IANCHELEVICI Idel

Deze Bollebooswichtpagina is gekoppeld aan de Stapperloot-route La Louvière
Wandel deze route met je smartphone.

Idel IANCHELEVICI
°  Leova (Roemenië), 5 mei 1909.
† Maison-Laffite (Frankrijk), 26 juni 1994.

In 1929 komt de in het dan Roemeense – nu Moldavische – Besarabische Leova op 5 mei 1909 geboren Idel Iachelevici naar Luik, waar een aantal vrienden van de familie wonen. Ianchelevici is jood, dus het is niet zo vreemd dat er kennissen ver van zijn geboortedorp wonen. Hij werkt in Luik enige tijd als leerling-graveur bij de firma Pieper, die FN-jachtgeweren verkoopt. Idel moet echter terug naar Roemenië, waar hij zijn dienstplicht dient te vervullen. Een kolonel ziet dat de jongen kunstzinnig getalenteerd is en zorgt dat hij een atelier ter beschikking krijgt om die gave te ontwikkelen.

Terug in Luik in 1931 houdt Ianchelevici zich in leven met allerhande baantjes, zoals inpakker bij warenhuis Grand Bazar. Op aandringen van zijn vrienden schrijft hij zich in aan de Luikse Academie voor Schone kunsten, waar hij in het atelier van Oscar Berghmans zich kan bekwamen in het beeldhouwen. Al na enkele maanden behaalt hij hier de eerste prijs voor beeldhouwwerk van de Stad Luik.

Nadat hij twee jaar later afgestudeerd is trouwt Idel Ianchelevici met Elisabeth Frenay, een Belgische vrouw. Het gezin verhuist in 1933 naar Brussel, waar de carrière van Ianchelevici goed op gang komt nadat hij beelden heeft gemaakt voor de Brusselse Wereldtentoonstelling van 1935 en in datzelfde jaar heeft kunnen exposeren in het Paleis voor Schone Kunsten.

Door contacten tussen de kunstenaar en politicus August Vermeylen in het atelier van Iachelevici is er bij Idel grote bewondering ontstaan voor Vermeylen, wat tot het maken van een bronzen portretbuste heeft geleid, die in zes exemplaren is gegoten. In 1957 heeft de Stad Antwerpen een exemplaar aangekocht van de kunstenaar, dat thans in het openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim is opgesteld.

Het wedervaren van de Duiker

Idel Ianchelevici voor de Luikse Exposition Internationale de l’Eau van 1939 opdracht om een beeldhouwwerk te maken. ‘De Duiker’ is een ambitieus project, dat hij enkele jaren tevoren al op papier heeft gezet: een man met uitgestrekte armen, 250 m groot, gedragen door een boog van meer dan 15 meter hoog. Idel besluit tot de uitvoering van het project. De lijn van de boog moet het personage dragen, dat uit naadloos pleister is gemaakt. De eigenlijke realisatie vertaalt niet het gevoel en de eenheid van de beweging zoals Idel het zich had voorgesteld.

‘De Duiker’ staat bij het Olympisch zwembad nabij de ingang van het Albertkanaal. Goed in het zicht vanuit het Lido, waar veel bezoekers komen, die hun bewondering volop laten blijken. Dat succes leidt tot het vervaardigen van een kopie uit duurzamer materiaal: beton voor de boog met een bronzen duiker. Bij de onverwachte komst van de oorlog wordt het door de Stad Luik aangekochte beeld verborgen in de kelders van het Paleis voor Schone Kunsten.

In 1998 leiden naspeuringen bij de Luikse universiteit naar het werk en leven van Idel Ianchelevici tot de herontdekking van ‘De Duiker’. Het Luikse schepencollege voelt wel voor een herplaatsing, maar omdat het beton is aangetast wordt besloten om ‘De Duiker’ ter hermaken in eigentijds materiaal. De boog met een straal van 10 meter wordt uit beschilderd staal gecreëerd en heeft een gewicht van 35000 kilogram, de Duiker zelf wordt uit polyester op een metalen skelet gemaakt, is 3,20 meter hoog en weegt 80 kilo. Een goed zichtbare plek wordt gevonden bij de moderne jachthaven, waar de nieuwe Duiker in juni 2000 wordt ingehuldigd.

Het naoorlogse werk

In zijn vroegste beelden laat Idel zich onder meer inspireren door sociale strijd, maar dat evolueert al snel tot een bijna vergeestelijkte uitbeelding van universele waarden als hoop, vriendschap en liefde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog moet Idel als jood onderduiken in Maransart, bij Lasne, in het tehuis voor kinderen ‘La Clé des Champs’ van Betty Lavachery, die zelf een verzetsnetwerk leidt. Na de oorlog verkrijgt Idel in 1945 de Belgische nationaliteit.

Vijf jaar later verhuist hij naar Frankrijk, waar hij in Maison-Laffite gaat wonen. Hij kan tentoonstellen in het Musée Rodin (gewijd aan die andere beroemde beeldhouwer) en in diverse musea in Israël, mede dankzij zijn joodse afkomst, maar ook in diverse steden van het toenmalige Belgisch Congo, in Canada en in de orangerie van het paleis van Versailles. Hij krijgt opdrachten voor monumenten als dat voor de Politieke Gevangenen bij het Fort van Breendonk en de Wederopstanding van Israël in de stad Haïfa.

Op 26 juni 1994 is Idel Ianchelevici gestorven in Maison-Laffite, waar hij ook begraven ligt op het kerkhof.

Naast beeldhouwwerk heeft Idel Iachelevici ook veel tekeningen gemaakt. In La Louvière is er een museum aan Idel Iachelevici gewijd, het Mill (Musée Ianchelevici La Louvière, Place Communale 21), evenals in Maison-Lafitte en een tijdlang ook in het Nederlandse Goudriaan, waar de verzameling van een collectioneur te zien was. Op 18 september 2004 is een gezamenlijke postzegeluitgave van Roemenië en België uitgebracht, die twee zegels omvatte met daarop de beelden ‘Het Woord’ en ‘Perennis perdurat poeta’.

Oeuvre:
1932 Le Meneur
, volkse figuur.
Luik.
1935 August Vermeylen, brons.
Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim, Middelheimlaan, Antwerpen.
Portretbuste naar aanleiding van de grote interesse van deze politicus voor het werk van
Ianchelevici in diens atelier.
1936 L’homme à la casquete (Man met de pet), Volkse figuur.
Luik.
1939/2000 Le Plongeur / De Duiker, brons / nieuwe versie in polyester op metaal met een stalen draagboog.
Jachthaven, Pont Albert Ier, Luik.
1945 Fille soufflant l’eau ( In het water blazend meisje), fontein, brons.
Binnenplein Résidence Centrale, Sint-Sebastiaansgang, Bergstraat 42, Brussel.
1947 Confluence (Samenvloeiing), Carrara-marmer.
Cité Administrative, Potiérue 5, Luik.
De samenvloeiing van Maas en Ourthe uitgebeeld als twee meisjes met lange haren.
1947 L’Appèl / De Wekroep.
Square Keuwet (afrit autostrade), La Louvrière.
1954 De Weerstander, Nationaal Monument voor de Politieke Gevangenen uit WO I en WO II.
Fort van Breendonk, Willebroek.
1956 Negerfiguren voor het Stanleymonument: herder, jager, visser.
Léopoldville (Kinshasa), Belgisch Congo.
1956 Mercurius, brons.
Koepel Institut Warocqué, Place Warocqué 17, Mons.
1957 Portretbuste August Vermeylen.
Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim, Middelheimlaan, Antwerpen.
1958 Le Verbe / Het Woord, brons.
Grote Markt, Sint-Niklaas.
Oorspronkelijk gemaakt voor Expo ’58 in Brussel als een hommage aan de naoorlogse overtuiging van het steeds grotere belang van het menselijk kunnen en opgesteld bij paviljoen van de burgerlijke bouwkunde. Na de wereldtentoonstelling is het vele jaren in een atelier blijven staan, totdat de vereniging ‘Kunst in de Stad’ van Sint-Niklaas het beeld aankocht als eerbetoon aan de dichter Antoon van Wilderode, die in deze stad heeft gewoond en gewerkt. Het beeld is op 25 juni 1988 op de Grote Markt onthuld.
1958 La Rencontre (De Ontmoeting), Chauvigny-steen.
Palais des Congrès, Esplanade de l’Europe 2, Luik in Boveriepark).
1959 Pâtre (De Herder), brons.
Musée en Plein Air Sart-Tilman, Luik.
Een repliek van één van de beelden die Ianchelevici maakte voor het Stanleymonument in Léopoldville (nu Kinshasa).
1964 Henri Jaspar, brons, politicus.
Joseph Coosemansstraat, Schaarbeek.
1970 Camille Huysmans, brons.
Camille Huysmanslaan, zijde Jan Van Rijswijcklaan, Antwerpen.
Tekst uit een toespraak van Huysmans van 1 mei 1940: “De wereld zal niet gered worden door diegenen die hun hoofd buigen en kruipen voor de brutale macht, maar wel door diegenen die onvervaard rechtstaan en strijden voor algemene vrede en algemene welvaart, voor een wereld zonder verdrukking en zonder vervolging, in een democratische gemeenschap van broederlijkheid onder alle volkeren der aarde.”
1970-’71 Le Mur (De Muur), muur met gravure in Brétigny-steen naast toegang.
Begraafplaats van Robertmont, Rue de Herve 46, Luik-Bressoux (tegenover Rue Eugène Vandenhoff).
1974 Perennis perdurat poeta, brons.
Middenberm Halewijnlaan bij Frederik van Eedenplein, Antwerpen-Linkeroever.
Schenking van BP Belgium naar aanleiding van Antwerpen Culturele Hoofdstad van Europa in 1993 en onthuld op 10 december 1993. Twee paardjes met een liggende ruiter erop brengen een hulde aan de creatieve mens, waarnaar ook de naam verwijst: Voortdurend en volhoudend scheppen.
1974 Pierre Harmel, buste Luiks politicus.
Musée Idel Ianchevlevici La Louvière, Place Communale 21, La Louvière.
1991 Ere-Gouverneur Louis Roppe, brons.
Villers Park, hoek Toekomststraat / Stadsomvaart, Hasselt.
Schenking van Roger Souveryns, destijds eigenaar en chef-kok van restaurant Scholteshof, ter gelegenheid van zijn 30-jarige culinaire carrière. Louis Roppe (1914-1982) is van 1950 tot 1978 provinciegouverneur van Limburg geweest.
???? La Source (De Bron), rood Portugees marmer.
Musée de la Vie wallonne, Rue des Mineurs / Rue Moray, Luik.
???? Aube (Dageraad).
Château de Colonster, Allee des Erables, Luik-Sart-Tilman, nabij campusingang.
???? Les Jeunes Filles (De Meisjes), leisteen.
Haute École de la Ville de Liège, Rue Hazinelle 2, Luik.
???? Achiel Van Acker, brons, borstbeeld Eerste Minister, BSP-politicus.
Achiel Van Ackerplein, Brugge (voor Joseph Ryelandt concertzaal).
???? Koning Boudewijn.
???? Koningin Fabiola.         

Klik voor andere routes op Routes
Voor andere Bollebooswicht-items klik je op Bollebooswicht