Virton deel 1

Wandelroute VIRTON deel 1

De groene vlakken wijzen je de weg.

In de blauwe vakken staat wat je ziet.

Wil je er meer over weten, dan staat dat zwart op wit eronder.
Ben je nieuwsgiering naar een onderwerp in oranje? Klik er op en je krijgt een interessante link. Meestal staat onze Bollebooswicht dan klaar om je er alles over te vertellen.︁

Start route Virton:
Maison du Tourisme de Gaume
Rue des Grasses Oies 2b
Virton

Djean werd al in vele materialen afgebeeld, maar altijd met zijn viool of met zijn Djeanne. Klik op de foto's voor nog andere beelden en ga terug naar de route via klikken op X rechtsboven op je scherm.

MAISON DU TOURISME
Toeristische Dienst
Rue des Grasses Oies 2b.

Voor de ingang ligt tussen de planten Djean de Mâdy, een legendarisch personage in de streek rond Virton. Je komt hem op onze wandeling nog tegen en zijn ‘story’ volgt nog.
God schiep in zijn eentje twee mensen, maar hier is het omgekeerd, Djean is hier gecreëerd door een duo. Huguette Liégois ontwierp hem, Paulin Bouvry zorgde er in 1965 voor dat het idee ook harde materie werd.

TOTEMPAAL
Tegenover Toeristisch Infokantoor.

Had je het niet gedacht? Dat diepe zuiden, dat is daar nog zowat de Far West van België. Natuurlijk is het echte verhaal lichtjes anders.

Na Wereldoorlog II stationeert de NAVO in 1954 op de luchtmachtbasis van het Franse Marville – zo’n 15 km van Virton – de 1ste wing RCAF, een Canadese legereenheid. De gezinnen van deze soldaten gaan in de omliggende steden en dorpen wonen.

CHARLES DE GAULLE JAAGT DE CANADEZEN WEG

Frans president Charles de Gaulle trekt zijn land in 1967 uit deze Noord-Atlantische Verdrags Organisatie terug. Dat betekent het afscheid van die Canadezen, ze verhuizen op 31 maart 1967 naar het Duitse Lahn. Als aandenken aan hun gastvrije ontvangst schenken zij twee Canadese totempalen van het type Thunderbird, ook de naam van hun straaljagers. Eén exemplaar staat in het Franse Longuyon, het andere hier in Virton. Je ziet hier echter een kopie, gemaakt door Claude Goffinet uit Saint-Remy. Het origineel is in 1992 beschadigd geraakt.

Voor wie niet zo goed heeft opgelet tijdens de les ‘Totempalen’: een thunderbird of dondervogel is een Indiaans vliegend fabeldier, dat zich voedt met walvissen. Door met zijn vleugels te klepperen zorgt het voor donder, uit zijn ogen schiet dan de bliksem, waarna er regen valt uit een meertje op zijn rug.  

Het vertrek van de Canadezen was een aderlating voor Virton. Met 2000 militairen op de basis waren er zo’n 330 Canadese gezinnen in de stad. De Canadezen woonden liever hier dan in Frankrijk. En de middenstand profiteerde daarvan, zeker de autodealers en garages. Al die militairen kochten een gezinswagen om de afstand tussen wonen en werken te overbruggen.

Wandel met je rug naar de totempaal langs het grote gebouw aan je rechterzijde. Daar zie je twee kunstwerken.

POINT CARDINAL – Voornaamste Punt

Metaalsculptuur van Albert Gatez uit eind jaren 1970. Het gaat om evenwicht tussen lege ruimtes en zwarte stalen elementen. Gesmeed, gehamerd en gelast wordt dat staal tot dit abstracte werk. Gatez stelt in 1992 vier werken ter beschikking aan Virton voor een tentoonstelling. Sindsdien hebben ze hier wortel geschoten, terwijl de kunstenaar in 1999 overleden is.

TEGELTABLEAU S.I. LA GAUME

Ernest Bernardy heeft hier de Gaumestreek in keramiek weergegeven met de diverse attracties en bezienswaardigheden. De in 1923 geboren Bernardy heeft talrijke woonhuizen in de Gaumestreek van mozaïeken voorzien, voordat hij zich op het eind van zijn leven gaat toeleggen op schilderen, eerst aquarel, daarna olieverf. Hij is in 2000 overleden.

Kijk nu even naar het grote huis achter het mozaïek.

MAISON DES DOMINOS – Dominohuis
Rue de Grasses-Oies 11.

Je ziet hier een band van dominostenen op het gebouw. Die dominostenen verwijzen naar de naam van dit grote herenhuis – Maison des Dominos -, ooit eigendom van de notarisfamilie Lambinet, maar sinds 1953 stadseigendom. Sindsdien is deze plek bekend als ‘Aux Domino’s’ en heeft het huis talrijke bestemmingen gehad: cultureel centrum en bibliotheek, administratief centrum tijdens verbouwingen van het stadhuis van 1968 tot 1970, jeugdherberg, muziekschool, ‘huis voor de kinderen’ …  De vroegere parktuin heeft minder geluk gehad, die heeft plaats moeten maken voor een parkeerterrein annex zwembad.

Wandel even verder rond, zodat je de zijgevel van Aux Dominos te zien krijgt.

LES LÉGENDES GAUMAISES – De Gaumse legenden

 In 1969 geeft de stad Virton een eerste opdracht aan Ernest Bernardy voor een mozaïek op een openbaar gebouw. Bernardy verwerkt in één geheel van links naar rechts Djean d’Mâdy (de vioolspeler in de boom); de vier feeën van het Trou des Fées, een bodemformatie met holen nabij Croix-Rouge ten noorden van Virton; Monseigneur de Hontheim, bisschop van Trier, die in 1790 op het kasteel van Montquintin nabij Rouvroy stierf. In zijn tijd staat hij bekend om zijn (te) vooruitstrevende ideeën, die hij als humanist onder de naam Febronius publiceert. Rechts voor hem de Witte Dame van Montauban  en helemaal rechts de Vier Heemskinderen, die hier een rol spelen, omdat nabij Buzenol hun kasteel zou hebben gestaan, terwijl hun achtergelaten schat door die Witte Dame wordt bewaakt.

De oranje zon rechts op het mozaïek heeft als tegenhanger de gele maan links van de bisschopsmijter. Zoek zelf de vier dieren: eekhoorn, uil, kat en everzwijn.

Omdat de plaatsen waar zich de gebeurtenissen van dit mozaïek afspelen goeddeels buiten de stad Virton liggen, kom je ze niet tegen in deze route. Maar we vertellen wel in Bollebooswicht-items meer erover en geven je een route om bij die plekken te geraken.

Steek over naar de brede Rue Docteur Jeanty. Op de volgende straathoek oversteken naar links richting kerk. Houd links aan op het plein, zodat je de kerk aan je rechterzijde hebt. Kijk even naar het derde glasraam, geteld van links naar rechts.

Het raam staat open. Klik erop en je bent binnen.

GLASRAAM JOHANNES-PAULUS II

In 1995 bezoekt paus Johannes-Paulus II België. Als herinnering daaraan  schenken Joseph en Christiane Michel-Adam een glasraam, gemaakt door het atelier Van Veerdegem-Vosch uit Elsene en geïnstalleerd in april 2009. Hierop zie je centraal de paus met links boven hem pater Damiaan en rechts broeder Mutien-Marie, beiden heilig verklaard, respectievelijk in 1995 en 1988.

Wandel verder en ga bij de eerste pleinhoek naar links, zodat je recht voor je een groot huis ziet aan het einde.

LA GRANDE MAISON – Het Grote Huis
Rue Sainte-Catharine 2.

Een vrouw in de bouw
Wat je vandaag ziet, dateert in de kern uit 1746-’47. Het jaar tevoren heeft Jeanne-Marie Capitaine van Ignace en François de Longueval hun Virtonse bezittingen gekocht. Naast een grote – maar wel flink vervallen – woning, behoren daar ook nog tuinen, boomgaarden, hennep- en hopvelden bij. Die zullen niet allemaal rond dit huis hebben gelegen, want zelfs al zijn de stadsmuren dan al bijna een eeuw eerder gesloopt, de ruimte in de binnenstad blijft beperkt. Jeanne-Marie blijft niet bij oude stenen zitten, zij laat het huis helemaal herbouwen in kalksteen. Zo kan ze gaan wonen in wat in die dagen een grensstadje binnen het Groothertogdom Luxemburg is.

Maar vanaf 1450 staat op deze plek reeds een flink huis, waar halfweg de 16de eeuw Nicolas de Laittres zijn intrek neemt, als hij op 20 mei 1559 tot provoost van Virton is benoemd. Hij is daarmee de officiële vertegenwoordiger van de Luxemburgse hertog. De familie de Laittres behoort tot de lokale adel en in deelgemeente Saint-Mard staat nog een flink kasteel van hen. Helaas niet te bezoeken, tenzij je de huidige Nederlandse eigenaar aantreft, die met de moed der wanhoop het in verval zijnde gebouw nieuw middeleeuws leven tracht in te blazen.

De NAVO strijkt neer
Springen we even enkele eeuwen verder, dan is in 1910 belastinginspecteur Maurice Lavaux eigenaar van deze woning. Toch opvallend groot voor een huis binnen de cirkel van vroegere stadsmuren, waarvan één der elf torens vlakbij dit gebouw heeft gestaan. Wanneer na de Tweede Wereldoorlog in het nabije Franse Marville Canadese militairen een NAVO-basis bemannen, worden de bijgebouwen van dit huis snel tot appartementen verbouwd, want die manschappen zoeken onderdak voor hun gezinnen. Maar ook dat is intussen alweer verleden tijd. Sinds 1995 is een nieuwe eigenaar bezig aan renovatie, waarbij hij er rekening mee moet houden, dat sinds 2001 delen van hoofd- en bijgebouw zijn beschermd als monument. Kijk eens naar de plaats van de brievenbus; op welk niveau binnenshuis kan die worden gelicht?

Sla rechtsaf, de Rue Saint-Catharine in.

VERDWENEN SINT-CATHARINA

Dit straatje is genoemd naar de verdwenen Sint-Catharinakapel, opgericht dankzij een legaat van pastoor Jean Marchiet van 27 november 1388.

Hij geeft heel precies aan wie patroonheilige van de kapel moet worden en wat de verplichtingen van de bijbehorende kapelaan zijn. In 1792 is deze kapel gesloopt.

Aan het eind van de Rue Sainte-Catharine sta je in de Grand-rue (Hoofdstraat) waar die wat verbreedt tot een klein pleintje, waarvan het linker gedeelte wat hoger ligt.

MARKTHAL EN SCHANDPAAL

Hier staat vanaf 1403 de middeleeuwse Markthal, die in 1623 is vervangen door een nieuw gebouw, maar in de Franse tijd is afgebroken. Maar op deze plek bevond zich ook de schandpaal van Virton. Op een schilderij dat hier staat is de vroegere situatie weergegeven.
In de Markthal stonden de slagers bijeen. Veel steden bezaten zo’n Vleeshal, omdat juist vlees goed gecontroleerd moest worden op mogelijk bederf. We spreken dan niet over kippen of konijnen, want die werden levend verkocht om thuis te slachten. Alleen bij grotere dieren waarvan je een mals stukje kocht, moest dat absoluut vers zijn om ziekten te voorkomen.

De toets doorstaan

Hier in Virton was op de bovenverdieping van de hal een opslagruimte voor goederen die aan de stad gegeven werden als belasting in natura. Papieren geld bestond nog niet en niet elke ambachtsman beschikte over voldoende munten. Bovendien was er bij grotere munteenheden  een controle op echtheid nodig. Dat gebeurde door het geldstuk te wegen en op een harde steen te laten vallen. Iedere munteenheid had zijn eigen klank door de gebruikte metaalmengeling. De steen was de toetssteen, die we nog kennen in de uitdrukking ‘de toets doorstaan’.

Ga links de Grand-rue in, maar kijk voor je verder loopt achterom in de Rue de la Poste naar de achtergevel van Grand-rue 50.

MIDDELEEUWSE TRAPTOREN

Hoewel het huis pas uit 1720 dateert, is daar een traptoren uit het einde van de middeleeuwen ingebouwd. Zulke traptorens verbonden de verdiepingen, wat ruimte spaarde binnen de woning en geen tochtgaten tussen de verdiepingen gaf.

Wandel verder de Grand-rue door tot aan het nabije einde.

De Porte d'Ardenne heeft meerdere kunstenaars geïnspireerd.

De Grand-rue doorsnijdt de binnenstad van noord naar zuid. Aan deze kant stond de Porte de la Roche ofwel Porte d’Ardenne, aan het andere uiteinde de Porte d’Harival of Porte de France.
Links op de hoek van het restaurant zie je de Seigneur de la Grange au Bois (Heer van de Houten Schuur), als bewaker van de stadspoort, die klein tussen zijn gespreide benen verschijnt. Ditmaal geen mozaïek of keramiek van Ernest Bernardy, maar een beeldhouwwerk .

Aan de pleinzijde zie je op een schilderij hoe die Porte de la Roche er ooit uitgezien heeft.

Rechtsaf de Place Georges Lorand op. Je staat hier meteen voor de kiosk.

MUZIEK VOOR LIBERAAL EN KATHOLIEK

In het midden van het Georges Lorandplein – genoemd naar een liberaal politicus die je straks nog tegenkomt bij het stadhuis – staat op een hoge sokkel van zandsteen sinds 1914 deze kiosk van de stadsarchitect Omer Bodson, geheel gerenoveerd in 2013. Let even op de art nouveau decoratie van de spijlen van het hekwerk.

Virton telde destijds twee muziekverenigingen, de liberale Royale Philharmonique en het katholieke Concordia. Muziek mocht dan de zeden verlichten, het bleef wel allemaal binnen de eigen kring, ook al moest deze kiosk gedeeld worden. Naarmate er meer muziekverenigingen kwamen, mocht elk van hen vijf maal per jaar deze kiosk gebruiken, alleen die Koninklijke Filharmonie kon vaker hier terecht.

STADSREUS DJEAN D’MÂDY

Steeds op 26 december ter gelegenheid van de Foire aux Amoureux (Verliefdenkermis) vindt op deze kiosk de kroning plaats van de Koning van de Paté, in aanwezigheid van El Djean en la Djeanne, de Virtonse reuzen.

Vroeger werden vaak verhalen verteld over Djean d’Mâdy, voluit Johan van Montmédy. Deze kerel heeft echt bestaan, hij is geboren in 1585 in het Franse Velosnes bij Torgny en zette graag de bloemetjes buiten. “Je kan beter arm zijn en leven als een rijke, dan rijk zijn en leven als een arme”, was zijn levensmotto.

Zijn oom was violist aan het hof van de heer van Mansfeld in Luxemburg en van hem leerde Djean ook viool spelen en kreeg hij een rood gevernist exemplaar. 

Rond deze in 1632 gestorven volksfiguur sponnen zich al spoedig allerlei legenden. Djean raakt in die verhalen telkens in netelige situaties verzeild, maar weet zich met welbespraaktheid en slimheid overal uit te redden.

De vioolspeler en de wolf

Zo komt Djean eens laat terug van een feest, waarbij hij betaald is voor zijn vioolspel met jenever en een taart. Hij loopt door het bos van Bicaumont – een berucht bos ten oosten van Latour – als hij plots het gegrom van een wolf achter zich hoort. Zo snel als hij kan klimt hij in een boom, maar het ondier blijft rustig onderaan wachten.

Eerst tracht Djean hem weg te krijgen door stukken taart naar beneden te gooien, maar als de taart helemaal op is, staat de wolf nog er nog steeds. Dan neemt Djean zijn viool en begint te spelen. De wolf gaat rondjes draaien op de muziek en als Djean steeds sneller gaat spelen wordt het beest stilaan duizelig en valt uiteindelijk doodop in slaap. Onze held kan nu uit zijn vluchtoord komen en heeft tijdens het naar huis stappen maar van één ding spijt: “Dat ik toch niet meteen op mijn viool ben gaan spelen! Dan zou ik die taart nog hebben …”

De mensen uit de Gaumestreek identificeren zich graag met Djean d’Mâdy, omdat hij bij al zijn grappen toch een groot hart heeft. Verschillende auteurs hebben de verhalen rond Djean op schrift gesteld en er is zelfs een theaterstuk rond gemaakt.

Op 26 december 1938 zijn de twee reuzenpoppen van Djean en Djeanne voor het eerst in papier-mâché op wilgenhout in het straatbeeld verschenen. Bij een restauratie door Ernest Bernardy in 1966 zijn de hoofden van glasvezel gemaakt en is er een metalen geraamte gebruikt voor de reuzen. Elke reus weegt 40 kilo en is zo’n 3 meter hoog.

Kijk nu even naar het grote mozaïek op de muur voor je.

LES VIEUX MÉTIERS
De oude ambachten

Een van de grootste mozaïeken van Ernest Bernardy, gemaakt op verzoek van het stadsbestuur om een blinde huisgevel aan te kleden.

Vier oude ambachten zijn hier verenigd: bovenaan de wever, links de pottenbakker, in het midden de leerlooier en rechts de klompenmaker. Doordat ze allemaal dezelfde kleren dragen, lijkt het wel één ‘multitask’ team. Deze ambachten kwamen veel voor in het oude Virton, doorgaans waren de beoefenaars van zo’n ambacht samen in één wijk gevestigd.

Loop voor de kiosk langs en ga schuin rechts de Rue des Fossés in.

Via deze Grachtenstraat volg je het tracé van de vroegere stadsmuur aan de oostzijde van Virton. Aan de buitenzijde van de vroegere stadsgrachten loopt vandaag een vrij smalle ringweg rond het stadscentrum, waaraan langs de westzijde winkels, banken en restaurants liggen, maar hier aan de oostzijde zijn veel vroegere woningen bewaard gebleven. Het tweede huis rechts is al een apart geval, met twee deuren op beide uiteinden en twee ramen boven elkaar in het midden.

Steek even het kruispunt over naar die metalen krul rechts op het trottoir.

SPIRALE DU 7ÈME ART – Spiraal van de 7de Kunst
Rue des Fossés.

Je staat nu voor de ‘Patria’, de enige bioscoop in Virton en omgevende dorpen. Sinds november 2005 staat hier de spiraal van Jean-Paul Deller, een gebeeldhouwd stukje film van 5 meter lengte, 2,80 m hoog.

Als je weet dat in Virton jaarlijks een Festival du Film Européen plaatsvindt, dan begrijp je meteen het waarom van dit eerbetoon. De filmlus staat voor de creatieve vrijheid, die door de bol wordt vastgehouden op de strakke lijnen van de travelingrails, die voor de dagelijkse verplichtingen staan, die de creativiteit intomen. Met nog wat extra verbeelding zie je ook nog de letter E van Europese film in de vorm van de filmstrook. En film wordt de zevende kunst genoemd.

Op de kaart kan je zien waar je je nu bevindt.
Klik op X rechtsboven om terug te keren naar route.

We keren even op onze stappen terug, steken opnieuw het kruispunt over en gaan vlak voor het crèmegele huis rechts door het steegje naar de Rue de la Momette. Daar gaan we even naar links, om dan rechts onder een huis door de Passage de la Couchale te kiezen, een kasseiwegje dat ons in de Rue Albert 1er brengt.

LET OP –  Route rolstoelgebruikers en voor wie liever geen helling op en trap af loopt:
Sla tegenover de Spirale de Rue Albert 1er in. Neem de eerste zijstraat rechts, Rue des Recollets, die je volgt tot waar de Rue des Houplons daar op uitkomt. 

Klik hier om rechtstreeks naar de aansluitende routetekst te gaan.

Voordat deze straat naar koning Albert I werd genoemd, spraken de Virtonezen van Rue de la Culotte (Korte Broekstraat). Bij zo’n naam is het meteen duidelijk dat we nu de wijk van de textielambachten betreden.

We slaan rechtsaf en nemen meteen de straat links die omhoog gaat, de Montée du Haut de la Vigne, de helling naar het wijngaardplateau.

ZYGOMARS ALS APERITIEF

Verwacht geen bloeiende wijngaard vol ranken, die is er sinds een eeuw niet meer. Maar vanaf de middeleeuwen is hier in Virton wel degelijk wijn gemaakt.

Recenter is er nog wijn gemaakt van appelen, waaraan door toevoeging van het plantje lievevrouwebedstro een aperitiefdrank ontstond met de naam zygomars, enigszins te vergelijken met de maitrank die in Arlon populair is.

Met wat geluk vind je nog een fles zygomars bij supermarkt Delhaize.

In de bossen van de Vallée de Rabais ten noordoosten van de stad, houdt een folkloristische vereniging bepaalde weekends nog een uitspanning open die als ‘repaire Zygomars’ bekend staat. Vooral de betere burgers komen hier op vaste tijdstippen samen.

In weer en wind

Op de dag waarop Paulus’ bekering wordt herdacht – 25 januari – vechten op deze hoogte de vier winden om onderling uit te maken wat voor weer het wordt dat jaar.

Keer via de verharde trap rechts weer naar beneden, om te belanden op een pleintje, waar je links niet de bocht van de Rue Albert 1er volgt, maar enkele treden afdaalt naar de smalle Rue des Houplons.

KAARDEN

Op het eerste gezicht kan het lijken dat je van de ene alcoholhoudende drank naar de andere gaat, van wijn naar het met hop gebrouwen bier. Maar de straatnaam is wel degelijk Houplons en niet Houblon (hop). Die ‘houplons’ waren de kaarders, die hier actief waren toen er in Virton nog stoffen werden geproduceerd. Kaarders moesten na het scheren van de schapen en het wassen van de wol de draden ontwarren.  Die werden dan recht getrokken om het mogelijk te maken ermee te weven of te spinnen.

De Rue des Houplons loopt over in de Rue des Récollets, die uitkomt in de Rue d’Arlon pal voor de Musées Gaumais. Maar steek de Rue d’Arlon nog niet over, kijk even naar links naar een charmante bron.

LA FONTAINE MARIE – De wasplaats van Maria
Rue d’Arlon.

Waarschijnlijk was hier al vroeger een bron in openlucht, maar zeker is dat de Virtonezen hem al in 1563 gebruiken, dan wordt hij vermeld als Fontaine Mère, de Moederfontein. Deze op de heuvelflank gelegen bron werd zo genoemd, omdat hij een reeks andere tappunten bevoorraadde.  

Eerst nog lavoir Sainte-Catherine (Sint-Katelijnewasplaats) geheten, verandert de naam in 1693 in  Fontaine Marie. Bronnen worden vaak onder de bescherming van een god en later van een heilige geplaatst. Sommigen zijn zelfs processieplaatsen geworden. Zo wordt in het nabije Harnoncourt op 15 augustus het standbeeld van Sint-Rochus in een oude fontein geplaatst, waar dan voor gebeden wordt. De oorsprong daarvan gaat terug tot een pestepidemie, die driekwart van de bevolking van de Gaumestreek wegvaagde in 1636.

In 1784 wordt deze bron met zijn twee wasbekkens overdekt en krijgt zo de tegenwoordige aanblik. Als gevolg van een belasting op het gebruik van openbare wasplaatsen in 1815 wordt de Fontaine Marie gereserveerd voor de armere Virtonezen. De komst tussen 1869 en 1876 van waterkranen binnen de woning beperkt het gebruik van openbare watervoorzieningen.

En dan verschijnt de Maagd zelf

Om aan het volksgeloof te herinneren, dat met het heilbrengende water gepaard ging, is op initiatief van Edmond Fouss van het Museum van de Gaumestreek in 1970 een H.Maagd met Kind in deze wasplaats neergezet. Het 19de-eeuwse beeldje is in 1986 opnieuw in de originele kleuren geverfd. Maar de arme bron leidt onder de tand des tijds. Maria en haar illustere zoon hebben naar verluidt een schuilplaats gekregen onder het afdak van het museum in afwachting van de verhoopte renovatie van de fontein.

Steek over naar het grote gebouw met de toren.

LES MUSÉES GAUMAIS – Musea van de Gaumestreek
Rue d’Arlon 38.

De ruiters van de veldmaarschalk brengen de Olympische vlag

De recolletten stichten in 1659 in Virton een klooster met kerk. In de Oostenrijkse Tijd, rond 1738, krijgen zij van landvoogdes Maria-Elisabeth van Oostenrijk, zus van de Oostenrijkse keizer Karel VI, toestemming om een college te openen. Die middelbare school verrijst tegenover de Fontaine Marie, maar is intussen afgebroken.

Aan dat college zijn enkele bekende namen uit deze streek opgeleid. Zoals  Maximillien de Baillet Latour, die het tot veldmaarschalk van het keizerlijk leger brengt. Tussen 1790 en 1806 strijdt hij met een eigen ruiterkorps, de Latour Dragonders, tegen de Fransen, die de Oostenrijkse Nederlanden komen veroveren.

Onder zijn nakomelingen is graaf Henri de Baillet Latour, stichter van het Belgisch Olympisch Comité, dat in 1920 de Olympische Spelen in het Antwerpse Beerschotstadion organiseert. Daar wordt voor het eerst de bekende vlag met Olympische ringen ontplooid. Henri volgt in 1925 Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische Spelen, op als voorzitter van het IOC.

Een beruchtere leerling van dit college is Henri Loison. Hij is de man onder wiens aanvoering op 13 juni 1792 de trappistenabdij van Orval wordt verwoest.

Jaquemart met monnikspij

Wanneer de recolletten worden verdreven door de revolutionaire Fransen, krijgen hun gebouwen andere bestemmingen. Maar op 27 november 1899 worden ze bij een brand vrijwel volledig verwoest. Alleen de boerderij blijft overeind.

Gelukkig wordt één van de kloostergebouwen herbouwd. Dankzij Edmond Fouss wordt daar in 1937 het Musée gaumais in ondergebracht. Er volgt een stevige restauratie en in 1968 komt er een klokkentoren bij met een heuse jaquemart, een klokslager in de vorm van een monnik, die op de klok naast hem de uren slaat. Ze noemen hem toepasselijk Frère Jacques, niet enkel naar het bekende Vader Jacob lied, maar omdat de enige kloostermonnik die men bij naam kent zo heette. Jacob hamert op een klok uit 1894, gegoten in het atelier van Farnier, een bekende naam in Lotharingen en de Vogezen.

De wijzerplaat, waarop je alleen het uur kan aflezen, is twee eeuwen ouder dan de toren zelf, in 1768 gesmeed in een dorp in de Franse Ardennen. Vandaar die Franse lelies tussen de Romeinse cijfers.

In de jaren 1990 breidt het museum uit met een vier verdiepingen tellend nieuw gebouw in postmoderne stijl van het architectenduo Françis Bodson en Jean-Paul Claisse.

Dit Romeinse ontwerp werd later uitgeprobeerd en het werkte. Het was nog geen maairobot, want er waren vier poten, vier benen en vier armen voor nodig.

De Maaimachine van de Trevieren

In een aantal afdelingen wordt een beeld gegeven van het artistieke, culturele en sociale leven van Virton en de Gaumestreek, vooral vroeger, ook een beetje nu.

Nabij de ingang in het nieuwe deel ligt een groot steenblok met de afbeelding van de moissonneuse de Trévires, in 1958 gevonden in Montauban, een archeologische vindplaats nabij het dorp Buzenol, zo’n 11 km ten noorden van Virton. Op deze steen is een deel van een maaimachine afgebeeld, waarmee de Trevieren hun oogst binnenhaalden in de Gallo-romeinse periode. Een tweede steen met een gedeeltelijke afbeelding wordt bewaard in een museum in Arlon. Hier in dit museum zijn beide afbeeldingen en een ontbrekend middenstuk samengebracht in één illustratie, zodat je een goed beeld krijgt van het staaltje pre-industriële techniek van deze moissonneuse. In Buzenol kan je een model op ware grootte van deze maaimachine bekijken.

Ontdekking in een open rug

Daarnaast valt er aardewerk te zien uit de 18de en 19de eeuw van de koninklijke fabriek Boch uit het Luxemburgse Septfontaines, gietijzeren haardplaten van de ijzerindustrie in deze grensstreek met Luxemburg, fraai meubilair onder meer in de Edmond Fousszaal – de vroegere kapittelzaal van het klooster – en werk van de belangrijkste locale kunstenaars. Tot de topstukken behoort ook een exemplaar van de derde druk van de beroemde encyclopedie van Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert uit 1778-’79. 

In de kelder bij het volksgeloof zie je een heel apart Mariabeeld, waarbij in de rug een tweede ouder beeldje verborgen bleek, zoals een antiquair uit Eindhoven ontdekte.

Is het je opgevallen, dat de museumnaam het thans heeft over ‘musées’ (musea) ? Dat komt omdat buiten dit gebouw ook nog het stenenmuseum van Montauban in Étalle-Buzenol, het museum van het landelijk leven in Montquintin (Rouvroy) en het museum van militaire geschiedenis in Latour ertoe behoren.

Wil je een bezoek aan het Virtonse museum brengen, hou er dan rekening mee dat er van 12 tot 14 uur gesloten wordt voor een middagpauze.

Ga hier naar het tweede deel van de wandeling.