTER - Sint Egidiusvereninging
Kammenstraat 51.
Op die poort met calvarie luisteren Johannes en Maria hoe Maria-Magdalena haar orgieën opbiecht. Bij de witzusters hier was zij welkom.

      VAN ROOIE LICHTJES MADAM TOT WITZUSTER
Broeder Geeraert - binnen de kloostermuren Geroldus genoemd - sticht hier in 1312 een huis om zondaressen op te voeden tot deugdzame en godsvruchtige vrouwen. Geen min programma. Hij weet er de witzusters voor te spannen en steun te krijgen van hertog Jan II van Brabant, die moet toestaan dat er in zijn hele hertogdom gebedeld mag worden voor het goede doel. En ... dat niemand een hier weggevluchte vrouw onderdak mag verschaffen of er omgang mee heeft op straffe van gevangenis.
Dat deze dames niet in een handomdraai te veranderen zijn in zedige kwezels blijk in 1527t uit het afzetten van moeder-overste en het paal en perk stellen aan het onderlinge gekrakeel van zusters die elkaar verwijten over hun vroegere bezigheden naar het hoofd slingeren.

In het middeleeuwse lirakelspel Marieken van Nieumeghen gaat de hoofdpersoon na haar zeven zondige jAntwerpse jaren boete doen in een witzusterklooster in Maastricht. 

Wandel even onder de poort door tot achterin.

HOMELESS JESUS
Kammenstraat 51.

Achteraan ligt op een bank tegen de kapel een dakloze, homeless Jesus. De uit Italië stammende religieuze Sint-Eguidiusvereniging bekommert zich hier om mensen die ergens op hun levensweg uit de boot zijn gevallen. Zij krijgen via Kamiano gratis een maaltijd, een luisterend oor en wat aanwijzingen om weer op weg te raken in een grootstad.
Dit ligbeeld met bank is in 2013 gemaakt door de Canadese beeldhouwer Timothy Schmalz. Maar dat was niet dit exemplaar, dat origineel kwam terecht voor de hoofdingang van het Regis College, een theologische opleiding van de jezuïeten aan de universiteit van het Canadese Toronto. Maar intussen zijn er heel wat kopieën van dat eerste beeldhouwwerk over een flink aantal landen verspreid, zoals dus ook hier in België. 

Sla linksaf, de IJzerenwaag in.

SMALSTE HUIS VAN ANTWERPEN?                             IJzerenwaag 7.
Met zijn breedte van 4,10 was dit oorspronkelijk een winkelhuis met twee verdiepingen van elk 38m2. Smal, maar nochtans een realisatie van de bekende Antwerpse architect Jos Bascourt.
Maar voor het echte smalste Antwerpse huis moet je richting Stadswaag, waar het sinds 2006 in Huikstraat 47 vier verdiepingen hoog oprijst. Elke verdieping 2,40m breed, 5,50m lang en 3,00m hoog. Het is volledig opgetrokken uit glas met op elke verdieping een andere kleur. Een idee van de archtect, verwijzend naar de nabije rosse buurt, al is het zelf een normale rijwoning.

IJZERENWAAG
Op het pleintje aan het eind van deze straat werd vanaf 1500 ijzer en koper gecontroleerd op de juiste maat en het goede gewicht. Dat was een verplichting waarop een soort belasting werd geheven, de 'waghetol'..

Voor je zie je een vierkante paal.
Die herinnert aan de toneelklucht 'Trijntje Cornelis' van Constantijn Huygens. Hij was al 57 jaar toen hij die klucht in 1653 schreef.
Het verhaal luidt als volgt:

TRIJNTJE CORNELIS
De Zaanse schipper Klaas Gerrits komt naar Antwerpen. Terwijl hij samen met zijn knecht Kees de lading lost, maakt zijn vrouw Trijn een wandeling door de stad. Daarbij komt ze terecht in de Lepelstraat, zich er niet van bewust dat het om een slecht bekend staande buurt gaat. Ze wordt aangesproken door Maai, een prostitué die zich voorgeeft verre familie van Trijn te zijn en haar uitnodigt binnen te komen. Daar laat ze Trijntje enkele glazen sterke wijn dinken, zodat ze niet meer goed weet wat er met haar gebeurt.
Dan komt net Francesco langs, een van Maais klanten. Samen ontdoen ze Trijn van haar mooie kleren en hullen haar in versleten spullen. Nadien sleept Francesco de dronken Trijn een flink eind verder en laat haar achter op een mestvaalt - die destijds bij deze paal lag. Daar wordt Trijntje gevonden door een nachtwaker, die haar naar haar schip terugbrengt, waar ze opgevangen wordt door knecht Kees.
Als Kees hoort wat Trijn is overkomen, wil hij wraak nemen op het tweetal dat haar heeft aagerand. Ze zeggen niets tegen schipper Klaas, maar als ze later die dag Maai en Francesco op de kade zien wandelen, lokt Kees hen naar het schip. Daar krijgen ze een geweldig pak slaag van hem en worden hun kleren verwisseld voor de vodden die Trijn moest dragen en een oude plunje van Kees.
Een ware 'boontje komt om zijn loontje' klucht.

Wandel naar links en ga het pleintje rond. Je passeert daarbij de Zwaardstraat, genoemd naar een van de brouwerijen uit deze wijk.
Wandel door naar de voorzijde van dit plein.

THEODOOR VAN RIJSWIJCKPLAATS
Naar aanleiding van het plaatsen van het standbeeld van Theodoor van Rijswijck in 1884 werd de pleinnaam IJzerenwaag veranderrd in diens naam.

In het midden van dit omheinde plantsoen zie je hem staan: Theodoor van Rijswijck, een volksdichter. Je zal hem niet tegenkomen in de Vlaamse literatuurgeschiedenis, maar al tijdens zijn leven was hij alom bekend bij de Antwerpse volksmensen. Hij zorgde namelijk voor menig gelegengheidsgedicht als die mensen iets te vieren hadden. Leonard De Cuyper realiseerde dit standbeeld in 1864, maar het stond toen in het Stadspark. Pas in 1884 is het naar hier gewandeld, het volkse Sint-Andrieskwartier.

Ga naar links en sla even verderop tegenover het Ierse café An Sibhin opnieuw linksaf, zo beland je in de Sleutelstraat.

Zo zagen ooit veel Antwerpse zijstraatjes eruit, maar zelfs hier verstoort nieuwbouw dat enigszins nostalgische beeld.

SLEUTELSTRAAT 13
Op de twee poorten van dit huis zie je fraai bewerkte makelaars. Er is ook nog een pompzwengel bewaard.

' ALS DE WOEDE VAN DE NACHT GEWEKEN IS'
Sleutelstraat 16.
Een poëtische tekst van theaterman Axel Daeseleire, bekend als film- en tv-acteur. Met 'Nachtdier' bracht hij ook een dichtbundel uit, waaruit deze tekst komt.

ENKAMERHUISJE
Sleutelstraat 23.

Oorspronkelijk een éénkamerhuisje zonder verdieping uit de tweede helft van de 16de eeux. Eigenaar De Lelys laat het in 1962 achteraan verhogen met een dakverdieping. Je gaat binnen door een korfboogdeurtje in zandstenen omlijsting. Knusn dat wel.

SLEUTELSTRAAT 29.
Dit traditionele breedhuis gaat terug tot de  16de eeuw en de eerste helft van de 17de. Let even op de gietijzeren sleutel rechts naast de voordeur. Dat is het merkteken van brouwerij De Sleutel, die ooit op deze plaats was gevestigd.l.

Kijk je nu even naar het straateinde dan zie je hoe boven een klassieke  trapgevel dat grote moderne gebouw uittorent, waar je in de Everdijstraat al langs kwam. Helemaal aan het eind van de straat zie je:

ONZE-LIEVE-VROUW LICHTMIS
Sleutelstraat 33.

Deze Maria behoorde bij een Buurtschap, een vereniging van bewoners die het beeld verzorgden en het bij Mariafeesten versierden.
De gekroonde Onze-Lieve-Vrouw staat op een maansikkel en vertrapt het Kwaad, gesymboliseerd door een slang. Om zekerr te zijn dat het duivelse beest geen streken meer kan uithalen, doorboort Jezus het ook nog eens met zijn kruisstaf. Samen rusten ze op een wereldbol, die gedragen wordt door engelenhoofdjes.
Gemaakt  uit eikenhout door beeldhouwer Peeter Overlaet stamt Maria al uit de 18de eeuw, maar dat is haar niet aan te zien dankzij een restauratie door Geneviève Hardy in 2005.

Maria-Lichtmis is een katholieke feestdag die  39 dagen na Kerstmis valt omdat de eerstgebodren joodse jongetjes 40 dagen nahun geboorte in de tempel opgedragen moesten worden aan God, hetgeen Maria destijds dus ook heeft gedaan met Jezus. Op Maria-Lichtmis worden er kaarsen gewijd, die dan in een processie worden meegedragen. Het is ook gebruikelijk dat er die dag pannenkoeken worden gegeten, want vorm en kleur van een pannenkoek doen denken aan de zon, dus aan licht. 

Maria-Lichtmis is een katholieke feestdag die  39 dagen na Kerstmis valt omdat de eerstgebodren joodse jongetjes 40 dagen nahun geboorte in de tempel opgedragen moesten worden aan God, hetgeen Maria destijds dus ook heeft gedaan met Jezus. Op Maria-Lichtmis worden er kaarsen gewijd, die dan in een processie worden meegedragen. Het is ook gebruikelijk dat er die dag pannenkoeken worden gegeten, want vorm en kleur van een pannenkoek doen denken aan de zon, dus aan licht. 

Aan het eind van de Sleutelstraat kom je terug in de Kammenstraat. Recht voor je een vroegere kerkingang.

Hier sluit de verkorting van de Kammenstraat weer op onze wandelroute aan.

Typ je paragraaf hier

 AMUZ- AUGUSTIJNER MUZIEK CENTRUM
Kammenstraat
.
Vandaag een concertzaal, maar voorheen de kerk van een augustijner klooster. Dat zie je dus aan de beelden en hun bijschriften op de gevel. Naast Augustinus tronen links Apollonia en rechts Nicolas van Tolentino, de patroonheilige van de scholieren, maar hij is niet die Sinterklaas die met de stoomboot jaarlijks uit Spanje komt. Naast hen lees je hun spreuken: 'Mijn huis zal heten een huis van gebed' en 'Dit is het huis van God en de poort van de hemel'. Zonder dat laatste te beseffen zie je hier regelmatig mensen op de traptreden zitten, waarmee deze kerk toch nog zijn nut bewijst.
Tussen 2000 en 2002 is het interieur helemaal verbouwd om er een concertzaal van te maken voor oude muziek, georganiseerd door Amuz. De toegang tot die zaal zie je even verderop op nr.81. Is die toegang open, dan kan je even een kijkje nemen in hun foyer. Daar sta je tussen een kruisweg en muurschilderingen, want dit  was voorheen de winterkapel in de dagen dat een kerk nog geen verwarming had. Een groot glasraam toont het wapenschild van de eerste Kerkelijke Ridderorde, die van  de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, ontstaann 1099 tijdens  de Eerste Kruistocht om het graf van Christus en de pelgrims te beschermen in het destijds vooral mohammedaanse gebied. Je ziet bij het typische kruis van Jeruzalem ook het motto 'Deus lo vult' (God wil het). Daarrond namen van bekende Antwerpse adel en burgemeesters uit de bouwperiode van deze kerk.
.De ridderorde bestaat nog steeds en telt wereldwijd nog vele ridders en dames (vrouwelijke ridders), waaronder zo'n 350 Belgische leden zoals koning Filip en koningin Mathide, bisschop Johan Bonny en politicus Pieter de Crem.

LIEVEN GEVAERT
Kleine Markt 1-3.
Waar nu café Berlin de deur openhoudt wordt op 28 mei 1868 Lieven geboren als derde kind van inlijster Ludovico Gevaert en Maria Theresia Bruynseels. Twee eerder geboren meisjes waren echter al overleden en ook Lievens vader sterft als de jongen amper 3 jaar is. Maar zijn moeder zet het familiebedrijf voort en probeert Lieven  een goede opleiding te geven door hem van 1879 tot 1882 eerst naar het Klein Seminatie in Hoogstraten te sturen en vervolgens naar het Scheppersinstituut in Mechelen. Echt lang op de schoolbanken zit Lieven niet, op zijn veertiende gaat hij meewerken in de inlijsterij, die naar de Kammenstraat verhuist. Daar ben je hem dan ook al tegengekomen.

Typ je paragraaf hier