Hier sluit de verkorting vanaf de Korte Gasthuisstraat weer op onze route aan.
POSTMEESTERHUIS
Lange Gasthuisstraat 9 (linker deel Verso).
Hier huisde in 1544 het Antwerpse filiaal van de Keizerlijke Post, in handen van de familie de Tassis. De posthoorn tussen de twee wapenschilden midden in de driehoek wijst daar nog op. Maar de wapenschilden zelf komen van de huidenvetters en de boogschutters van de Oude Voetbooggilde. De eersten hadden hun leerlooierijen hier en links om de hoek aan de Huidevettersstraat, de schutters oefenden op terreinen langs de nabije Schuttershofstraat. Boogschutters waren een van de verdedigingsgilden van de stad, samen met de kruisboogschutters, de kolveniers en de schermers.
HERENHUIS GRISAR
Lange Gasthuisstraat 11 (rechter deel Verso).
In 1534 laat de Italiaanse koopman J.B. Graffini drie woningen en een oude leerlooierij slopen om er een fraaie grote woning voor in de plaats te laten zetten. Die is in 1653 herbouwd, later voorzien van een nieuwe gevel en begin 20ste eeuw door architect Jos Hertogs gerestaureerd. Op dat moment woont er de familie Grisar, een van de belangrijkste Antwerpse zakenfamilies van de 19de en begin 20ste eeuw. Die familie heeft haar roots in het Franstalige Luik, zoals de naam laat vermoeden, maar is daar in 1680 weggetrokken naar Duitsland. Wanneer Jean-Martin en Charles Grisar zich rond 1800 in Antwerpen vestigen, behoren ze dan ook in de eerste plaats tot de Duitse kolonie, die heel wat meer beroemde Antwerpse namen omvat.
Via de scheepsmakelaardij krijgt de familie Grisar de handel in huiden, wol en leer stevig in handen, samen met de ook al Duitse familie Osterrieth. De eerste Antwerpse telefoonlijn liep in 1879 tussen de kantoren van Osterrieth en Grisar. De Grisars waren dan ook niet toevallig medeoprichters van The Antwerp International Bell Telephone Company, vandaag Alcatel Lucent.
Alfred Grisar sticht in 1900 de Beerschot Athletic Club op een stuk grond dat grootvader Ernest op het Kiel heeft gekocht. En omdat die kort tevoren overleden is worden de clubkleuren aangepast aan de rouw, daarom paars-wit. Nog altijd een kenmerk van deze Antwerpse voetbalclub.
In 1923 zijn beide panden samengevoegd en wordt de linkergevel aan de rechter aangepast. Het smeedwerk van het balkon is waarschijnlijk gemaakt door J.B. Lamour, de Fransman die ook de beroemde hekken van de Place Stanislas in Nancy heeft vervaardigd. Wie even binnenstapt ziet een enorme lichtkoepel met daarop de dierenriem en nog wat ‘comptoirs’ (toonbanken) van een vorige bewoner, het Crédit Lyonnais, later opgeslorpt door de Deutsche Bank. Maar vandaag dus chique kleren, plus café en terras bij Verso.
Wandel een stukje door deze Lange Gasthuisstraat in en je ziet wat verderop een ogenschijnlijk middeleeuwse gevel.
MUSEUM MAYER VAN DEN BERGH
Lange Gasthuisstraat 19.
Emil Mayer en Henriëtte van den Bergh waren rijk geworden met hun handel in specerijen en sterke drank. Hun op 22 april 1858 geboren zoon Fritz had een grote interesse in kunst, bestudeerde de kunstgeschiedenis en legde zelf een verzameling aan, waaronder zich topwerken bevonden die hij op kunstveilingen in binnen- en buitenland op de kop wist te tikken. Hét topstuk is Dulle Grier, een schilderij van Pieter Breugel de Oude. Maar op zijn 43ste komt Fritz om bij een noodlottige val van zijn paard. Zijn moeder laat hier voor Fritz’ kunstcollectie een museum bouwen nabij hun woning. Ook dat huis is geïnspireerd op het verleden, want de in 1884 nabij het Steen gesloopte pastorie van de Sint-Walburgiskerk plus een gevel in de Zakstraat stonden model.
Tot haar overlijden in 1904 heeft Henriëtte haar museum zelf beheerd, waarna het in stadsbezit is gekomen. Momenteel wordt het gerestaureerd en is een deel van de collectie even verderop te bezichtigen in het Maagdenhuis.
Na de onderbreking door de Arenbergstraat sta je daar dus een eindje verder voor.
MAAGDENHUIS
Lange Gasthuisstraat 33.
Ooit een weeshuis voor vondelingen en weesmeisjes (‘maagdekens’), gesticht in 1552 door Jan Van der Meeren. Eerst kom je langs een lange gevel met zes hoge ramen en drie dakkapellen, pas dan sta je voor het ingangsportaal. Kijk even boven die poort, daar zie je links hoe een groepje meisjes onderwijs krijgt en rechts hoe nieuwe weeskinderen hier aankomen. Op de boog eronder zitten nog twee sfinxen terzijde van een Christuskop. Op de houten deur zie je een kopie van Houten Clara, een weesmeisje in haar uniform. Groter zie je haar op de binnenplaats als standbeeld. Maar juist die stijve houding heeft geleid tot het gezegde “Sta daar niet als een Houten Clara” voor iemand die er zomaar wat onhandig bij staat.
Dit Maagdenhuis is het kleinste museum van Antwerpen. Normaliter de thuis van een kunstcollectie van het Antwerpse Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Werk (OCMW), die uit 15de tot 17de-eeuwse schilderijen bestaat en een speciale collectie 16de-eeuwse papkommen, die worden gezien als voorlopers van het Delfts aardewerk. Maar tijdens de renovatie van Mayer Van den Bergh wordt hier een deel van die collectie getoond.
Steek over naar het Mechelse Plein met tussen wat groen een stand- of nee, zitbeeld.
WILLEM ELSSCHOT
Mechelseplein.
“Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.” Op 7 mei 1882 wordt aan de Antwerpse De Keyserlei ‘Fonne van den bakker’ geboren, zoon van banketbakker Christiaan De Ridder. Met een diploma handels- en consulaire wetenschappen op zak richt Alfons in 1912 de Revue Continental Illustrée op, een reclameblad voor de zakenwereld. Of het ooit verschenen is blijft onduidelijk, maar het tekent de ondernemingsgeest van de jongeman. Het jaar nadien debuteert hij met een literair product, de roman Villa des Roses, al heeft hij reeds eerder enkele gedichten geschreven. Vanaf dat moment bewonen twee personen hetzelfde lichaam: reclameman De Ridder en literator Willem Elsschot – een pseudoniem dat wellicht tijdens een vakantie in het gehucht Helschot tussen Westerlo en Laakdal is ontstaan.
Zijn latere ervaringen in de reclamewereld leveren Elsschot de stof voor romans als Lijmen (1924) en Het Been (1938). In 1933 verschijnt de roman Kaas, superieur werk dat de aanloop zou worden tot een nieuwe creatieve periode, die afsluit met Het Dwaallicht (1946). Laermans en Boorman zijn de bekendste figuren uit zijn literaire oeuvre.
Op 31 mei 1960 is deze populaire schrijver in zijn geboortestad overleden. Postuum wordt hem datzelfde jaar de staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan toegekend. Alfons De Ridder is begraven op Ereperk N van het Schoonselhof, het Père Lachaisse van Antwerpen. Onze beroemde beginzin komt uit Willems gedicht Het Huwelijk.
Dit beeld uit 1994 is van de Antwerpenaar Wilfried Pas, stilaan zowat de eigentijdse stadsbeeldhouwer met naast Elsschot ook een bronzen Paul Van Ostaijen (Pottenbrug), Koning Boudewijn (Voetgangerstunnel Linkeroever) en even buiten ons gezichtsveld Gerard Walschap (zie verder).
Kijk nog even naar de witte muur van het O.C.M.W.-gebouw naast je.
Hier beslaat het gedicht Een Minimum bijna de volledige hoogte. Ramsey Nasr heeft het geschreven in 2005, het jaar waarin hij stadsdichter van Antwerpen was.
Steek het plein diagonaal over naar de zijde van het Vleminckveld, de Maarschalk Gérardstraat.
DE STUDIO – Podium voor jong publiek
Maarschalk Gérardstraat 4.
Rond 1780 laat bankier Frans Jozef van Ertborn zijn eigendom aan het Mechelseplein verbouwen tot een prachtig herenhuis. Vanaf 1970 huist er het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst Studio Herman Teirlinck. Heel wat Vlaams talent, zowel op toneel- als musicalplanken of in het kleinkunst- en cabaretgenre hebben dit gebouw en de omliggende cafés aan het Mechelseplein van binnen leren kennen. Wat ‘namedropping’: Els De Schepper, Kurt Van Eeghem, Stef Bos …
Sinds augustus 2011 is Villanella eigenaar en worden hier kinder- en jeugdvoorstellingen gegeven door een heel aantal gezelschappen, terwijl Villanella daarnaast jong talent tussen 20 en 30 jaar kansen wil geven via workshops en coaching.
_________________________________________________________________________________
Als je het ervoor over hebt, wandel dan even tot aan het eind van de Maarschalk Gérardstraat. Daar wacht je
GERARD WALSCHAP
Maarschalk Gérardstraat.
Walschap woont tot zijn dood in de Lemméstraat in het zogeheten Leiekwartier. Zijn overbuurman is Willem Elsschot, maar beiden hebben blijkbaar nauwelijks of nooit contact met elkaar gehad. Ook hier staan beide grote schrijvers in elkaars nabijheid, doch niet op dialoogafstand. Terwijl Willem voldaan de krant zit te lezen is Gerard verdiept in een van zijn eigen boeken.
Dat ook Walschap door Wilfried Pas in brons werd gegoten is eveneens passend,want zowel de schrijver als de beeldhouwer zijn in Londerzeel geboren en inmiddels ereburger van dat Vlaams-Brabantse dorp tegen de grens van de provincie Antwerpen.
Keer nu terug naar het Mechelse Plein.
_____________________________________________________________________________
Steek vanaf het Mechelse Plein over naar de poort van het vroegere Sint-Elisabethgasthuis, vandaag hotel Botanic Sanctuary Antwerp.
Begonnen als een boerderij van het Mariagasthuis op het Elzenveld, wordt hier door de zusters augustinessen vanaf de 13de eeuw een hospitaal uitgebouwd, met naast hun klooster een ziekenzaal en uiteraard ook een kapel. Vandaag staat hier geen ziekenhuis meer, maar het meest luxueuze hotel van Antwerpen.
Achter deze ingangspoort zie je op een grasveldje voor je twee aparte beelden.
De Kreupele en de Blinde
Deze uitgeholde polyester gestalten zijn het werk van Albert Szukalski. Het zijn verstarde personages, niet in staat tot echt contact of een gesprek, enkel tot holle frasen. Hier geeft hij het gebrek aan communicatie in onze samenleving vorm.
__________________________________________________________________________________
Rechts van hen is de – vaak afgesloten – toegang tot de zogenoemde Aalmoezenierstuin. Daar kan je nog een beeld zien van de Antwerpse auteur Maurice Gilliams. Tussen eind 1938 en medio 1943 wordt hij zes keer voor langere tijd in het Stuivenberggasthuis opgenomen, waar hij verpleegster Maria de Raeymaeckers ontmoet, die in 1976 zijn tweede vrouw wordt. Ze heeft dus geduld moeten hebben! Wanneer zijzelf dan in 1982 wegens een ziekte hier in het toenmalige Sint-Elisabethgasthuis wordt opgenomen, krijgt Maurice tijdens een bezoek aan haar op 18 oktober een hartaanval en overlijdt ter plaatse. Vandaar zijn beeld van Rik Poot op deze nu erg verborgen plek als eerbetoon.
__________________________________________________________________________________
Intussen sta je voor de vroegere
ONZE-LIEVE-VROUWEKAPEL
De diensten in deze 15de-eeuwse kloosterkapel konden zowel door de kloosterzusters als door de patiënten in de ziekenzaal worden bijgewoond. In het schip van de kapel namen de nonnen plaats, maar het altaar kon ook vanuit de grote ziekenzaal worden gezien, zodat wie daar verpleegd werd vanuit bed ook de mis kon bijwonen. Nu wordt die zaal gebruikt door het hotel.Je kan hier de route verkorten door verder langs hotel Botanic Sanctuary Antwerp te wandelen tot in de Leopoldstraat en daar linksaf te slaan bij de Botanische tuin.
