Chavée Achille

Deze Bollebooswichtpagina is gekoppeld aan de Stapperloot-route La Louvière
Wandel deze route met je smartphone.

Achille CHAVÉE
° Charleroi, 6 juni 1906.
† La Hestre, 4 december 1969.

Hoewel geboren in Charleroi, zullen vooral La Louvière en Mons de steden worden waar Achille Chavée actief wordt op zowel politiek als cultureel vlak. La Louvière omdat zijn ouders naar die stad verhuizen als Achille zestien is, Mons waar hij naar het atheneum gaat, nadat hij in La Louvière omwille van zijn subversieve ideeën van het katholieke Saint-Joseph Institut is verwijderd. Na een rechtenstudie in Brussel zal hij zich dan ook aan de balie van Mons inschrijven in 1930.

Op het atheneum maakt Achille kennis met de gedichten van Alfred de Musset en het werk van Victor Hugo en hij gaat enthousiast de literatuur van Charles Baudelaire en Arthur Rimbaud ontdekken. Het politieke klimaat is eind jaren 1920 in het Waalse industriebekken gespannen en Achille Chavée richt samen met zijn vriend Walter Thibaut in 1927 de Union fédéraliste wallonne op, die geen bescheiden doelstellingen heeft, namelijk de culturele en politieke autonomie van Wallonië. Chavée wordt in 1929 ook medestichter van het tijdschrift La Bataille wallonne, juist op een moment dat er grote stakingen beginnen in de mijnen van de Borinage – de streek rond Mons – en het Centrum – het gebied waarin La Louvière ligt. En die stakingen breiden zich in 1932 uit over het hele Waalse industriebekken, waarbij Chavée de verdediging op zich neemt van arbeiders en mijnwerkers.

Op 29 maart 1934 wordt in La Louvière de groep Rupture opgericht door Albert Ludé, André Lorent, Marcel Parfondry en Chavée. Hoewel deze beweging vooral politiek engagement nastreeft, is er ook meteen een sterke band met het surrealisme, waardoor auteur Fernand Dumont al snel toetreedt.  Rupture gaat een jaarlijks tijdschrift uitbrengen, Mauvais temps, doch het zal bij één nummer blijven. Maar daarin publiceren naast Rupture-leden Lorent en Dumont ook al René Magritte, die eerder tot een groep Brusselse surrealistische schilders behoort.

Achille Chavée is druk in de weer in die dagen. Eerst publiceert hij in 1935 zijn eerste eigen dichtbundel ‘Pour cause déterminée’, maar hij werkt daarnaast mee aan het Bulletin international du Surréalisme en ondertekent het ‘Couteau dans la plaie’ (Het mes in de wond), waarmee voor het eerst de Henegouwse surrealisten samen naar buiten treden met de Brusselse groep, met naast Magritte ook Paul Nougé, Louis Scutenaire, André Souris en Édouard Léon Théodore Mesens, welke laatste doorgaans als E.L.T. Mesens vermeld wordt.     

Chavée zal het jaar daarop ook het traktaat Le domestique zélé (De ijverige knecht) mee ondertekenen, waarmee André Souris uit de surrealistische groep wordt gestoten, omdat hij een hommage had georganiseerd voor Henry Le Bœuf, directeur van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Dat PSK besteedde op dat moment weinig of geen aandacht aan de surrealisten.

In 1936 ontmoet Achille Chavée in Parijs de  Fransen André Breton – die in 1924 een Manifest du Surréalisme publiceerde en sindsdien zowat de ‘paus’ van die kunstrichting was  – en Paul Éluard,  vriend van Breton en vroeg aanhanger van de Dada-beweging, een voorloper van het surrealisme. Maar in november van dat jaar vertrekt Chavée naar Spanje om mee te vechten in de burgeroorlog. Tot november 1937 is hij daar lid van de brigade Dombrovski, een van de groepen van de Internationale Brigades die in deze strijd actief zijn.

Terug in België, maakt Achille in 1938 kennis met Pol Bury, waardoor hij ook betrokken raakt bij diens beweging Daily-Bul. Als eind dat jaar de groep Rupture wordt ontbonden, richt Chauvée op 1 juli 1939 in Mons weer een nieuwe op, de Groupe surréaliste en Hainaut met Fernand Dumont, Marcel Lefrancq, Armand Simon en Louis Van de Spiegele. En of dat niet volstaat, werkt Achille in 1940 mee aan  twee nummers van het tijdschrift L’invention collective, opgericht door René Magritte en Raoul Ubac van de Brusselse groep.

Wanneer Hitler de Tweede Wereldoorlog ontketent en België bezet gaat Achille Chavée bij het gewapende verzet en werkt hij mee aan een surrealistisch tijdschrift dat in Parijs wordt uitgegeven tussen 1941 en 1944 onder de titel La Main à plume, die ontleend is aan het gedicht ‘Une saison en enfer’ van Arthur Baudelaire. Door die activiteiten wordt Chavée gezocht door de Gestapo en moet in de clandestiniteit onderduiken.

Na afloop van WO II ontbindt Chavée in 1946 de Henegouwse surrealistische groep, maar zoals van hem kon worden verwacht, sticht hij op 19 februari 1947 in Mons meteen een nieuwe, Haute Nuit, met de bekende namen: Louis Van de Spiegele, Marcel Lefrancq en Armand Simon. Ze zetten zich af tegen het soort surrealisme dat intussen een modeverschijnsel lijkt geworden, een soort etiquette waar een hoop dwazen zich mee inlaten. Haute Nuit wil opnieuw het avontuur in het surrealisme laten opleven, zonder dogma’s en zonder conformisme, met een geloof in de avant-garde.

In 1956 sticht Achille alweer een nieuwe groep, Schema, maar hij wordt in 1961 ook lid van het Mouvement populaire wallon. Dat was eind februari als politieke organisatie opgericht door vakbondsleider André Renard na een algemene staking tijdens de voorafgaande winter tegen de Eenheidswet. Men eist structurele hervormingen en wil federalisme nastreven. Het samengaan van politiek en kunst is dus nooit ver weg bij Chavée. Intussen werkt hij verder mee aan diverse surrealistische tijdschriften, terwijl hij tussen 1935 en zijn overlijden op 4 december 1969 in het Henegouwse dorp La Hestre niet minder dan dertig bundels heeft gepubliceerd – zie oeuvrelijst – met gedichten en aforismen, vaak vol humor. Ook veel jonge kunstenaars – schrijvers, fotografen, schilders, beeldhouwers – konden op zijn steun en aanmoediging rekenen. Vandaar ook twee postume bundels, uitgebracht door ‘Les amis d’Achille Chavée’ en als orgelpunt een bundel aforismen, uitgegeven door Daily-Bul.

Oeuvre:
1935 Pour cause déterminée, gedichten; Brussel, René Henriquez.
1935 Le cendrier de chair; La Louvière, Cahiers de Rupture.
1938 Une fois pour toutes, gedichten; La Louvière, Cahiers de Rupture.
1940 La question de confiance; Mons, Groupe surréalistes en Hainaut.
1946 D’ombre et de sang, gedichten; La Louvière, Editions du Boomerang, met een tekening van Pol Bury.
1948 Ecorces du temps, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1948 De neige rouge, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1948 Ecrit sur un drapeau qui brûle, gedichten; Mons, Haute Nuit.
???? Au jour la vie, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1950 Blason d’amour, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1951 Ephémérides, gedichten; Mons, Haute-Nuit.
1952 A pierre fendre, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1954 Cristal de vivre, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1956 Entre puce et tigre, gedichten; La Louvière, Editions de Montbliard.
1956 Catalogue du seul, gedichten; La Louvière, Editions de Montbliard.
???? Les traces de l’intelligible, gedichten; La Louvière, Editions de Montbliard.
1958 Quatrains pour Hélène, gedichten; Mons, Haute Nuit.
1958 L’enseignemont libre, gedichten, nota’s, zinnespelen, aforismen; Mons, Haute Nuit.
1959 Lætare 59, aforismen; La Louvière, Daily-Bul.
???? Le prix de l’évidencce, gedichten; Paris-Brussel, Bibliothèques Phantomas.
1961 L’éléphant blanc; La Louvière, Daily-Bul.
???? Poèmes choisis; Brussel-Paris, Anthologie de l’Audiothèque.
1963 Tendances nouvelles de la littérature et de l’art dans la région du Centre, in tijdschrift Rencontre;
La Louvière, Cahiers van et IPEL, n° 1-2, januari-juni.
???? Le sablier d’absence; Brussel, Editions Edda.
1964 Décoctions; La Louvière, Daily-Bul.
1965 De vie et de mort naturelles, gedichten; La Louvière, Editions de Montbliard.
1966 Adjugé, gedichten; La Louvière, Dail y-Bul, Collectie Les poquettes volantes.
1967 L’agenda d’émeraude, gedichten; La Louvière, Editions de Montbliard.
1969 Ego-Textes d’Achille Chavée, voorafgegaan door Mélangeur van Pol Bury,
gedichten en aforismen, gekozen door André Balthazar; La Louvière, Daily-Bul.
1969 Le grand cardiaque, gedichten; La Louvière, Daily-Bul.
1969 Au demeurant, aforismen; La Louvière, Daily-Bul.

Postume werken
1974 Décoctions II, aforismen; La Louvière, Daily-Bul. Uitgave voor Les amis d’Achille Chavée.
1975 7 poèmes de haute négligence, gedichten met illustraties van Armand Simon;
La Louvière, Daily-Bul. Uitgave voor Les amis d’Achille Chavée.
1979 Petit traité d’agnostisme, aforismen; La Louvière, Daily-Bul.

Klik voor andere routes op Routes
Voor andere Bollebooswicht-items klik je op Bollebooswicht