Van Rossum Maarten

Deze Bollebooswichtpagina is gekoppeld aan de Stapperloot-route Boechout
Wandel deze route met je smartphone.

Maarten Van Rossum
° Zaltbommel, ca. 1490
† Antwerpen, 7 juni 1555

Wanneer je bijnaam Swerten Merten is, zal dat niet komen omdat je erg veel ‘likes’ krijgt van alleman.

Toch is het begin niet slecht. Vader Johan van Rossum behoort als heer van enkele dorpen tot de Gelderse adel. De rond 1490 geboren Maarten is zijn tweede zoon, naast nog twee zussen. Over Maartens jeugd in Zaltbommel, een Nederlands stadje aan de Waal, is weinig tot niets bekend. Als jonge twintiger treedt Maarten in dienst is van hertog Karel van Gelre en later van diens opvolger Willem V. Daardoor raakt hij betrokken bij de Gelderse Oorlogen. Die houden rechtstreeks verband met de uitbreidingspolitiek van de Bourgondiërs en hun opvolgers de Habsburgers, van Filips de Stoute tot Karel V. Vlaamse, Henegouwse, Naamse en Hollandse en Zeeuwse graafschappen, Brabantse en Luxemburgse hertogdommen, steeds meer grondgebied van het huidige België en Nederland was tot één bestuurlijk gebied verenigd en het was duidelijk dat alles wat nog resteerde op het verlanglijstje van de Habsburgers stond. Daarbij zeker ook het graafschap, later hertogdom Gelre. Dat strekte zich uit over de huidige Nederlandse provincie Gelderland en een groot deel van Nederlands Noord-Limburg.

De Brabantse Veldtocht
Hertog Willem V van Gelre weet dat hij niet sterk staat tegenover de Habsburgers aan zijn zuidgrens. Daarom sluit hij een bondgenootschap met zowel koning Frans I van Frankrijk als met de Deense koning Christiaan III. Bedoeling is om de Habsburgse Nederlanden in de tang te nemen, door hen van twee kanten tegelijk aan te vallen, de Fransen vanuit het zuiden, de troepen van Gelre uit het noorden. Eerst wordt op 12 juli 1542 keurig de oorlog verklaard, waarna Maarten van Rossum met een leger van zo’n 15000 man het hertogdom Brabant aanvalt. Bedoeling was om bij Maastricht de Maas over te steken, maar dat plan bereikt landvoogdes Maria van Hongarije – zus van Karel V – en ook het onafhankelijke prinsbisdom Luik wil de Geldersen geen vrije doorgang verlenen. Daarom ziet Maarten zich gedwongen om op 19 juli vanuit Nijmegen via Ravenstein de Maas te passeren.

Op zijn weg naar Antwerpen plundert hij heel wat – vandaag Nederlandse – dorpen, zoals Veghel en Sint-Oedenrode, waarna hij Vught nabij ’s-Hertogenbosch vernield. Na een passage langs Tilburg, steekt Maarten via Turnhout door naar Hoogstraten, waar zijn troepen op 22 juli binnentrekken en de bevolking naar het kasteel vlucht. Heer Filips de Lalaign is afwezig, maar zijn drossaard weet met een beurs vol goudstukken en het afstaan van enkele vestingkanonnen verder onheil te voorkomen.

Dan gaat het op Antwerpen aan. Maar ondertussen heeft Réne van Chalon, prins van Oranje, van landvoogdes Maria van Hongarije opdracht gekregen om met 3000 ruiters en voetvolk vanuit Den Haag naar Antwerpen te komen. Réne gaat via Breda, maar Van Rossum krijgt bericht van zijn komst wanneer zijn troepen op 24 juli Brasschaat naderen. Daar besluit hij om Chalon op te vangen en met een list in de val te lokken. Hij laat zijn voetvolk op de grond liggen, zodat ze van veraf niet zichtbaar zijn. Zijn ruiterij onder bevel van Nicolaas de Bossu laat hij achter het kasteel van Brasschaat opstellen, terwijl 400 Deense ruiters die Christiaan III heeft gestuurd – de Zwarte Ruiters genoemd omwille van hun kleding – naar voren worden gehaald. Zij lijken een losse groep strijders te zijn voor Chalon, die er zijn ruiters op af stuurt. De Deense ruiters stuiven uiteen, waardoor de ruiters van Chalon hen gaan achtervolgen en de rest van diens leger plots wordt geconfronteerd met het opspringende voetvolk en de ruiters van Bossu. Door die verrassende aanval worden Chalons troepen verslagen en kan hij zelf ternauwernood naar Antwerpen ontkomen.

De volgende dag,  25 juli,  last Maarten een rustpauze voor zijn troepen in op het Willibrordsveld, niet ver van Antwerpen nabij het gehucht Dambrugge. Intussen is Antwerpen gewaarschuwd en onder leiding van oud-burgemeester Cornelis van Spangen en de graaf van Arenberg wordt de verdediging georganiseerd, waarbij onder meer de middeleeuwse stadswallen worden verstevigd met gereed liggende bouwmaterialen voor een nieuw gotisch stadhuis. Van Rossum stuurt een heraut naar de stad met een bevel tot overgave. Maar de Antwerpenaren gaan daar niet op in en maken duidelijk dat zij Van Rossum als een ordinaire plunderaar zien, dus geen partij om mee te onderhandelen.

Op 27 juli valt Maarten bij de Rode Poort de stad aan, maar moet vaststellen dat hij die niet gemakkelijk zal kunnen innemen. En omdat langdurige belegeringen niet zijn ding zijn, blaast hij de volgende dag de aftocht en koelt zijn woede op allerlei dorpen in de omgeving, waar heel wat buitenverblijven van de adel en rijke burgers het moeten ontgelden.

Het leger van Van Rossum trekt verder richting Leuven en laat een spoor van vernieling achter, onder meer kasteel Selsaete ofwel Verbrand Hof in Wommelgem, de Bedderenmolen en kerk van Boechout. De stad Lier wordt te stevig verdedigd, maar Duffel krijgt verwoestingen te verduren omdat de gierpont over de Nete is weggenomen op bevel van de landvoogdes. Zo’n gierpont is een met mankracht via een touw voortbewogen overzetbootje. Het kost Van Rossum twee dagen om over de rivier te komen en al zijn geschut gaat daarbij verloren, wat hem later zuur zal opbreken. Via Walem, waar de kerk van de abdij van Roosendaal en de molen van Battenbroek worden verwoest, gaat de tocht verder om Mechelen heen – als residentie van de landvoogdes te sterk bewaakt – en dan via Keerbergen en Rotselaar, met onderweg de vernieling van de wijngaarden rond Tremelo, naar het nieuwe doel, de stad Leuven.

Hoe loopt het af?
Leuven wordt niet ingenomen, Maarten trekt verder richting Frankrijk. Maar intussen heeft landvoogdes Maria van Hongarije een leger van 50.000 man achter hem aangestuurd. Die troepenmacht gaat Frankrijk niet binnen, maar buigt af naar Gulik, een klein hertogdom dat onder bestuur van Gelre valt. Daar wordt de – nu Duitse – stad Düren platgebrand en de bevolking uitgemoord. Die gruweldaad doet andere Gelderse steden zich snel overgeven, zodat hertog Willem in Venlo een knieval moet doen en Gelre plus het graafschap Zutphen aan Karel V moet afstaan.

Maarten van Rossum ziet in dat ook hij zich moet overgeven aan Karel. Maar die zoekt juist bekwame legerleiders om het de Franse koning lastig te maken en zo kan Maarten in 1550 in dienst van de keizer treden. Na een succesvolle raid door Artois, Champagne en Lotharingen tot aan Parijs, volgt in 1553 zijn benoeming tot stadhouders van Luxemburg. Dat maakt geen einde aan zijn militaire carrière. Bij een slag in de provincie Namen in een burcht nabij het Franse Givet wordt Maarten besmet met de pest. Hij wordt nog overgebracht naar Antwerpen waar uitstekende artsen zijn, maar hij overlijdt daar op 7 juni 1555.

Zijn lichaam wordt overgebracht naar de kerk van het dorpje Rossum, waar de familie oorspronkelijk vandaan komt en waar Maarten voor zichzelf een marmeren graf heeft laten maken. Maar dat is in 1566 al verwoest bij de Beeldenstorm.

In Zaltbommel is er het Maarten van Rossumhuis, een stadskasteel dat de veldheer in 1535 voor zichzelf heeft laten bouwen. En in 1539 heeft hij in Arnhem een voormalig verblijf van hertog Willem V gekocht en dat laten verbouwen in 1543. Het staat bekend als het Duivelshuis, omwille van de saterfiguren aan de voorzijde. Recenter ken je bij kasteel De Cannenburg in Vaasen Maarten ontmoeten. Hij verwacht er je zittend op een bankje, dankzij beeldhouwster Greet Grottendieck.

Deze veldheer kom je ook tegen in de route Antwerpen-Quartier Latin van website Het Stille Pand.
hetstillepand.art/van_rossum_maarten.htm

Klik voor andere routes op Routes
Voor andere Bollebooswicht-items klik je op Bollebooswicht