Monfortanen

Deze Bollebooswichtpagina is gekoppeld aan de Stapperloot-route Boechout
Wandel deze route met je smartphone.

MONTFORTANEN

Zo’n 20 km ten westen van de Bretoense hoofdstad Rennes ligt Montfort-sur-Meu. Daar wordt op 31 januari 1673 Louis Grignon geboren in een arbeidersgezin. Na hem komen er nog zeven kinderen in dezelfde wieg terecht. Normaliter zal Louis een behoorlijk vak moeten gaan leren om mee de kost te verdienen en zijn moeder een handje toe te steken bij de opvoeding van al dat kroost. Maar al zeer jong, zien we Louis de kinderen uit de buurt rond zich verzamelen om samen de rozenkrans te bidden. Daarna houdt hij hen bezig met verhalen over heiligen of ware donderpreken. Daaruit begrijpt zijn moeder, dat in haar oudste een priester schuilt. En doordat ook zijn onderwijzer daar reeds een vermoeden van heeft, slagen zij er samen in enkele meer welgestelde dorpsgenoten te overtuigen in Louis geld te investeren, zodat de jongen een degelijke opleiding kan volgen.

Die start in Rennes bij de jezuïeten. Naast zijn lessen sluit Louis zich aan bij de sodaliteit – een groep leken, die zich toelegt op het samen beleven van hun godsvrucht – en wordt een voorbeeldig lid. Omdat hij altijd al bijzonder gehecht is aan Onze-Lieve-Vrouw, voegt hij haar naam toe aan de zijne, Louis wordt Louis Marie.

Eenmaal zijn middelbare studie voltooid, moet Louis naar Parijs voor de priesteropleiding. In 1693 overbrugt hij de 180 km die Rennes van de Franse hoofdstad scheiden te voet, onderweg slapend in hooioppers of onder bruggen. Eenmaal in Parijs, meldt hij zich aan bij een seminarie, waar armoe troef is. De leerlingen krijgen nauwelijks te eten en het is dan ook geen toeval dat Louis flink ziek wordt. Tot overmaat van ramp, trekt zijn sponsor zich terug juist op het moment dat zijn priesterwijding al aan de horizon gloort. Even lijkt het erop, dat Louis’ droom hier abrupt eindigt en dat hij terug naar huis zal moeten gaan. Maar dan duikt een meevoelende priester op, die hem bij zich in huis neemt. Daardoor kan Louis Marie Grignon in 1700 toch tot priester worden gewijd.

Nadat hij zijn eerste mis heeft opgedragen in de Parijse Saint-Sulpicekerk, wordt hij als kapelaan naar een ziekenhuis in Poitiers gestuurd. Hij had het beter kunnen treffen; wanbeleid en onderling gekrakeel zijn hier aan de orde van de dag. Al snel maakt Louis zich geliefd bij de partiënten, maar gehaat bij de leiding van de instelling. Hij is namelijk begonnen met het reorganiseren van het personeelsbestand en dat wordt hem niet in dank afgenomen, erger, hij wordt voor zijn diensten bedankt. Maar intussen heeft hij wel de basis kunnen leggen voor een religieuze groep vrouwen. Die groeit in 1715 uit tot de congregatie van de Dochters van de Goddelijke Wijsheid, onder welke naam zij arme zieken gaan verzorgen en vrije scholen oprichten om kinderen uit de lagere klasse wat kennis bij te brengen.

Dat ontslag in Poitiers is niet Louis’ eerste tegenslag. Al op het seminarie hebben de oversten zich uitgeput in manieren om hem belachelijk te maken en zijn geduld op de proef te stellen. Zijn leven zal uiteindelijk helemaal in het teken staan van voortdurende tegenspraak en hardnekkige tegenstand bij alles wat hij wil doen. Na Poitiers trekt hij naar Rome, waar hij paus Clemens XI vraagt hem op buitenlandse missie te zenden. Clemens weigert, maar stuur Louis als apostolisch missionaris terug naar Bretagne.

Daar begint hij in zijn stilaan bekende begeesterde stijl zich in te zetten in woord en daad in plattelandsparochies, waar soms al generaties lang geen priester meer gesignaleerd is. Vervallen kerken worden opgekalefaterd, verbroken huwelijken worden hersteld, kinderen gedoopt en onderwezen, kortom, het katholieke geloof krijgt er opnieuw gestalte. Louis sluit zich aan bij de derde orde der dominicanen, de predikheren, ha ja! (Derde orde wil zeggen, dat het om mensen gaat, die niet in een klooster samenleven en daardoor niet gebonden zijn aan eeuwige geloften, zij kunnen dus vrij uittreden. De Kerk heeft echter graag dat groepen mensen, die samen het geloof verkondigen zich op deze wijze als behorend tot een orde organiseren.)

Overal waar hij verschijnt, stimuleert hij de devotie voor de rozenkrans. Aanvankelijk komen de mensen uit pure nieuwsgierigheid naar hem kijken, maar velen blijven komen om naar zijn preken te luisteren, die veel bijdragen tot de hernieuwing van het geloof in Frankrijk.

Dat succes zet natuurlijk kwaad bloed bij menigeen, met name binnen het instituut van de Kerk zelf. Hij mag al spoedig heel wat geestelijken en zelfs enkele bisschoppen tot zijn vijanden rekenen. Zij sturen valse verslagen over zijn activiteiten naar de bisschoppen, Louis wordt opgejaagd van plaats tot plaats. Dat komt hem soms goed uit, zo kan hij zijn ideeën des te breder uitdragen.  Ze slagen er uiteindelijk zelfs in hem te vergiftigen. Dat loopt evenwel niet fataal af, maar heeft weer een onvoorzien gevolg: tijdens zijn herstel schrijft Louis zijn Ware devotie voor de Gezegende Maagd. Hij voorziet dat dit geschrift door de sluwheid van zijn tegenstanders, tot wie hij zowel mensen als de duivel zelf rekent, zal verdwijnen. Na bijna twee eeuwen duikt Louis’ handschrift weer op en krijgt pas eind 20ste eeuw de verdiende publiciteit.

In 1715 sticht Louis Marie Grignon een tweede religieuze gemeenschap om assistenten voor zijn indringende wijze van preken op te leiden. Hij noemt hen de missionarissen van de Sociëteit van Maria, populairder de montfortanen geheten. Hun geloofsovertuiging is gebaseerd op Louis’ uitspraak: “Door Haar moet Hij in de wereld regeren” – uiteraard doelend op Maria.

Louis Marie Grignon de Montfort sterft op 28 april 1716 in Saint-Laurent-sur-Sèvre. Dan is het lang wachten, tot 1947, voordat paus Pius XII hem heilig verklaart. Thans omvat de Sociëteit van Maria zo’n duizend priesters en broeders, actief in zowat dertig landen.

Tussen 1711 en 1716 worden in de havenstad La Rochelle, ooit een hugenotenbolwerk, door Louis en zuster Marie-Louise in samenwerking met de bisschop de Vrije scholen gesticht. Enkele broeders die daarin actief zijn als onderwijzer, nemen na de Franse Revolutie onder leiding van broeder Gabriël Deshayes, superior van Sociëteit van Maria, het initiatief tot een aparte congregatie die zich specifiek met onderwijs zal bezighouden, de Broeders van Sint-Gabriël. Intussen hebben zij zich over een flink aantal landen verspreid.

In het Frankrijk van keizer Napoleon III behoort Jules Ferry tot de republikeinse oppositie in het Franse parlement. Vanaf september 1870 is hij als prefect van de Seine en burgemeester van Parijs verantwoordelijk voor de voedselrantsoenering tijdens de bezetting van de hoofdstad in de Frans-Duitse Oorlog. Die zal  leiden tot het aftreden van de keizer en het uitroepen van de Franse Republiek.

In 1875 bekeert Ferry zich tot de vrijmetselarij en als hij tussen 1879 en 1882 minister van Onderwijs wordt, gaat hij een anti-klerikale politiek voeren. Voortaan zal de Staat de universitaire titels toekennen, terwijl de jezuïetenorde in Frankrijk wordt verboden en de andere congregaties verplicht toestemming van de Staat nodig hebben om hun werking voort te zetten. Op 16 juni 1881 wordt een wet van kracht die gratis lager onderwijs invoert en op 29 maart 1882 wordt de leerplicht tot 13 jaar ingevoerd in het staatsonderwijs. Al die maatregelen doen stilaan diverse congregaties besluiten om naar buurlanden uit te wijken, waaronder België. Ook de montfortanen strijken hier neer.

Klik voor onze andere routes op Routes
Voor andere Bollebooswicht-items klik je op Bollebooswicht