Virton deel 2

Wandelroute VIRTON deel 2

De groene vlakken wijzen je de weg.

In de blauwe vakken staat wat je ziet.

Wil je er meer over weten, dan staat dat zwart op wit eronder.
Ben je nieuwsgiering naar een onderwerp in oranje? Klik er op en je krijgt een interessante link. Meestal staat onze Bollebooswicht dan klaar om je er alles over te vertellen.︁

Als je klikt op een afbeelding, dan zie je meestal hetzelfde, maar ofwel groter, ofwel op een andere manier, ofwel op een ander tijdstip.
Klik daarna bovenaan rechts op X om terug te keren naar de route.

Nu langs het nieuwe museumgebouw de Rue d’Arlon in. De eerste straat links – A la cour Marchal – laat je gewoon links liggen. Rechts voor je zie je een wat verwaarloosd art deco-gebouw in pakketbootstijl uit begin jaren 1930 en links zie je een rozerood restaurant.

LE FRANKLIN
Rue d’Arlon 12.

Dankzij Benjamins bliksem

In 1824 begint Pierre-Ferdinand Fayon op deze plaats met een brouwerij.  Na wisseling van eigenaar wordt de brouwerij in 1911 geliquideerd. Het gebouw komt in handen van notaris Foncin, liberaal burgemeester van Virton, die er een eigentijdse zaal voor theatervoorstellingen van maakt.

Dankzij Foncins contacten met een secretaris van koning Albert I, krijgt hij bij die verbouwing medewerking van de architect van de Brusselse Muntschouwburg. De nieuwe zaal wordt Cercle Franklin (Franklin Kring) genoemd, naar Benjamin Franklin, de Amerikaan die al in midden 18de eeuw bezig was met experimenten rond elektriciteit. Die uitvinding bewijst begin 20ste eeuw steeds duidelijker zijn nut in het dagelijkse leven.
Op 26 oktober 1913 wordt de nieuwe zaal officieel geopend. Maar wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, gaan de Duitsers in 1914 hier een bioscoop installeren voor hun manschappen.

Nieuw: Ben-Hur schreeuwt het uit!

Dat idee blijft nadien leven en in 1929 wordt Le Franklin uitsluitend bioscoop. Op het programma staat in maart 1935 de film Ben-Hur, de ‘nieuwe versie met geluid’ zoals de affiche expliciet vermeldt, en met Ramon Novarro in de titelrol. De cinema laat het doek definitief vallen in 1976.

Nog even neemt een meubelzaak er in 1980 zijn intrek, waarna het gebouw stilaan vervalt. Dat wordt gestopt in 2002, als drie kameraden, bekommerd om het lokale patrimonium, de publieke opinie mobiliseren tijdens een grootse Oudejaarsviering.

Anne en Cédric Michaux wagen dan de stap. Ze restaureren het gebouw, beginnen er een horecazaak en denken erover ook de theaterzaal te laten herleven.

Op de kaart kan je zien waar je je nu bevindt.

Sla links de Rue de l’Abreuvoir in, die je een stukje afdaalt. Een rolstoelgebruiker met begeleiding zal deze helling wel kunnen doen.            

Rolstoelgebruikers zonder begeleiding, of wie geen enkele helling wil riskeren: ga via de Rue d’Arlon rechtdoor en haak daar in op de hoofdroute.

Klik op ‘Rue d’Arlon’ voor directe aansluiting.

TON + VIRE ≠ VIRTON

Abreuvoir betekent drenkplaats voor vee, dus het zal je niet verbazen dat je uitkomt bij een riviertje:  le Ton. Die ontspringt op 370 meter hoogte nabij Châtillon, noordoostelijk van Virton, en is hier intussen tot zo’n 210 meter hoogte gedaald, een verval van 160 meter over een afstand van slechts 16 km.

Een eind verder zuidwaarts stroomt een tweede riviertje, la Vire. Een mannelijke Ton en een vrouwelijke Vire, dat moet wel tot een romance leiden en inderdaad komen beide riviertjes samen op de grens van Vieux-Virton en Saint-Mard, om onder de naam Ton richting Frankrijk te stromen, waar het Belgische water nog eens samenvloeit met het Franse van Le Chiers, om uiteindelijk in de Maas te eindigen.

De Ton en de Vire, natuurlijk ligt het voor de hand hier de verklaring te zoeken van de stadsnaam Virton. Maar dat ligt toch iets ingewikkelder. Die stadsnaam zou Keltisch zijn, waarbij ‘vir’ verwant is met het Engelse ‘war’ – oorlog, strijd –, terwijl ‘ton’ overeenkomt met ‘dun’ in Schotse en Ierse dialecten, waar het nog steeds ‘versterkte burcht, citadel’ betekent, zoals het ook voorkomt in de Franse stadsnaam Verdun.

Van ‘Vieux’ naar ‘Nouveau’

Virton heet aanvankelijk Vertun, gelatiniseerd tot Vertunum, waarna er eeuwenlang over Verton wordt gesproken. Maar met die naam wordt dan het huidige Vieux-Virton bedoeld, een klein gebied tussen Virton en Saint-Mard, waar ook het oudste kerkje van de streek nog overeind staat.

Pas wanneer een deel van de bevolking zich noordelijker gaat vestigen bij een kasteel van de graaf van Chiny, ontstaat de middeleeuwse omwalde stad. Die duikt eerst als Novum Vertunum in de annalen op en ondergaat pas in de 18de eeuw een klinkerwisseling van ‘Verton’ naar ‘Virton’.

Na de brug rechts de Rue des Tanneries in.

LEERLOOIERSWIJK

Hier bevinden we ons in de vroegere wijk van de leerlooiers. Voor het nogal bewerkelijke productieproces van de leerlooierij is veel water nodig, vandaar de vestiging bij dit riviertje. Omdat leerlooien ook nogal wat stank met zich meebracht, werd deze bedrijvigheid liever wat aan de rand van de stad gehouden.

Op de kaart kan je zien waar je je nu bevindt.

Op het voetpad naast de Ton kijk je naar een huis aan de overzijde van het water. 

In dat huis leefde en werkte de schilderes Marguerite Brouhon.

KATTENSTIJL

Geboren in Virton op 17 juni 1922 is Marguerite Brouhon in haar leven op vele plaatsen geweest in een soort zoektocht naar het verloren paradijs van haar jeugd, om uiteindelijk hier terug te keren en in dit huis op 17 april 2004 te overlijden, 82 jaar oud. In haar poëtische schilderijen in een ietwat naïeve stijl komen regelmatig katten voor, naast feeën haar inspiratiebron.

Op een van haar schilderijen zie je een katten-gemeenteraad. (Klik op de foto hierboven.)

Aan je linkerhand zie je op een van de huisjes een tekst bij een blauwe vogel:

LA NOMADIE

“Je suis mort de ne risquer que le voyage du regard” – een dichtregel uit de bundel Nomadie van de Gaumse poëet Guy Goffette, gepubliceerd in 1979.

Hier staat dat vers op het atelier van Jacqueline Hue, die hier van 1983 tot 2006 schilderlessen heeft gegeven.

Eerst wilde zij als een nomade met een vrachtwagen-atelier rondtrekken, omdat ze van mening was dat kunst in beweging moest blijven. Maar dat project heeft ze niet kunnen realiseren, ze is op een andere manier kunst moeten gaan benaderen en daar slaat dan de dichtregel ook op: “Ik ben gestorven doordat ik enkel de reis van het ernaar kijken heb aangedurfd.”

Tussen haar geboorte in 1943 en haar dood in december 2009 heeft Jacqueline hier in haar woning heel wat mensen op een andere wijze naar de wereld rond hen leren kijken tijdens haar cursussen.

Even verder kom je aan het eind van de Rue des Tanneries en sta je op de Rue du Moulin.
Steek over naar het parkeerterrein in de groenzone  met daarin weer een metalen sculptuur van Albert Gatez, ‘Elévation’ geheten.
Neem daar het pad rechts, dat over een voetbrugje over de rivier leidt. Bekijk even de stroomversnellingen rechts in de Ton en sla aan de andere oever linksaf om de hoek van het huis.
Even tussen wat bebouwing door en je staat op een open ruimte. Wandel verder langs wat struikgewas naar de oever van de Ton. Daar staat een bank vanwaar je een goed zicht hebt  op:

LE MOULIN NAISSE – Watermolen van Naisse

Henri de Clercq heeft deze molen is in 1558 laten bouwen. Hij maalt er salpeter en buskruit mee om in geweren en kanonnen te gebruiken.

In 1665 wordt de molen voor Henri Anselle omgebouwd tot zaagmolen. Rond 1875 geeft de volgende eigenaar, Jules Colignon, de molen een nieuwe bestemming als schorsmolen: er wordt eikenschors gemalen, dat gebruikt wordt in een naast het gebouw gelegen looierij.

Bij het teloorgaan van de lokale leerlooierijen aan het begin van de 20ste eeuw, ziet Jules Collignon zich genoodzaakt de molen opnieuw om te bouwen tot zagerij. De zaagslede en de lintzaag worden via een riemoverbrenging aangedreven. Dat mechanisme is nog volledig intact.

De molen komt in 1928 in handen van Jean Naisse. Hij moderniseert de zagerij en plaatst het nog bestaande brede, metalen onderslag waterrad met een vermogen van 6 pk. Het bedrijf is in 1968 stilgelegd.

Sinds november 1990 is de molen als monument beschermd en de familie Naisse stelt op bepaalde dagen de molen open voor bezoekers. Dan worden er ook zaagdemonstraties gegeven.

Kijk eens achterom naar de stad, met links het grote gebouw van het Koninklijk Atheneum en recht voor je de huizen op verschillende hoogte op de helling tot aan de Rue d’Arlon bovenaan.

Ga terug tot de open plek, want we gaan nu zelf ook naar boven, via de Rue des Glycines, de Blauweregenstraat.

DE VILLA VAN DE NESTOR
Rue des Glycines 7.

In dit sterk hellende straatje zie je meteen op de hoek links een poort in Moorse stijl met het opschrift ‘Medina’. Daarachter ligt de villa waar een tijdlang Nestor Outer heeft gewoond.

Deze aquarellist was inderdaad de nestor van de Virtonse schilders begin 20ste eeuw. Geboren in 1865 reist hij na een opleiding aan de Brusselse academie eerst naar Parijs, dan naar Afrika om uiteindelijk leraar aan het Koninklijk Atheneum van Virton te worden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog schildert hij taferelen van de dood en verwoesting in de naburige dorpen Ethe en Latour.

Na zijn overlijden in 1930 wordt de Grand’Place in Virton herdoopt tot Place Nestor Outer.

Wie met de rolstoel is gaat de zijstraat links in, de Rue des Hottées. Trappen verderop in dit straatje noodzaken je tot een kleine omweg.

De anderen gaan verder door de Rue des Glycines omhoog en beklimmen enkele trappen naar de Place Paul Roger. Klik op Place en je bent er meteen.

RUE  DES HOTTÉES
De Virtonezen die binnen de stadswallen woonden, kwamen hier hun afval droppen met grote manden (hottées). Waar je nu links nieuwbouw ziet, was vroeger de brouwerij van de familie Renauld.  Nazaat Frédéric Renauld heeft een website met alles over de vroegere brouwerijen in Virton gemaakt: www.survirton.be

Op het eind van deze straat kom je aan een brede verkeersweg, de Faubourg d’Arival. Sla die rechts in, om meteen bij de zebra over te steken naar de overzijde, waar een beter trottoir is. Daar weer verder naar rechts de Faubourg d’Arival volgen.

FAUBOURG D’ARIVAL
Wie gecharmeerd is door gevels met een zweem nostalgie kijkt nu naar de overzijde van de Faubourg d’Arival.
Maar bijna aan het eind van de linker gevelrij – waarlangs je je verplaatst – zie je op huisnummer 4B nog een mozaïek van Ernest Bernardy. Eén vogels die schuin omhoog vliegt en een tweede die omlaag duikt, bewaken dit huis.

Een faubourg is een wijk net buiten de stadswallen. Het heeft niets te maken met het Franse woord ‘faux’ (vals), maar met het Latijnse ‘foris’ (buiten). Het woord was oorspronkelijk ‘forsbourg’ – buiten de burcht, hier dus buiten de stadswallen van Virton, waarvan je zo meteen nog een restant te zien krijgt.

Rolstoelwandelaars steken de zebra aan het straateinde over naar rechts, slaan de hoek om naar de Rue d’Arlon, zodat ze op de Place Paul Roger uitkomen. Hier zijn ze opnieuw verenigd met de trappenlopers, die reeds staan te wachten.

Steek allemaal via de zebra over naar de linkerkant van de Rue d’Arlon en volg die linkerzijde naar rechts tot je aan de overzijde het uithangteken ziet van ‘Le Cheval Blanc’.

Wie geen helling riskeerde sluit hier bij Cheval Blanc aan.

HÔTEL DU CHEVAL BLANC – Hotel Het Witte Paard
Rue d’Arlon 2.

 Wie het vandaag bekijkt, zal niet meteen aan het jaar 1720 denken, maar het is wel in die 18de eeuw dat hier dit hotel wordt begonnen. Het ligt gunstig, aan de belangrijke verkeersweg die Virton met Arlon verbindt en vlakbij de Faubourg d’Arival, waar de notabelen en belangrijkste handelaars van de stad wonen. En achteraan loopt het terrein af naar het riviertje de Ton, dus ideaal voor de aanleg van een fraaie tuin.

Cheval Blanc wordt dan ook hét adres waar welgestelde bezoekers van Virton komen logeren. Die arriveren per paard of met de eigen koets. Daarom is er naast de kamers en de eetzaal – met als specialiteit coq au vin op het menu – ook een paardenstal.

Met ijzeren paard en hondenkar

Wanneer in 1880 hier niet ver vandaan het treinstation Virton-ville wordt geopend door de Compagnie du chemin de fer de Virton, laat het hotel de bagage van de reizigers bij aankomst ophalen met een hondenkar en bij vertrek weer naar de trein brengen. De hotelnaam is al leesbaar vanaf het perron.  

Met in de twintigste eeuw de komst van de automobiel – nog niet tot auto afgekort, we spreken over voertuigen voor bemiddelde gasten – laat danmalige eigenaar Emile Bradfer bij het hotel een BP-benzinepomp plaatsen. Elektrische verlichting behoort al vroeg tot het comfort van Het Witte Paard. Nicolas Leyder en Eugène Ribonnet, voorgangers van Bradfer als eigenaars, geven voor hun klanten zelfs eigen ansichtkaarten uit van hun hotel en andere bezienswaardigheden in Virton.

De vader van Victor

De Franse schrijver Victor Hugo is een van de gasten. Hij overnacht hier op 28 augustus 1862, wanneer hij ook enkele andere plaatsen in Belgisch Lotharingen aandoet. Lotharingen, zo zegt hij, is voor hem meer dan zomaar een land. Het is het geboorteland van zijn vader, graaf Joseph Léopold Hugo, een generaal in het leger van Napoléon Bonaparte.

1862 is ook het jaar waarin de Brusselse uitgeverij Lacroix et Verboeckhoven Hugo’s beroemde werk ‘Les Misérables’ uitbrengt, een onmiddellijk succes. De auteur woont op dat moment al op het Kanaaleiland Guernsey. Eerder heeft Victor Hugo in Brussel gewoond, nadat hij uit Frankrijk is verbannen omwille van zijn kritische uitlatingen over het bewind van keizer Napoléon III. 

Een revolutie van één dag

Veel later zullen hier koning Boudewijn en koningin Fabiola de maaltijd gebruiken tijdens hun bezoek aan Virton op 21 september 1970 ter gelegenheid van de viering van 700 jaar stadsrechten. Die zijn in juli  1270 aan Virton verleend door graaf Lodewijk V van Chiney en zijn vrouw Jeanne de Blamont. Het was in 1970 wel al héél lang geleden dat een Belgische koning de stad nog bezocht samen met zijn vrouw. En dat had een speciale reden.

Op 23 en 24 februari 1848 breekt er in Parijs een revolutie uit, waarbij de Franse koning Louis-Philippe na vijftien jaar op de troon tot aftreden wordt gedwongen. Frankrijk wordt een republiek. Een aantal jongeren willen dat voorbeeld in Virton navolgen. Ze hangen op 18 maart 1848 een witte vlag aan de klokkentoren van de Saint-Laurentkerk – je komt er straks langs – en dwingen de deken hen binnen te laten. Maar hun revolutie duurt welgeteld één dag, dan komen vanuit Arlon tweehonderd soldaten hen verjagen, wordt de vlag naar beneden gehaald en verbrand.

Daarmee is de kous niet af: het kantoncommissariaat Virton wordt afgeschaft en een eeuw lang laat het Belgische vorstenhuis zich niet meer zien in de stad. De vrouw van Leopold I, koningin Louise van Orléans, was immers een dochter van de afgetreden Franse vorst. Pas in 1963 komt het weer goed tussen Virton en het Belgische koningshuis, als Boudewijn een bezoek brengt aan het Musée Gaumais.

Vandaag is Le Cheval Blanc geen hotel meer. Het verlaten gebouw is verkocht en na een ingrijpende renovatie zijn  er nu appartementen. In de keldergewelven was kortstondig een kunstgalerie, maar ook dat is geen blijvertje geworden.

Steek nu de Rue d’Arlon over en keer terug langs de rechter straatkant. Je passeert een tuinmuur waar achteraan een restant van de oude stadswal te zien is.

TOUR LAYON
Naast Rue d’Arlon 7.

In de tuin zie je een restant van de oude stadswal met de halfronde Tour Layon uiterst rechts. Dit was een van de elf waltorens die langs de ringmuur van Virton stonden. Zoals je ziet, staat deze toren niet pal aan de Rue d’Arlon, tussen toren en straat lag vroeger de stadsgracht. Muur en toren stonden aan de binnenzijde van de ringgracht, de straten van de huidige ring rond het stadshart aan de buitenzijde.

Nadat muur en gracht hun verdedigingsfunctie verloren, zijn er voor het grootste deel huizen op de gedempte gracht gebouwd. Op enkele plaatsen is er een restant van zo’n oude stadsmuur ingebouwd in een nieuwe woning. Maar wat je hier ziet, vormt een uitzondering daarop, dit stukje wal staat in een privétuin.

Even verder kom je langs een wit en rood gestreept hotel.

HÔTEL LA TOUR D’HARIVAL
Rue d’Arlon 9.

Een verleden uit de IJzertijd

Hotel ‘La Tour d’Harival’ was voorheen de Grande Quincaillerie Fontaine, een winkel in ijzerwaren en andere metalen in dit opvallend gelijnd gebouw.

In de Gaumestreek is er al vroeg ijzerindustrie actief. Op geringe diepte komen ijzererts houdende grondlagen voor, de vele bossen leverden volop houtskool voor eenvoudige hoogovens en de talrijke meertjes waarin beken uitkomen zorgden voor de nodige waterkracht om blaasbalgen aan te drijven.

Ten noordoosten van Virton ligt het dorpje Buzenol. Aan de Rue de Montauban aldaar maakte de ijzerindustrie gebruik van een beekje, dat in 1656 bekendstaat als Grande Fontaine. Een mooi toeval, maar de ijzerwinkel kreeg zijn naam omdat het bedrijf gebouwd is op de plek waar eerder het huis van notaris Fontaine stond.

Een kwart pond koper en wat kanonskogels

De metalurgie in Buzenol dateert reeds uit begin 16de eeuw. Op 6 april 1507 staat  hertog Pierart Le Feivre van Lotharingen het bouwen van een watermolen in Buzenol toe, waarvoor hij jaarlijks tweehonderd pond ijzer en een kwart pond koper wil ontvangen. De ruïne van dat metaalbedrijf is nog te zien aan de Rue de Montauban. In een laatste fase van dat bedrijf zijn daar nog de kanonskogels gegoten die gebruikt zijn tijdens de belegering van Sebastopol door de Duitsers van 30 oktober 1941 tot 4 juli 1942. 

Meteen na La Tour d’Harival sla je rechts de Grand-rue in. Zodra je restaurant ‘Celtic’ bent gepasseerd, kijk je even om en zie je een restant van een oude stadspoort.

PORTE d’HARIVAL

Een poort naar ‘buiten de burcht’.
Ingebouwd in de zijwand van het restaurant is dit een restant van een oude stadspoort, de Porte d’Harival ofwel Porte de France genoemd. Het was de zuidelijke toegang tot Virton. De poort werd geflankeerd door twee torens, de Tour Marchant en de Tour Simon Sonneuse, waar niets van bewaard bleef.

Opmerkelijk is, dat de straat die de stad recht tegenover de Grand-rue verlaat, de Faubourg d’Arival heet. Blijkbaar is de niet uitgesproken H ook in de schrijfwijze weggevallen.

Een faubourg is een wijk net buiten de stadswallen. Het heeft niets te maken met het Franse woord ‘faux’ (vals), maar met het Latijnse ‘foris’ (buiten). Het woord was oorspronkelijk ‘forsbourg’ – buiten de burcht.

Wandel nu verder de Grand-rue door.

VERKENNING VAN DE HOOFDSTRAAT

De Grand-rue mag dan de winkelstraat van Virton-centrum zijn, toch zal je hier geen ketenfilialen aantreffen, maar vooral lokale handelszaken achter nieuwe, maar ook achter mooie oude winkelgevels. Helaas ook wat leegstand achter met name die oudere gevels, wat hun behoud hypothekeert.

Waar de straat even wat breder wordt zie je op nr.14B een groot huis, vroeger Hôtel de la Renommée. Van een kruidenierszaak maakte de familie Siméon-Noël een befaamd hotel, waar begin jaren 1930 een Belgische prins komt logeren, de latere koning Leopold III.

Een hoek verder huist nu pizzeria Marmiton, maar eind 19de eeuw was hier de slagerij van Gustave Georges, waar stevige traliehekken voor de ramen stonden. Niet uit angst voor menselijke inbrekers, maar om zeker te zijn dat bij het verluchten van de zaak er geen katten of ratten naar binnen konden glippen.

Wandel verder tot je aan de rechterkant roze vensterluiken ziet.

ENTRE NOUS – Restaurant ‘Onder Ons’
Grand-rue 24.

Marie-Anne Schréder droomt er aanvankelijk van om in haar ouderlijk huis een table d’hôte in te richten. Zij stamt dan ook uit een gezin van tuinbouwers. Maar het loopt anders. Zij ontmoet schrijnwerker Dominique Escarmelle, die als hobby koken en goede wijn heeft.

Wanneer dit tweetal in 2003 op een van de oudste woningen van Virton stuit, wagen ze de stap en kopen het huis waar decennia lang de familie Blaise eerst de bazaar ‘Au Bon Marché’ en daarna een patisserie-confiserie heeft geëxploiteerd.

Nadat Myriam Laperche en Francis Lequeux erbij zijn gekomen, wordt het plan voor een eigen restaurant concreet. Er volgt een renovatie in 2004, waarbij het absoluut een voordeel is dat Dominique al vaker dit soort oude Lotharingse woningen heeft gerestaureerd. Hij stelt vast dat sommige stenen van hun woning keizer Karel V nog moeten hebben gekend, dus 16de-eeuws zijn.

Hij krijgt ook hulp van historicus Pierre Libert om deze onderneming binnen de algehele herwaardering van het centrum van Virton te laten passen.

Bij het in orde brengen van de kelder komt zelfs een 13de-eeuwse put aan het licht. Die kelder wordt tot Bar à Vin ingericht, waar elke derde vrijdag van de maand de Club Baragou neerstrijkt, een gezelschap van wijn-, whisky- en bierkenners.

Op het gelijkvloers komt restaurant Entre Nous en op de verdiepingen gaan Marie-Anne en Dominique een gezin stichten.

Sla linksaf, de in 2013 gerenoveerde Place Nestor Outer op. Aan de linkerkant stond aan wat destijds Grand’Place (Grote Markt) heette een gevangenis met een eigen verhaal.

LA BARBAZOQUE

Een in menig opzicht vreemde gevangenis. Het in 1966 afgebroken gebouw had twee verdiepingen en een trapgevel in Vlaamse stijl, zoals er slechts één in heel Virton bestond. Voor de ramen van de benedenverdieping zaten tralies. Aan de ene kant leunde een café tegen het gebouw, de andere zijde werd geflankeerd door een kruidenierszaak.

Niemand zegt graag dat hij in de gevangenis heeft gezeten, daar wordt steeds een soort codewoord voor gebruikt. In Brussel zit je in ‘den Ami’, in Antwerpen in ‘de Begijnenstraat’, in Leuven in ‘Leuven Centraal’ en hier was dat in ‘La Barbazoque’.

In de kelderverdieping werden de bajesklanten opgesloten, hier meestal dronkaards, want Virton telde toen zeker 60 cafés.  Een van de trouwste klanten onder hen was de heer Barbazon, vandaar dus de naam van deze gevangenis.

Op de bovenverdieping repeteerde de Royal Philharmonie, waardoor de zatlappen regelmatig met luide muziek uit hun roes werden gewekt.

Na afschaffing van deze opmerkelijke gevangenis huisde er enige tijd een bank in het gebouw. Of de kluis ondergebracht was in het vroegere cachot is niet bekend.

Kijk nu naar de kerk recht voor je, waarvan de toegang achter een zuilenrij ligt. Is de kerk open, ga zeker even naar binnen.

ÉGLISE SAINT-LAURENT – Sint-Laurentiuskerk.
Place Nestor Outer.

Met militaire precisie gebouwd

Nadat de middeleeuwse Saint-Laurentkerk enkele keren door Franse soldaten in brand is gestoken, is het na Napoleon en zijn Waterloo in de 19de eeuw stilaan tijd voor een nieuw kerkgebouw.

Dat komt er in 1822, ontworpen door graaf d’Holgard, een gepensioneerde luitenant-kolonel van de Belgische Genie, die in Virton woont. Aannemer Jacques-Modeste Guillemard uit de nabije Franse stad Longwy en gespecialiseerd in vestingwerken, klaart de klus tussen 1826 en 1834. Bedenk daarbij dat deze kerk deels op de fundamenten van een stuk stadsmuur en de Pierron muurtoren staat. De oude kerk stond meer centraal, met het koor op de plaats waar je nu Entre Nous hebt zien staan. 

De keuze voor een neoklassieke stijl houdt een imposante voorgevel in, met vier zuilen, alsof het hier om een tempel uit de Griekse oudheid gaat. Beeldhouwer Lepry uit Stenay beeldhouwt de afbeelding in de driehoek bovenop de zuilen.

Paus vertrapt zevenkoppig monster

Binnen staat een preekstoel van beeldhouwer Martin Jacques anno 1745, die is overgekomen uit het recollettenklooster – nu Musées Gaumais. Vier evangelisten en de Zaaier versieren de kuip. Onder het klankbord een duif – de inspiratie gevende Heilige Geest – en bovenop hydra, een zevenkoppig monster dat vertrapt wordt door een paus, zwaaiend met een monstrans als afschrikwekkend wapen.

In de kapel rechts naast de toegang zie je het schilderij De verschijning van Maria aan Sint-Bernardus, een 17de-eeuws werkstuk van Gaspar de Crayer, de man die werd gevraagd door parochies voor wie een echte Rubens wat te prijzig uitviel.

In 1935 heeft Leon Pringels, een schilder uit het Brusselse, veertien kruiswegstaties geschilderd voor de kapel van het Instituut van de Heilige Familie in Virton. Nadat die kapel tussen 1999 en 2001 is verbouwd tot een cybermedia-ruimte is deze kruisweg naar de Saint-Laurentkerk gekomen.  Ook het altaar uit die schoolkapel verhuist in 2000 mee naar hier.

Het in 1960 ingewijde orgel achterin het schip is van Jean Gomrée, telg uit een familie van drie generaties orgelbouwers uit Sainte-Marie-sur-Semois.

Heilige doorzichtigheid

Uit 1957 stammen drie glasramen van Louis-Marie Londot, een Namenaar die ook heel wat andere kerken in Wallonië van zijn doorzichtige kunstwerken heeft voorzien. Hier vervangen ze glasramen die in mei 1940 door het ontploffen van een granaat zijn verwoest. Ze stellen voor: Pinksteren, de Hemelvaart van Maria en de doop van Jezus door Johannes.

In de rechter zijwand zie je nu beter dat geschonken glasraam met paus Johannes-Paulus, pater Damiaan en broeder Mutien-Marie.

In de kleine klokkentoren hangt een beiaard van elf klokken, gesponsord door de Virtonse bevolking.

Ga links langs de kerk door de Rue du Curé en kijk nog even naar de achterzijde van het gebouw. Wat doet daar die garagepoort? Daar stond vroeger de gemeentelijke brandspuit in !
Aan de overzijde zie je het:

HÔTEL DE VILLE – Stadhuis
Rue Charles Magnette 17.

Een groot gebouw uit 1859 in wat wel ‘stationsstijl’ wordt genoemd. Tijdens de openingsuren loont het de moeite om even binnen te stappen en de brede trap naar de eerste verdieping op te gaan.

Daar zie je een fresco uit 1973 van Marguerite Brouhon met haar huis en de stad Virton op de achtergrond, plus haar eeuwige thema’s, de droomwereld en de katten.

Middeleeuws Virton 

Op het gelijkvloers is er een wand met keramiek van Ernest Bernardy, waar het leven in Virton anno 1270 wordt afgebeeld: Graaf Louis V van Chiny en zijn echtgenote overhandigen aan de eerste magistraat het stadscharter. Zij zijn vergezeld van hovelingen, bedienden, monniken en trompetters.

Centraal zien we dezelfde personages aan het banket met daarbij boeren en slagers, dus de mensen die voor dit eetmaal hebben gezorgd.

Als derde tafereel is er de markt met marktkramers, spelende kinderen en discussiërende kopers. Links van deze markt de toenmalige houtbewerkers en rechts naast hen pottenbakkers, steenhouwers en herders.

Spanning bij de trap

Naast de brede trapstaat nog een werkstuk van Albert Gatez uit de jaren 1970.  De gelaste metalen platen hebben hun onregelmatige oppervlak gekregen door ze elektrisch op te laden.

Eerlijk herstel in steen

Buiten op het bordes van het stadhuis heeft Georges Lorand een monument gekregen. Hij was een liberale gedeputeerde die tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol heeft gespeeld en daarvoor al in 1920 een gedenkteken kreeg.

Maar de Duitsers vernielden het in de Tweede Wereldoorlog, waarna het in 1953 is vervangen en er meteen een monument voor de slachtoffers van deze laatste oorlog aan werd toegevoegd.

Centraal zie je een heldin met een haan op haar schouder, die enigszins aan de Franse Marianne doet denken. Want ja, de Gaume voelt een nauwe band met de zuiderburen, op de nationale Belgische feestdag van 21 juli wordt hier na de Brabançonne ook de Marseillaise gezongen, met de Belgische en Franse driekleur broederlijk tezamen gehesen.

 Ga naar rechts tot aan de hoek met de Avenue Bouvier. Dat is hier op de kaart.
Klik op X rechtsboven om terug te keren naar de route.

FONTAINE DE L’ÉCLIPS – Eclipsfontein

Dit waterspel herinnert nog eens aan de totale zonsverduistering van 11 augustus 1999. Op initiatief van burgemeester Pierre Scharff  werd in het jaar 2000 deze fontein gerealiseerd door architect Pascal Sommeillier van bureau Pro Urba, samen met het bedrijf Tragesom.

Aardbol van 485 kilo

Een bol uit zwart graniet van 70 cm doorsnee en 485 kilo wegend met daarop de wereldkaart gegraveerd stelt onze aarde voor. Een zwarte marmeren schijf van 30 cm links aan de wand stelt de maan voor, die de zon verbergt. Onder de bol wordt water met een zekere kracht opgepompt, wat de bol optilt, waarna die rond gaat draaien om een noord-zuid as die een hoek van 23° maakt met een verticale loodlijn.

Sla links de Avenue Bouvier in en kijk naar een speciaal huis aan de rechterzijde even verderop.

Wie de route vanaf het station naar het centrum al heeft gevolgd, gaat hier rechtdoor terug naar de Dienst voor Toerisme (twee groene vlakken verder) of gaat terug via de Avenue Bouvier richting station. De bus (TEC) kan je meenemen tot twee of drie haltes verder, afhankelijk van het tijdstip.

https://www.letec.be/#/

Na diverse handelzaken en een gastenverblijf herbergt Huis Simonet nu een drankgelegenheid.

LA MAISON SIMONET – Huize Simonet
Avenue Bouvier 2.

In 1909 laat het echtpaar Édouard-Narcisse Simonet en Louisa Gilles door aannemer Jan Hugen een groot huis bouwen, dat een woonhuis en een winkel combineert, alles in fraaie Beaux-Arts stijl. Dit soort huizen waren op dat moment erg in trek in Brussel, maar voor Virton is het iets bijzonders.

Links het woonhuis met zijn brede voordeur en daarboven een balkon met iets smallere balkondeur. De bovenramen van die twee deuren hebben hetzelfde patroon, alleen onderaan iets breder uitgewerkt.

Rechts was er een beddengoed- en stoffenwinkel met daaraan een confectieatelier dat de Tweede Wereldoorlog niet heeft overleefd.

Ook het mansardedak is opvallend met zijn dakkapellen, tweemaal ruim uitspringend, viermaal beperkt tot een oeil-de-boeuf, die ovale vensters.

Sinds 1993 is het huis beschermd als monument en heeft het al meerdere functies gehad.

Ga nog even verder en steek rechts de parkeerplaats over naar de grote kapel die je daar ziet staan.

LA BIBLIO’NEF
Esplanade de l’Avenue Bouvier 4A.

In 1905 wordt bij het pensionaat van de Soeurs de la Doctrine Chrétienne (Zusters van de Christelijke Leer) een kapel in neogotiek gebouwd, waar de leerlingen de mis kunnen bijwonen onder veilige controle van de nonnen. Maar die gewoonte raakt uit de tijd en zo komt deze kapel leeg te staan.

In 2002 koopt het stadsbestuur dat gebouw om er een nieuwe bibliotheek in onder te brengen met een ietwat aparte naam: Biblio’nef, de combinatie van ‘bibliotheek’ en ‘naaf’- het schip van de kapel.

Deze nieuwe bibliotheek vervangt de vroegere stadsbibliotheek in het Maison des Dominos en een vrije bibliotheek voor volwassenen, die op initiatief van burgemeester Pierre Scharff was ontstaan.

Architect Bertrand van Droogenbroeck van bureau ‘alinea ter’ mag aan de slag gaan om oud en nieuw harmonieus samen te brengen. Dat lukt hem, hij behoudt de neogotische buitenkant en plant daar nieuwe onderdelen in. Opvallend is de glazen toren, waarin eigentijdse media hun plaats hebben.

Sinds de opening in mei 2010 kom je de bibliotheek binnen via het forum, tevens expositieruimte. Loop voor de jeugdafdeling helemaal door tot achteraan, die is in het vroegere koor. Volwassenen kunnen met de lift naar boven, want de kapel heeft een extra verdieping gekregen. Een rondlopende galerij leidt naar de leeszaal boven de ingang, vroeger het doksaal van de kapel.

De originele glasramen hebben dankzij restauratie hun oorspronkelijke kleuren behouden. Maar op de kapitelen van de zuilen die het gewelf ondersteunen, zijn op de grijze steen kleurrijke strepen aangebracht als 21ste-eeuwse toets. Zo krijg je nooit het idee dat je door een gebouw uit het verre verleden loopt.

Je bent welkom: di.wo.do. 14-17u., vr. 10-12/14-17u., za. 10-12u., ma.zo. gesloten.
Rolstoelvriendelijk.

Terug naar het kruispunt en links de Rue Docteur Jeanty in. Wanneer je deze straat uitloopt, bereik je weldra weer ons vertrekpunt, waar je nog even de voorgevel bekijkt voor een ‘zonnig’ einde van deze route.

LEVERANCIER VAN DE ZON

Het Maison du Tourisme Gaume stuurt je de zon in een envelop en noemt zich dan ook graag de leverancier van de zon. Hopelijk was die boodschap voor deze trip aangekomen. 

ZONSVERDUISTERING

De kleine zonnewijzer op de gevel is van Jean-Jacques Baron uit Sedan en herinnert aan de zonsverduistering van 11 augustus 1999, die enkel totaal was in het zuiden van België – dus hier. De hyperbool tussen de X en de IV verwijst ernaar, evenals het Romeinse jaartal MIM (1999) naast Virtons stadswapen: twee schuin gekruiste goud met zilveren pijlen op een rood schild.

Karel V kent de stad dit wapen toe omdat Virton in 1521 succesrijk weerstand heeft geboden aan de Luikse prinsbisschop Robert de la Marck, die als bondgenoot van de Franse koning het beleg van de stad moest staken.

De Virtonezen herkennen zich wel in dit wapen: veel praats (rood), weinig geld (zilver) en nog minder goud … In de tijd van de Franse revolutionaire annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden verliest Virton zijn titel van stad, om die pas terug te krijgen in januari 1837 en toen waren we al zo’n zeven jaar als België zelfstandig.

Je kan bij het Maison du Tourisme nog wat kaartjes kopen om aan de thuisblijvers te sturen. Postzegels kan je daar ook kopen, de brievenbus is op minder dan een minuut aan de overzijde bij het postkantoor in de Rue Docteur Jeanty.

Deze route is o.a. gebaseerd op informatie van:
– Memoires en Images Virton Saint-Mard
– Carnets du Patrimoine – Le Patrimoine de Virton
– Virton et Gaume,  Histoire & Collections de Frédéric Renauld (www.virtonhc.be)
– Parcours artistiques Virton – Saint-M’art

Steden en dorpen veranderen voortdurend. Dus kan er intussen iets op onze route gewijzigd zijn. We stellen het erg op prijs als je dat ons even laat weten. Dat mogen ook opmerkingen of aanvullingen  zijn, graag zelfs:

                                                             frits.schetsken@telenet.be

Zien we je terug op een van onze andere routes ?