Deze Bollebooswichtpagina is gekoppeld aan de Stapperloot-route Dendermonde.
Wandel deze route met je smartphone.

Godfried (Godefroid) DEVREESE
°  Kortrijk, 19 augustus 1861.
† Brussel, 31 augustus 1941.

Constant Devreese is beeldhouwer in Kortrijk, als daar op 19 augustus 1861 zijn vrouw Virginie een zoon baart. Nu heeft Constant acht jaar lang in het atelier van Eugène Simonis in Brussel gewerkt, juist in de tijd dat deze beeldhouwer het standbeeld van Godfried van Bouillon voor het Koningsplein in de Belgische hoofdstad realiseerde. Simonis heeft toen zijn leerlingen gevraagd om hun oudste zoon Godefroid te noemen en zo geeft de vader dus zijn eerste kind ook aan bij de Kortrijkse ambtenaar van de burgerlijke stand. Het spreekwoord van de appel en de boom gaat hier op, Godfried treedt in pa’s voetsporen, maar heeft ook van moeder wat artistieke genen meegekregen, want Virginie Van de Wiele is muzieklerares.

Het zal niet verbazen, dat Godfried eerst een opleiding in het beeldhouwersatelier van zijn vader krijgt. Daarna gaat hij nog wat verder studeren aan de kunstacademies van Kortrijk en Brussel. In de hoofdstad krijgt hij tussen 1881 en 1886  les van Jehotte, Eugène Simonis en Charles Van der Stappen. Al tijdens die studie behaalt Godfried Devreese prijzen: in 1882 en 1886 de Grote Prijs Beeldhouwen van de academie, in 1884 de Prijs Godecharle voor David met het hoofd van Goliath en in 1885 wordt hij tweede bij de Prijs van Rome met De dood van Cesar in hoogreliëf. Eenmaal afgestudeerd vestigt Godfried zich in Brussel en spreken we hem voortaan binnen het beeldhouwersmilieu aan als Godefroid.

Paarden en hengsten
Het wordt nu tijd voor Godefroid Devreese om zich wat breder te oriënteren, hetgeen gebeurt via reizen naar Engeland (1898), Nederland (1902), Parijs (1904-’05), Spanje (1912) en Italië (1929). Uiteraard zorgt hij intussen voor heel wat werkstukken, waarbij hij naast kleine en grote beelden ook opvalt als vernieuwend medailleur, een man die reliëfportretten maakt op penningen en gedenkstenen. Devreese exposeert op diverse tentoonstellingen en salons, zoals op het Brusselse Salon van 1886, waar hij Een Stappend Paard toont, op de 34e tentoonstelling van Schone Kunsten in het Gentse Casino, waar hij met een Ruiterstandbeeld aanwezig is, of in 1896 in Parijs, waar Een Vlaamse hengst van Godefroids hand opvalt. Dankzij deze beelden van paarden en ook andere dieren, krijgt Devreese ook naam als dierenbeeldhouwer, zonder nu meteen tot de animaliers te worden gerekend.

In 1887 schrijft het Kortrijkse stadsbestuur een wedstrijd uit voor een beeld van geneesheer Jan Palfijn, de illustere stadsgenoot die enkele eeuwen eerder de verlostang heeft uitgevonden. Godefroid Devreese doet mee en hoewel geen enkele inzending uiteindelijk als winnend ontwerp wordt geselecteerd, ontvangt Devreese de premie van 1000 Belgische frank, verbonden aan de eerste prijs. Bij een tweede wedstrijd wordt Godefroid opnieuw winnaar, maar de vervaardiging van het uiteindelijke werkstuk wordt toevertrouwd aan de Borgerhoutenaar Thomas Vinçotte, wiens ‘Jan Palfijn’ in 1889 wordt onthuld. Toch mag Godefroid Devreese 1889 afsluiten met een succesje, hij behaalt de eerste prijs in een driejaarlijkse wedstrijd van de Brusselse academie en krijgt voor een inzending in Keulen een gouden medaille.

De jaren ’90 van de 19de eeuw gaat het Godefroid Devreese voor de wind. In 1893 wordt zijn bronzen standbeeld van letterkundige Prudent Van Duyse onthuld op de Vlasmarkt in Dendermonde, het jaar daarop trouwt Godefroid met Marie Pauwels, weduwe van Jules Desmeth. Haar zoon Louis Desmeth zal later de eerste en enige leerling van Devreese worden. Voor zijn inzending De Worstelaar wordt Godefroid Devreese in 1895 op het Parijse Salon beloond met het lidmaatschap van de Société nationale des Beaux-Arts de France.

Spuitende draken en spoorslags verguld
In 1897 mag Godefroid meewerken aan een groot project, de Anspachfontein die op het De Brouckèreplein in Brussel wordt opgericht. Hij is de maker van zes spuitende zeedraken, die je vandaag aantreft op de Vismet, zoals Brusselaars het plein dat is ontstaan door het dempen van het dok tussen de Baksteen- en de Brandhoutkaai noemen in de Katelijnewijk. Het enorme monument op het Brouckèreplein is namelijk later afgebroken en in onderdelen op enkele andere plaatsen in de stad heropgericht. En in 1899 is het dan toch raak in Kortrijk. Daar kiest het stadsbestuur Devreese’s ontwerp voor een Groeningemonument, dat moet in 1902 gaan herdenken dat 600 jaar tevoren nabij die stad de Slag der Gulden Sporen heeft plaatsgevonden, waarnaar thans nog de Vlaamse feestdag van 11 juli (1302) verwijst. Nu komt dat monument op de Groeningekouter niet tijdig gereed, pas in 1906 vindt de onthulling plaats, maar het beheerst nog steeds een heel park in het midden van het Plein.

Op het Schaarbeekse Weldoendersplein zorgen Godefroid Devreese en Henri Jacobs samen voor een groot bronzen monument met als titel Aan de Weldoenders der Armen / Aux Bienfaiteurs des Pauvres. Een allegorische Caritas omarmt een oudere man en een kind. Zij staan op een waterbekken met art nouveautrekken; dat Henri Jacobs heeft aangelegd.
En in 1911 maakt Devreese een monument voor Emile Henricot in het Waals-Brabantse dorp Court- Saint-Etienne.

Ondertussen is Godefroid Devreese bevriend geraakt met Victor Horta, de beroemde art nouveau-architect. In het atelier van Devreese in Schaarbeek ontwerpt Horta ornamenten en de twee werken regelmatig samen, waarbij Victor de sokkels ontwerpt voor de beelden van Godfried (twee Vlamingen onder elkaar, nietwaar).    

Godfried gaat voor een medaille
Al in 1895 heeft Godefroid zijn eerste gedenkpenning ontworpen. Aanvankelijk ontwerpt Devreese zijn medailles in een zo laag mogelijk basreliëf, wat hij heeft afgekeken van de Franse medailleurs Jules Chaplain en Louis Roty. In 1901 wordt Godefroid lid van de Nederlands-Belgische kring Les amis de la médaille d’Art en in 1902 toont hij acht medailles op een tentoonstelling van de Société des Beaux-Arts te Kortrijk. Bij een wedstrijd voor een medaille voor 75 jaar Onafhankelijk België behaalt Devreese in 1905 de eerste prijs. In datzelfde jaar mag hij een gedenkpenning ontwerpen voor de Internationale Tentoonstelling (een Wereldtentoonstelling) van Luik.

Ook na de Eerste Wereldoorlog telt Godefroid Devreese nog mee. Nog eens voor Kortrijk maakt hij in 1923 een Monument voor de Oorlogsslachtoffers. Aan de voet van dit monument drapeert hij een leeuw, die later door collega Alois de Beule wordt gekopieerd en uitvergroot om die te hergebruiken voor diens Menenpoort te Ieper. In het Parc des Sept-Heures in kuuroord Spa zorgt Devreese in 1925 voor een basreliëf ter herdenking van de wapenstilstand in november 1918.
In 1930 stelt Godefroid Devreese liefst zeventien medailles tentoon op de expositie van 100 jaar Belgische Kunst 1830-1930.

Niet alleen behaalt Godefroid Devreese prijzen bij wedstrijden, hij mag ook heel wat officiële erelintjes in ontvangst nemen: Commandeur in de Leopoldsorde, Officier in de Kroonorde, Officier in het Erelegioen en verder nog titels van Italiaanse, Spaanse en Roemeense orden. Ook is hij toegelaten als lid van de Koninklijke Academie van België, waartoe de beste kunstenaars, schrijvers en wetenschapslui behoren. De Tweede Wereldoorlog beleeft Godefroid Devreese maar heel gedeeltelijk, op 31 augustus 1941 overlijdt deze beeldhouwer in de Brusselse randgemeente Elsene.

Oeuvre:
1893
  Standbeeld Prudens Van Duyse, brons.
Vlasmarkt, Dendermonde.
1897     Zes waterspuwende zeedraken.
Deel van Anspachfontein, Vismarkt, Brussel.
Waterbassin nabij Katelijnekerk..
1899-1906 Slag der Gulden Sporen, brons.
Plein, Kortrijk.
1907 Aan de Weldoeners der Armen / Aux Bienfaiteurs des Pauvres, brons.
Weldoenersplein, Schaarbeek.
Beeldengroep, in samenwerking met Henri Jacobs.
1911 Monument Emile Henricot, roze graniet en brons.
Place des Déportés, Court- Saint-Etienne.
Stèle in roze graniet met bronzen reliëf van ir. Emile Henricot, stichter van de lokale metaalindustrie. Daarvoor een bronzen arbeider die een leerjongen zijn bedrevenheid toont. De industrie heeft bestaan van 1847 tot 1984.
1911 Bacchanale, brons.
Middenberm Louis Bertrandlaan, Schaarbeek.
1912 Bacchanale, marmer, sokkel roze graniet.
Park van Mariemont, Morlanwelz.
Kopie van Bacchanale 1911 Schaarbeek, ook in opdracht Raoul Warocqué.
1923 Monument voor de Oorlogsslachtoffers.
Kortrijk.
1925 Vrouwe Justitia.
Justitiepaleis-Linker galerij, Justitieplein, Brussel.
1925 Jeanne Boelaerts, reliëf.
Kerkhof van Elsene, Elsene.
1925 Monument Wapenstilstand november 1918, basreliëf.
Parc des Sept-Heures, Spa.
???? Borstbeeld Charles Graux.
Justitiepaleis-Rechter galerij, Justitieplein, Brussel.
???? Borstbeeld Antoine Depage.
Brugmannplein, Elsene.
???? Borstbeeld Louis Morichar, brons.
Jacques Franckpark, Sint-Gillis (Brussel).
???? Le Tramway.
Gemeentehuis-rechterzijde, Sint-Gillis (Brussel).
???? Condor.
Kruidtuin, Kruidtuinlaan, Sint-Joost-ten-Node.
???? Zeegod met tritonshoorn.
Vijver Astridpark, Brugge.
Tot 1956 op oude Kunstberg te Brussel, sinds 1958 in Brugge.

Klik voor andere routes op Routes.
Voor andere Bollebooswicht-items klik je op Bollebooswicht.