Je kan hier de route verkorten door verder langs hotel Botanic Sanctuary Antwerp te wandelen tot in de Leopoldstraat en daar linksaf te slaan bij de Botanische tuin.
Terug door de poort naar de Lange Gasthuisstraat, waar je links onze route vervolgt. Voor je zie je al meteen twee spitsen van een kerk de hoogte in priemen. Maar nog even tevoren kom je langs een apart doktershuis.
WAFELHUIS
Mechelseplein 18
Doordat de voorgevel met boven elkaar negen lagen van telkens zeven vierkante ramen je doet denken aan die typische Belgische wafels, kreeg deze woning zijn bijnaam. Maar het gaat om het huis van huisarts Jozef Takx, die zijn praktijk met twee wachtkamers achter de drie ‘patrijspoorten’ op het gelijkvloers had. Daarboven zijn er drie verdiepingen van telkens drie rijen ramen. Architect Walter Van den Broeck realiseerde dit ontwerp qua bouwstijl in een samengaan van expressionisme en nieuwe zakelijkheid. Hoewel de woning erg modern oogt, dateert hij al van 1937 en waren er destijds op de tweede en derde verdieping twee meidenkamers voor de inwonende dienstmeisjes. Dat was toen heel gewoon.
Enkele passen verder ben je bij die kerk.
SINT-JORISKERK
Mechelseplein 20, Antwerpen.
Open voor bezoek: do.vr.za. 14-16u., soms ook op zondagmiddag.
Een van de weinige katholieke kerken die hun neogotische interieur hebben bewaard. Dat houdt hier muurschilderingen, glasramen, beelden en een reliekschrijn in.
Dit is ook de tweede Sint-Joriskerk op deze plaats, want een oudere kerk uit 1304 is in 1779 geheel verwoest toen de Fransen onze gebieden bezet hielden. Wat van die kerk overbleef is gebruikt als steengroeve en op het terrein werden nieuwe huizen gebouwd. Maar in 1846 kan pastoor Jan Van Cauwenbergh het terrein mét de nieuwe gebouwen terugkopen. Hij laat alles afbreken en architect Léon Suys kan beginnen aan een nieuwe kerk in de voor Antwerpen zeer vernieuwende neogotische stijl. Maar het is toen ook een ‘omgekeerde’ kerk geworden. Niet zoals katholieke kerken west-oost gericht, maar juist oost-west, torens en ingang aan de oostzijde. Die nieuwe averechtse Sint-Joriskerk kan in 1853 al worden ingewijd.
Bisschoppen en apostelen
Buiten zie je tussen beide 50 meter hoge torens boven de hoofdingang midden in een driehoekig fronton het beeld van Sint-Joris, met links van hem de bisschoppen Amandus en Eligius, rechts Norbertus en Willibrordus. In die volgorde zijn ze alle vier belangrijk geweest voor de christelijke godsdienst in onze streken.
Onderaan links en rechts naast de toegangsdeuren de twaalf apostelen. Vanaf de linker ingang: Judas Taddeus, Thomas, Mattheus / hoofdingang: Johannes, Jacobus de Meerdere, Petrus + Paulus, Andreas, Filippus / rechter ingang: Bartholomeus, Jacobus de Mindere, terzijde Simon Zelotes.
Wie even binnengaat, krijgt heel wat te zien:
Godfried Guffens en Jan Swerts zorgen voor twee reeksen muurschilderingen: links zeven taferelen van de strijdende Kerk met een lerende Christus tijdens zijn openbare optreden, rechts zeven taferelen van de lijdende Kerk en Christus die gevangen genomen en veroordeeld wordt. Overal staan er ook onderschriften bij. Links staat het enorme reliekschrijn van de veertig beschermheiligen van verguld messing. Oorspronkelijk enkel opgericht voor Sint-Rochus van Montpellier, de heilige die je tegen de pest beschermt, maar na de cholera-epidemie van 1850 met op één jaar 1500 Antwerpse doden zijn er nog 34 andere pestheiligen aan toegevoegd. Je kan maar beter zeker zijn, nietwaar?
Jean-Baptiste Capronnier werkt van 1871 tot 1875 aan de glasramen met links Norbertus die zegeviert over ketter Tanchelm – die in Zeeland en Antwerpen nogal aanhang had gekregen – en rechts Willibrordus die afgoden verbrijzelt.
Nog een bekende kunstenaar die heeft meegewerkt aan deze kerk is kopersmid Lambrecht van Rijswijck jr., die naast een beeld van Rochus ook de kruisweg in gedreven koper heeft gerealiseerd tussen 1888 en 1892.
In het Altaar van Onze-Lieve-Vrouw uit 1906 staat een veel ouder Mariabeeld uit 1592, dat ooit boven de ingang van het kasteel binnen de citadel van Alva stond, op de plek waar nu een groot park is in de Zuidwijk.
____________________________________________________________________________
Ga nu even terug en sla rechtsaf de Sint-Jorispoort in.
Een straat met een verscheidenheid aan winkels en een gedecoreerde tramdraadpaal aan de overzijde plus een stoeptegel van Legosteentjes. Van die kant heb je ook een behoorlijk zicht op een gevel aan de overzijde:
Voormalig JUWELENHUIS RUYS
Sint-Jorispoort 26.
Een juweel van een art nouveauhuis, in 1902 ontworpen door Ferdinand Truyman voor Albert Ruys-Ramboux. Die familie zat vijf generaties ofwel zo’n 178 jaar in glitter en sier. Jacques Ruys begint na een opleiding aan de Antwerpse academie in 1839 thuis met een atelier en opent in 1854 samen met zijn vrouw deze juwelierswinkel, dan nog een stuk kleiner dan vandaag. Zoon Albert trouwt in 1885 met Josephine Ramboux, dochter uit een andere Antwerpse juwelenfamilie. Zij breiden de familiezaak uit tot de parel die hij vandaag is. Het interieur is nog steeds intact met de originele vitrinekasten en mozaïekvloer. Alleen het plafond is aangepast, want daar hing aanvankelijk gasverlichting aan.
Een succesontwerp van stichter Jacques was de zilveren doopschelp waarmee kinderen nog steeds gedoopt worden in de Antwerpse kathedraal. Raymond, zoon van Albert en Josephine, excelleerde in art deco juwelen en zilverwerk.
_________________________________________________________________________________
Weer iets verderop:
SNOEPWINKEL
Sint-Jorispoort 30.
Nee, snoepjes ga je hier niet langer zien, nu zijn het bloemen. Maar oorspronkelijk was dit een lekkernijenshop met een al even aantrekkelijke winkelpui.
Wandel door tot je op de Leopoldplaats staat.
Eind 19de eeuw puilt Antwerpen uit van het volk en er is dringend meer ‘stad’ nodig om iedereen te kunnen huisvesten. Maar de Spaanse wallen beletten elke uitbreiding en het duurt tot 8 september 1864 voordat Antwerpen die gordel kan overkopen van de Belgische Staat. Maar dan vlot het ook snel met de afbraak, te beginnen bij de Sint-Jorispoort, de stadspoort waardoor altijd de belangrijke gasten de stad binnenkwamen. Al in 1868 kunnen op de nieuw aangelegde boulevards tussen Kasteelpleinstraat en Paardenmarkt de eerste rijen bomen worden aangeplant.
RUITERSTANDBEELD KONING LEOPOLD I
Leopoldplaats.
Op de Leopoldplaats keert de eerste Belgische vorst onze Nationale Bank de rug toe. Aanvankelijk waren we kwaad op hem, hij treuzelde lang om de oude vestingwallen vrij te geven voor afbraak en zoals gezegd, de stad had ruimte nodig. Pas nadat dit geschil was opgelost mocht zijn ruiterbeeld de stad binnen. Het had enkele jaren buiten de stadswallen moeten vertoeven.
Op die vroegere wallen liggen nu de drukke boulevards die hier de ‘leien’ heten. Jozef Geefs, een telg uit het beroemde Antwerpse beeldhouwersgeslacht, kreeg Leopold op zijn paard. Daarvoor werd een ros uit een Antwerpse stoeterij als model gebruikt.
Keer je nu om en kijk naar dat torentje schuin links.
ACKERMANS & VAN HAAREN
Hoek Schermerstraat / Begijnenvest.
Het hoekpand met zijn mooie toren is in 1883 gebouwd door architect Edmond Leclef, die er zelf in gaan wonen is. Zoals veel fraaie woonhuizen in die dagen is het in de stijl die we neo-Vlaamse renaissance noemen. Edmond is overleden in 1902 en na een aantal nieuwe eigenaars vestigt de N.V. Ackermans & van Haaren zich hier in 1926.
Nicolaas van Haaren en Hendrik Willem Ackermans zijn twee Antwerpse zakenlui die in 1876 gaan samenwerken voor bouwprojecten. Zo bouwen zij vanaf 1888 de forten langs de Maas in Wallonië, die bij de Eerste Wereldoorlog toch minder lang dan verhoopt standhouden. Maar intussen hebben Nicolaas en Hendrik in 1903 al een eerste internationaal project gerealiseerd: baggerwerken in het Argentijnse Rosario voor de havenuitbreiding van Bahia Bianca. Nicolaas overlijdt het jaar daarop en zal de oprichting van de naamloze vennootschap in 1924 dus niet meer meemaken.
Sinds 1984 is Ackermans & van Haaren een beursgenoteerde holding, waarin het bouwbedrijf nog steeds een grote rol speelt via bouwbedrijf CFE en Demé als internationale baggeraar. Daarnaast ook twee financiële instellingen, de Bank van Breda voor ondernemers – in het oude gebouw van het vroegere goederenstation Antwerpen-Zuid aan de Scheldekaaien – en de Bank Delen ten dienste van de rijkere belegger. Dat zie je ook aan het eigentijdse nieuwe kantoorgebouw in de Begijnenvest, dat aansluit op het oude pand.
Kijk nu weer vooruit naar het enorme gebouw aan de overzijde van de Leopoldplaats. Neem onze beschrijving erbij en wandel via de Bourlastraat naar de Frankrijklei en ga daar naar de overzijde van die drukke weg, zowel om de gevel van het gebouw goed te bekijken als ook een afdaling naar de ondergrond.
NATIONALE BANK VAN BELGIË – FILIAAL ANTWERPEN
Leopoldplaats 8.
Vanaf 6 december 1872 wordt de bouw van dit bankfiliaal bijna anderhalf jaar voorbereid door Hendrik Beyaert in samenwerking met aannemer Dollot, die al aangetrokken was om de fundamenten te leggen. De Raad van Bestuur van de Nationale Bank is enthousiast over het voorgestelde project, maar vindt het wel veel te duur. Beyaert krijgt opdracht de plannen te herzien. Daarop laat de architect alle opsmuk aan het gebouw weg en legt dat nieuwe ontwerp voor. Het contrast met de oorspronkelijke plannen is enorm is en daarom gaat de Raad van Bestuur toch akkoord met Beyaerts eerste ontwerp, op voorwaarde dat het binnen het begrote bedrag van 2 miljoen frank blijft en hij een aannemer vindt die het daarvoor wil doen. Dat laatste lukt Hendrik snel, want in feite heeft hij de kostenberekening gemaakt samen met aannemer Dollot, die dan ook het bouwen op zich zal nemen.
De gevels aan de Bourlastraat en de Mechelsesteenweg zijn naar het stadshart gericht en hebben meer het uitzicht van een kantoorgebouw met op hun raakpunt aan de Leopoldplaats een imposante hoofdingang.
Aan de zijde van de Frankrijklei – destijds nog Kunstlaan geheten – zorgt Hendrik Beyaert voor gevels die passen bij de aan deze boulevard op de voormalige stadsgrachten geplande huizen van de gegoede burgers. Via twee lagere poorten, lijkend op koetspoorten van een deftig herenhuis, wordt de binnenplaats bereikt. Twee kasteeltorens op de hoeken van de Frankrijklei met enerzijds de Bourlastraat en anderzijds de Mechelsesteenweg markeren de overgang naar de zijgevels.
Voor de afwerking van het gebouw met een passende decoratie doet Hendrik Beyaert een beroep op de Antwerpse beeldhouwers Jules Pécher, Jacques de Braeckeleer en het duo De Boeck en Van Wint, dat ook aan de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal heeft gewerkt. Pécher zorgt voor het beeld van de Vrede, dat centraal de eerste verdieping siert van de directeurswoning aan de Frankrijklei. Twee figuren die de Handel en de Industrie voorstellen op dezelfde gevel zijn van de Braeckeleer. En De Boeck en Van Wint zijn verantwoordelijk voor de allegorieën van de Dag en de Nacht.
Achter die gevels gaat een binnenplaats schuil, die het karakter heeft van een middeleeuws marktplein. Die gevels en torentjes zijn in rode baksteen in plaats van witte natuursteen, je ziet er een stukje van achter de Frankrijklei-gevel. Op een van de torentjes op de binnenplaats laat Beyaert zijn eigen hoofd uit een klein raampje steken, een naar middeleeuwse bouwmeesters verwijzend gebruik dat hij vaker bij zijn grote realisaties heeft aangebracht.
Vandaag kan je hier niet meer binnen stappen voor cash of het inwisselen van oude bankbiljetten van 100 frank, waarop Hendrik met de plattegrond van deze schepping stond afgebeeld. Zelfs een Nationale Bank moet vandaag bezuinigen en in een digitale wereld zijn bankfilialen in diverse grote Belgische steden niet langer noodzakelijk, dus kan je nu nog enkel in Brussel terecht. In dit gebouw huizen thans woninginrichting Donum en de kantoren van onder meer de Vihe Group (consulting en It’ers) en projectontwikkelaar Groep L, die hier kantoorruimten verhuurd. Ze zijn allemaal via de hoofdingang bereikbaar.
Steek de Frankrijklei even over naar de ingang van de parkeergarage op de middenberm van de Maria Henriettelei en daal met de trap of de lift af naar drie niveaus lager om daar de restanten te zien van een deels heropgebouwd bastion.
BASTION KEIZERSPOORT
Parking Nationale Bank, Frankrijklei.
Hier zie je een van de negen bastions van de zogeheten Spaanse omwalling, opgetrokken in de 16de eeuw uit baksteen en bekleed met kalkzandsteen uit Lede. Tijdens een archeologisch onderzoek in 2003 zijn deze resten opgegraven, verzaagd en opnieuw, maar dieper heropgebouwd in deze parkeergarage.
In 1542 blijkt dat de Antwerpse stadswallen nauwelijks voldoende stevig zijn om een aanval te kunnen weerstaan van de Gelderse krijgsheer Maarten van Rossum, hier bekend als Swerten Merten, omdat hij in de wijde omgeving veel grote verblijven platbrandt. Keizer Karel V neemt de Italiaanse vestingbouwer Donato di Boni in de arm om een nieuwe omwalling te ontwerpen volgens het moderne bastiontype. Die wordt grotendeels door de Antwerpse projectontwikkelaar Gilbert van Schoonbeke gebouwd tussen 1545 en 1553. Daarvoor laat hij voor zijn kalkovers turf afgraven in de Nederlandse provincie Utrecht, waarbij later de stad Veenendaal zal ontstaan.
Een bastion is een vijfhoekig uitspringend bolwerk, dat hier de nu verdwenen Keizerspoort moest verdedigen, de belangrijkste stadspoort aan de weg naar Mechelen. Daar was keizer Karel V doorheen gekomen bij zijn eerste bezoek aan Antwerpen, vandaar die naam Keizerspoort.
In 1850 wordt verder van de stadskern de nieuwe Brialmontomwalling aangelegd, waarna de oude omwalling eerder een hinderpaal vormt voor verdere stadsuitbreiding. Bovengronds wordt die daarom afgebroken, ondergronds blijven veel restanten zitten, zoals dit bastion. Bij de restanten zie je ook enkele mammoettanden in een vitrine liggen, die hier ook zijn opgegraven.
Ga nu terug via de Mechelsesteenweg zodat je weer uitkomt op de Leopoldplaats. Ga rechtdoor de Leopoldstraat in. Even verderop zie je links een doorgang met tegen een muur:
HET TEKEN AAN DE WAND
Leopoldstraat, ingang parking Sint-Elisabethgasthuis.
Een bronzen reliëf van Octave Landuyt waarin je een pelikaan ziet, het symbool van het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Werk). Het past hier dus wel, want hier huist het.
Even verder passeer je rechts de doodlopende Willem Tellstraat en daar zie je helemaal achterin:
ZIJGEVEL ARENBERGSCHOUWBURG
Willem Tellstraat.
Op deze zijgevel zie je het wapenschild van de Stad Antwerpen met de handjes (‘handwerpen’) en een lauwerkrans met het jaartal 1852 boven de ingangsbogen. Dat is het jaar dat de Cercle artistique, littéraire et scientifique d’Anvers wordt opgericht. Maar die krijgt pas heel wat later zijn feestzaal, na een verbouwing in 1864 van het huis ‘De stadt Sevillien’ in de Arenbergstraat door Eugeen Gife. De plechtige inhuldiging op 18 augustus 1873 wordt bijgewoond door koning Leopold II en koningin Maria Hendrika. Pas in 1929 wordt die feestzaal omgebouwd tot de huidige theaterzaal.
Willem Tell was de Zwitser die met zijn kruisboog door een appel op het hoofd van zijn zoontje schoot. Hij had landvoogd Herman Gessler beledigd. Die zet in 1307 zijn hoed op een staak op het dorpsplein als symbool van zijn macht en iedereen moet die hoed groeten. Willem weigert dat en als straf moet hij die appel op zijn zoontjes hoofd wegschieten.
De straatnaam is geen toeval, we naderen stilaan de schuttershoven, waarover zo meteen meer.
Hier sluit je opnieuw aan bij de wandeling als je de verkorting nam bij Hotel Botanic Sanctuary Antwerp.
