Doornik deel 5

Wandelroute DOORNIK deel 5

Van Grand'Place tot Kunstacademie

Vanaf de Grand’Place langs een geur van heiligheid naar de kunst.

De groene vlakken wijzen je de weg.

In de blauwe vakken staat wat je ziet.

Wie de routes 3 en/of 4 volgde, sluit hier aan in de Rue des Orfèvres (bij hoek apotheek).

Kijk in de Rue des Orfèvres naar de rechterkant.

STATEN VAN DOORNIK
Rue des Orfèvres.

In 1521 voegt Karel V Doornik bij de Habsburgse Nederlanden. Het jaar daarop wordt een vergadering van burgers en geestelijken opgericht, de Staten van Doornik. Onder leiding van de Doornikse bisschop wordt daar beslist over geldzaken en administratieve regelingen binnen de stad en het omliggende platteland. De Doornikse Staten zijn ook vertegenwoordigd in de Staten-Generaal van de Habsburgse Nederlanden.

Bisschop François-Ernest, graaf van Salm-Reifferscheid, laat in 1734 voor die Statenvergadering een passend gebouw neerzetten aan de noord-westzijde van zijn bisschoppelijk paleis. Zo hoeft die man niet ver te wandelen.

Boven de houten ingangspoort zie je een medaillon in schelpvorm met daarin een toren als symbool van Doornik.

Een vreemde rode kleur
Het gebouw is op miraculeuze wijze ontsnapt aan het Duitse bombardement van mei 1940, dat veel schade heeft toegebracht in de directe omgeving. Maar branden in de buurt geven zoveel hitte af, dat lakzegels op de akten die hier werden bewaard smolten en voor een vreemde rode kleur in de straatgoot zorgden.

Documenten worden in die dagen bewaard in zakken, opgehangen aan een touw. Daar komt de uitdrukking ‘il est dans le sac’ vandaan, in Vlaanderen bekender als ‘het is in de sacoche’, ofwel: de zaak is in orde gekomen.

Wandel even verder, waar dit straatje zich tot een heus plein verbreedt, de Place de l’Evêche, het Bisschopsplein.

Le PALAIS EPISCOPAL
Bisschoppelijk Paleis
Place de l’Evêche 1.
Nadat Doornik zo’n vijf eeuwen vanuit het Franse Noyon kerkelijk is bestuurd, komt in 1146 Anselmus zich hier in Doornik vestigen. Daar hoort dus een behoorlijk onderkomen bij en de nieuwe bisschop kan zijn ‘paleis’ nog datzelfde jaar inwijden. Lang heeft hij daar niet van kunnen genieten, al in 1149 wordt Anselmus ten grave gedragen. Zijn opvolgers resideren in dat eerste, intussen uitgebreide, gebouw tot het in 1304 door een brand in de as wordt gelegd.

Van luxe-logement tot verpleegtehuis
Maar het wordt uiteraard herbouwd en verrijst grootser dan tevoren rond een binnenplein, waar bisschop Jean Chevrot tussen 1440 en 1460 de hand in heeft. Het gebouw dient meteen als logeerplek voor de machtige lieden die Doornik bezoeken, zoals de Franse koning Philippe Auguste en keizer Karel V. Ook Alexander Farnese, hertog van Parma, neemt er zijn intrek wanneer hij in 1581 de stad inneemt bij zijn strijd tegen de opstandelingen tegen het regiem van koning Filips II, die zich ver weg in Spanje ophoudt.

Het huidige voorkomen dank het bisschoppelijk paleis vooral aan de stapsgewijze restauratie, ondernomen onder bisschop Maximilien Villain de Gand, in de periode dat de Zuidelijke Nederlanden onder het aartshertogenpaar Albrecht en Isabella een bloeiperiode beleven. In 1643 wordt die bouwcampagne afgesloten met het traptorentje dat je wat achteraan ziet oprijzen.

Bisschop François de Beaureau maakt in 1709 van de nood een deugd door tijdens het beleg van Doornik door de hertog van Marlborough het gebouw in te richten als een enorm verpleegtehuis voor gewonde soldaten. Wanneer aan het eind van die eeuw de revolutionaire Fransen Doornik innemen, wordt vanaf 1795 dit gebouw de zetel van het arrondissementsbestuur. Vandaag is het weer in zijn oorspronkelijke functie hersteld.

FAUSSE PORTE
Schijnpoort
Place de l’Evêche.
Tussen het bisschoppelijk paleis en de kathedraal zie je een doorgang met daar bovenop een bouwsel, de Sint-Vincentiuskapel ofwel de bisschoppelijke huiskapel en meteen het eerste voorbeeld van gotische architectuur in het Scheldebekken. De overwelving wordt de ‘Fausse Porte’ genoemd, omdat het nooit een echte stadspoort was, dus niet afgesloten kon worden met houten poorten of een valhek.

Tot in de 18de eeuw komt het stadsbestuur in deze kapel jaarlijks de eed afleggen, waarbij gezworen wordt dat het de voorrechten van de Kerk in Doornik zal eerbiedigen.

Bang, niet van de duivel, wel van regen
Het is bisschop Etienne d’Orléans, die zich in 1198 deze aanbouw aan zijn paleis permitteert, tegen de zin van het stadsbestuur. Zo kan hij zonder nat te worden als het regent recht vanuit zijn woning in de kerk komen. Nu, een hoogmis opdragen met een doorweekt kazuifel is natuurlijk ook geen gezicht en bovendien ongezond. 

Links van de Fausse Porte zie je de hoofdingang van de kathedraal.

WESTPORTAAL VAN DE KATHEDRAAL
Place de l’Evêche.
Bovenin zie je het rozet van Justin Bruyenne van de buitenzijde, dat sinds 1851 een vroeger rond glasraam uit 1526 vervangt. Het oude roosvenster is naar de kooromgang verhuisd. Daaronder staat het gotische voorportaal uit eind 13de eeuw met een breedte van 26 meter en grotendeels met standbeelden en reliëfs bekleed. Die zijn intussen wel sterk verweerd, al heeft er ook enige restauratie plaatsgevonden.

In het midden staat uiteraard Onze-Lieve-Vrouw, we zijn in een Notre-Damekerk, hier in haar functie van Notre-Dame des Malades, beschemvrouwe van de zieken. Rechts naast haar staat bisschop Eleutherius met in zijn hand het model van de kathedraal. En links zie je de heilige Piatus, die een stuk van zijn eigen schedeldak vasthoudt, want de eerste die hier het geloof kwam prediken wordt niet echt hartelijk ontvangen. Hij verliest er letterlijk zijn hoofd bij, maar laat dat zijn humeur niet bederven en wandelt nog even rustig voort met zijn schedel onder zijn arm. Dát zal indruk gemaakt hebben op die wildebrassen van heidenen!

Als je goed kijkt, zie je nabij Piatus nog gebeeldhouwde scènes uit het Aards Paradijs: schepping, zondeval, straf. In de smallere centrale horizontale zone staan links pelgrims en zieken die de Septemberprocessie volgen, terwijl rechts nog eens de strijd tussen de Merovingische vorsten Siegisbert en Chilperik wordt opgevoerd in diverse taferelen.

Geheugensteuntje voor hun namen
Apostelen, schriftgeleerden, evangelisten, bisschoppen, een hele verzameling van christelijk personeel, is nog boven en onder aanwezig in beelden die van rond 1625 dateren. In die tijd kenden de gelovigen hun heiligen en profeten nog bij naam, want daar waren hun attributen een prima geheugensteuntje bij.

Aan de andere kant van de hoofdingang van de kathedraal staat een lang gebouw.

L’HÔTEL DES ANCIEN PRÊTRES
Tehuis voor Oude Priesters
Place de l’Evêche.
Bisschop Walter de Marvis sticht al in 1252 een rusthuis voor moegewerkte priesters. Wanneer dat gebouw eeuwen later flink vervallen is, mogen een architect uit Douai, Michel-François Playez, en zijn collega Emmanuel Van Dael uit Doornik tussen 1755 en 1760 het gebouw dat je nu voor je ziet ervoor in de plaats zetten. In het timpaan (de driehoek boven de toegang) heeft Jerôme Denau de wetenschappen en kunsten afgebeeld via allegorische personages. Nicolas Lecreux tekent ze allemaal voor Jerôme uit.

Betalen met niet gedronken wijn
Priesters die hier van hun pensioen wilden genieten, moesten wel een kleine bijdrage meebrengen, te weten een zilverstuk van minimaal 8 ons. Wie in zo’n evangelische armoede had geleefd, dat hij dit onmogelijk kon opbrengen, mocht toch binnen maar kreeg dan geen wijn te drinken totdat de zo bespaarde wijn het bedrag van die zilvergift had bereikt.

In dit gebouw was ook de bibliotheek van het kapittel ondergebracht, met tal van kostbare manuscripten, boekrollen en boeken, liefst zo’n 70.000 tezamen. Wanneer de Duitse Luftwaffe van 16 tot 19 mei 1940 een zwaar bombardement op Doornik laat neerkomen, verbrandt het grootste deel van deze collectie. Van de 247 kostbare manuscripten blijven er welgeteld 23 over.

Het plein was vroeger een deel van het kapitteldomein, zeg maar een vrijthof, waar de stedelijke wetten niet golden voor de kanunniken, die ook geen belasting betaalden.

Kijk nog even naar die paal vooraan en groet die bronzen bisschop ten afscheid.

Aan de overzijde van de Place de l’Evêche ga je door de Rue du Four Chapitre naar de Rue du Curé Notre-Dame, die je rechts inslaat.

Zoete broodjes voor de pastoor
Rue du Four Chapitre verwijst naar de ovens van het kapittel, waarin brood werd gebakken. De ‘curé Notre-Dame’ was de priester die de pastorale zorg in deze wijk voor zijn rekening nam. De kanunniken, wier huizen langs deze straat stonden, hielden zich daar niet mee bezig. Zij zorgden voor zaken waar ze wat minder in aanraking kwamen met het gepeupel, zoals de zang in de kerk, of  de administratie van het bisdom.

Voordat je de Place Paul-Emile Janson bereikt, ga je linksaf de Rue de l’Hôpital Notre-Dame in.

L’ACADÉMIE DES BEAUX-ARTS ET ARTS DÉCORATIVES
Academie van Schone en Decoratieve Kunsten
Rue de l’Hôpital Notre-Dame 14.
Het oudste ziekenhuis van Doornik, het Onze-Lieve-Vrouwengasthuis (l’Hôpital Nôtre-Dame, de straatnaam vertelde het je) hoorde bij de kathedraal. Het is gesticht in de 12de eeuw. Elke kathedraal beschikt dan over zo’n gasthuis met personeel en middelen om armen uit de eigen stad en pelgrims van elders onderdak te verlenen. Ook de zorg voor zieken is daar geconcentreerd. Vandaar dus ‘gasthuis’ of ‘hospitaal’. Later nemen onze ziekenhuizen die namen over.

Dat eerste gasthuis staat helemaal aan het begin van deze straat, vlakbij de kathedraal. Omstreeks 1250 verhuist het naar wat nu nr.14 is, aan je rechterhand. Het staat nu dichter bij de rivier om beter aan te sluiten bij de watermolens in de bedding van de Schelde. Zo kunnen gemalen producten sneller aangevoerd worden. En is er ook makkelijker water beschikbaar voor het reinigen en laven van wie in het gasthuis verblijft.

Tussen 1756 en 1758 wordt dat tweede gasthuis herbouwd door het stadsbestuur van Doornik in de klassieke stijl, zoals je het nu hier ziet. Boven de toegang een Maagd-met-Kind van de Doornikse beeldhouwer Nicolas Lecreux, herinnerend aan de vroegere bestemming. Maar in het gebouw komt dan een opleiding voor decoratieve kunsten. Want intussen is in Doornik een Koninklijke Porseleinfabriek gevestigd, die vaklui nodig heeft. 

Vanuit die opleiding is de Doornikse kunstacademie ontstaan, de Académie des Beaux-Arts Tournai, afgekort AC’T. Leerlingen mogen kiezen uit negen richtingen: tekenen, schilderen, strips, illustratie, reclame, textielontwerp, binnenhuisarchitectuur, digitale kunst, visuele communicatie. Ze kunnen ook een deel van hun opleiding gaan volgen in een ander land van de Europese Unie. 

De lokalen liggen rond een ruime binnenplaats.

Ongeveer tegenover de poort van de kunstacademie zie je nog een bijzonder hoekhuis.

AUX SCÈNES BIBLIQUES
Rue de Hôpital Notre-Dame 13.
Op de gevel van dit hoekhuis zie je acht scènes in reliëf uit het Oude en Nieuwe Testament afgebeeld. Het gebouw van eind 17de eeuw was voorheen een Tafel van de Heilige Geest. Hier kregen de armen van de Notre-Dameparochie voedsel en kleren. 

Hier eindigt deel 5 van onze Doornikse route. Nu kan je vanaf hier terug naar het station. De weg daarheen volgt hierna.

Wie nog deel 6 wil volgen, dat via de Châteauwijk naar het station leidt. Klikt hier op die routeknop.

NAAR HET STATION

Wandel de Rue de l’Hôpital Notre-Dame verder uit. Steek via de Pont Notre-Dame de Schelde over en volg daar rechtdoor de Rue Royale. Aan het eind van deze vroegere hoofdwinkelstraat sta je weer op de Place Crombez. Aan de overzijde ligt het NMBS-station van Doornik. Goede thuisreis !