Doornik deel 2

Wandelroute DOORNIK deel 2

Van Schelde tot Belfort

De groene vlakken wijzen je de weg.

In de blauwe vakken staat wat je ziet.

De Quai du Marché aux Poisson volgen, die even verderop breed uitloopt als oude vismarkt van Doornik.

LE MARCHÉ-AUX-POISSONS – De Vismarkt
Deze vroegere vismarkt is ook ingesteld door Lodewijk XIV en aangelegd tussen 1669 en 1681. Er stond een klein gebouwtje waar vis bij afslag werd verkocht. Dat heette hier de minck, van het Vlaamse ‘mijn’, de uitroep waarmee iemand te kennen gaf dat hij de partij wilde kopen.

Bij de vernieuwing van de vismarkt in 1850 heeft architect Justin Bruyenne – je komt hem straks nog tegen – een nieuw mijngebouw ontworpen, waarin ook de klok van de visverkopers was opgehangen en een overdekte verkoopruimte met een smeedijzeren dak voor de vishandelaren, beide gebouwd door Alex Pipart.

Helaas zijn die na de Tweede Wereldoorlog gesloopt – maar een infobord toont je nog oude foto’s – al mag de huidige Marché-aux-Poissons ook gezien worden, vooral op zomerse dagen met de terrasjes. Van april tot oktober wordt hier vrijdags van 16 tot 20 uur kunstmarkt gehouden. En aan de Scheldekant loopt sinds 30 juni 2006 een traject van een RAVeL-route (Réseau Autonome de Voies Lentes), een deel van een netwerk voor langzaam verkeer, zeg maar fietsers, dat de laatste decennia in Wallonië is uitgestippeld en aangelegd, vaak over oude spoorwegtrajecten.

Even rondkijken op de Vismarkt.

Huis nr.15 aan deze kaai heeft dakkapellen waarvan de lijsten de vorm van vissen hebben. En als je even achterom kijkt naar de gevel op de hoek met de Rue de la Laterne, zie je daar een gouden kogel in steken. Die zou nog dateren van de belegering van Doornik door Lodewijk XV in 1745.

Groet nog even Lodewijk XIV, die hier op een paal in brons is vereeuwigd door Christine Jongen. Deze Lodewijk de Zonnekoning lijft Doornik van 1667 tot 1709 in bij Frankrijk en wil van dit strategische steunpunt op de grens met de Oostenrijkse Nederlanden een fraaie en weerbare stad maken.

We slaan het straatje achter Lodewijk in, de Rue Poisonnière, dan meteen links de Rue du Pot d’Étain in.

Je bent nu in het oudste deel van Doornik, waar de handelaars in voedingswaren hun bedrijfjes hadden, dicht bij de kade waar de boten aanlegden die voor aan- en afvoer van allerhande goederen zorgden.

Op een muur zie je twee niet geheel geslaagde muurschilderingen van Serge Gainsbourg en de Fab Four.

Sla rechts de Rue du Chevet Saint-Pierre in.

Dit straatje liep ooit achter het koor van een kerk door en heeft nu een handvol aparte winkeltjes en een al even merkwaardig restaurantje ‘Tatie Danielle’.

Aan het eind van dit straatje staan we op een langwerpig plein, aan onze kant wat verhoogd en met terrassen.

PLACE SAINT-PIERRE – Sint-Pietersplein
Dit plein vormt het hart van de oude havenwijk van Doornik. Vanaf de 10de eeuw staat hier al een eerste kerkje met daarrond een kerkhof. Dat kerkje is gewijd aan Petrus als patroonheilige van de vissers en de handelaars in waren die per schip aangevoerd worden. Met financiële steun van ridder Guisbert komt er in de 12de eeuw een iets grotere kerk, ditmaal gebouwd door het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De bevolking blijft groeien en in de 18de eeuw wordt die kerk vergroot, waarbij het koor tot aan de Rue du Chevet Saint-Pierre reikt, letterlijk de straat van het Sint-Pieterskoor.

Maar de Franse revolutionairen moeten niet weten van Sint-Pieter, het kerkje wordt niet direct gesloopt, maar wel voor allerlei andere doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld als soepkeuken voor de armen. Uiteindelijk wordt het vervallen gebouw dan toch gesloopt tijdens de Hollandse periode in 1821. 

Op woensdag wordt op dit pleintje markt gehouden.

Vlak voor de terrassen zie je weer zo’n paal met een historische figuur staan.

Het gaat hier om de 19de-eeuwse architect Bruno Renard, die in Doornik heel wat gebouwd heeft. In het derde deel van onze route staan we wat langer stil bij zijn conservatoriumgebouw. Hier heeft hij een bouwplan in zijn hand. Wist je dat het beroep van architect pas in de 20ste eeuw beschermd is? Voordien mocht elke aannemer ook zelf voor bouwmeester spelen.

Wandel over het plein naar de overzijde en let intussen even op het plaveisel.

Het nieuwe België laat vanaf 1850 een hoop oude huizen rond dit plein afbreken, om die te vervangen door een nieuwe bebouwing, waarbij voor meer harmonie in de architectuur rond het plein wordt gezorgd. Wanneer hier tenslotte in 1990 opgravingen plaats vinden, zorgt men er nadien voor dat de plattegrond van de Sint-Pieterskerk in het nieuwe plaveisel wordt verwerkt.

Naast Hôtel Cathédrale zie je een doorgang, de Passage Saint-Pierre. Ga daar doorheen.

Oorspronkelijk was dit een smalle steeg tussen het lokaal van de vrijwillige brandweer en het Hôspice Notre Dame (Onze-Lieve-Vrouwegasthuis). 

Je komt uit in de Rue de l’Hôpital Notre Dame, die je naar links volgt tot je op de Place Paul-Émile Janson belandt, waar je de Doornikse Onze-Lieve-Vrouwekathdraal voor je ziet omgeven door steigers.

Vlak voor de ingang aan de pleinzijde staat normaliter een bronzen beeldhouwwerk, maar bij de restauratie van deze kerk – die jarenlang duurt – is dat werkstuk al eens verplaatst. We geven je toch een beschrijving.

LES AVEUGLES – De Blinden
Place Paul-Emile Janson
Een bronzen beeldengroep uit 1908 van de ons reeds bekende Guillaume Charlier. Dat het hier juist om blinden gaat, heeft te maken met Mantillius, een blinde man die door bisschop Eleutherius genezen zou zijn. Het Mantilliusportaal van de kathedraal is naar die man genoemd.

Charlier heeft hier een scène afgebeeld, die hij zelf echt heeft gezien in Tanger, tijdens een reis naar Marokko. Vier blinden worden geleid door een jongetje, waarbij de eerste blinde zijn rechterhand op de schouder van het jongetje houdt en de anderen elkaar ook vasthouden. Het doet denken aan Breughels schilderij van de vier blinden, maar die hebben geen jongetje als leidsman.

Draai je om en kijk naar de overzijde, daar zie je het gebouw van de Doornikse toeristische dienst. Binnen kan je twee films bekijken over de stad, misschien tijdens een rustpauze?

OFFICE DU TOURISME / VISIT TOURNAI
Place Paul-Émile Janson 1.
Achter de fraaie gevel van een herenhuis in Lodewijk XVI-stijl, maar wel pas in 1914 gebouwd door architect Jules Wilbaux, huizen de toeristische allesweters van deze stad. Als je over de drempel stapt, sta je meteen voor een 8m² grote spiegel, waarin de torens van de kathedraal reflecteren. Deze Miroir joli die je vraagt: “Dis-moi que je suis la plus belle des cathédrales?” (Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, zeg me dat ik de mooiste kathedraal ben van het land.)

Binnen kan je twee films bekijken:
“La Couleur des Temps” vat 2000 jaar Doornikse geschiedenis samen in 20 minuten.
“De la pierre au ciel” vertelt het epos van de kathedraal van stichting tot vandaag in 3D, ook weer 20 minuten. Allebei in een Nederlandstalige versie mogelijk. In de middeleeuwse kelders worden exposities gehouden.

Open: 1 apr.-31 okt. ma-vr. 9-17.30u., za.zo. 9.30-12.30 / 13.30-17.30u.; 1 nov.-31 mrt. ma.-vr. 9-17u., za. 9.30-12.30 / 13.30-17u., zo. 13.30-17u.
Dicht op 1 mei, 1 nov., 25+26 dec., 1+2 jan. en op de maandag van de braderie in september.

Vanuit de Dienst voor Toerisme stap je de Place Paul-Émile Janson over in de richting van de achterzijde van de kathedraal, waardoor je in de Rue Soil de Moramé komt. Je loopt iets verder recht op het oude hoofdpostkantoor van Doornik, vandaag winkel Le Loft.

Le LOFT
Rue des Chapeliers 20.
Doornik heeft geen echte grote winkelstraat in zijn stadskern. Hier en daar kom je bekende namen tegen van ketenzaken als ‘Kruidvat’, maar je zoekt tevergeefs naar het Doornikse equivalent van de Antwerpse Meir, de Brusselse Nieuwstraat of de Gentse Veldstraat. Bekende namen vind je wel in het winkelcentrum Les Bastions aan de Boulevard Walter de Marvis, een deel van de ringboulevards op de rechter Schelde-oever, waar zo’n 60 winkels bijeen zitten.

Je passeert langs de achterzijde van de getraliede vensters van de kapittel-vergaderkamers en de schatkamer van de kathedraal, die momenteel door de restauratiewerken niet permanent toegankelijk is. Enkele etalages geven je een idee van wat in die schatkamer aanwezig is.

De Rue des Chapeliers – de Hoedenmakersstraat – leidt je rond de achterzijde van de kathedraal. Tegen een muur zie je een barok beeld met daaronder een gedenkplaat voor een kanunnik.

Kanunnik Pierre Joseph Warichez Pierre Joseph wordt in 1870 geboren in de taalfaciliteitenstad Edingen / Enghien. Zijn levensloop eindigt hier in Doornik bij een verkeersongeluk op 10 oktober 1935. In die 65 tussenliggende jaren heeft de man een halve bibliotheek bijeen geschreven, vooral rond de geschiedenis van het bisdom en de kathedraal van Doornik.
Zijn belangrijkste werken: Les origines de l’église de Tournai uit 1902 over de ontstaansgeschiedenis van de katherdraal, in feite het proefschrift waarop Warichez in 1897 doctoreerde in moraal.  En La cathédrale de Tournai et son chapitre uit 1934, over het Doornikse kapittel.

In 1905 wordt Warichez benoemd tot archivaris van het bisdom en het kapittel en zo zat hij natuurlijk direct aan de bron waaraan hij zich tot aan zijn dood is blijven laven. Ook de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, waarvan hij corresponderend lid was, en de Koninklijke Vereniging voor Geschiedenis en Archeologie van Doornik, waarvan hij ondervoorzitter was, hebben van zijn ruime kennis kunnen profiteren.

Je passeert nu een aantal huizen met getraliede vensters van de kapittel vergaderkamers en etalages die je een blik gunnen op enkele kostbaarheden uit de schatkamer.

Die schatkamer is soms niet toegankelijk tijdens de restauratiewerken. Dan moet je het stellen met wat je hier te zien krijgt, dat je toch enig idee geeft van wat in de schatkamer aanwezig is.

Even verder sla je rechtsaf, bij een paal waarop een 70 cm grote kanunnik richting kathedraal wijst.

SINT-LUCAS SCHILDERT DE MET MADONNA EN KIND
Vieux Marché aux Potteries.
Dit tafereel, waar Sint-Lucas een schilderij van Maria en haar Zoon maakt, gaat terug op een oude legende. Van beroep arts, werd van Lucas gezegd dat hij een afbeelding van Maria zou hebben geschilderd. Door dit verhaal is hij later patroonheilige van de schilders geworden.

Voor deze in geëmailleerd brons uitgevoerde beeldengroep nam Marcel Wouters in 1936 een schilderij van Rogier van der Weyden als voorbeeld. In deze stad is die schilder beter gekend als Roger de la Pasture, in 1399 in hier geboren. Hij behoort tot de zogeheten Vlaamse Primitieven, waartoe ook collega’s als Jan en Hubert Van Eyck (‘Lam Gods’ in Gent) en Hans Memlinck (‘Ursulaschrijn’ in Brugge) worden gerekend.

Voor je de kathedraal binnengaat, bekijk je eerst even de buitenkant.

CATHÉDRALE NOTRE-DAME – Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.
Open: 1 nov. – 31 mrt.  ma-vr. 9.15-12 / 14-17u.; za.zo.feestdag 14-17u. 1 apr. – 31 okt.  ma.-vr. 9.15-12 / 14-18u.; za.zo.feestdag 14-18u.

De vijf torens zijn hét kenmerk van Doornik.
Alles wat links van die torengroep staat is eerst gebouwd, in de bouwstijl die we nu romaans noemen. Rechts zie je het koor, later gebouw in de stijl die gotiek heet. Bisschop Walter de Marvis wilde vanaf de 13de eeuw de hele 12de-eeuwse romaanse kathedraal vervangen door een gebouw in de modernere gotische stijl. Maar dankzij acuut geldgebrek is dat er nooit van gekomen. 

In de gotiek bouwen ze steeds hoger. De gewelven steunen niet langer op zware muurvlakken, maar enkel nog maar op pijlers. Daardoor is het nodig om steunberen en luchtbogen aan te brengen, die de buitenwaartse druk van die gewelven opvangen.
Het romaanse deel steunt nog op de zware muren, waarbij je langs de ramen van de middenbeuk aan de buitenkant een rondgang ziet lopen.

Torens die namen hebben
Rond de zware vieringstoren staan vier kleinere torens, alle vijf even hoog, 83 m. Ze dragen een eigen naam.
Voor de middelste Lantaarntoren staan aan onze zuidkant links de:
Treilletoren, die volgens sommigen zo heet, omdat hierin de miswijn werd bewaard. Treille betekent hier druivenstok. Maar er wordt ook verwezen naar de ‘treuil’, de haspel waarrond in de middeleeuwen een lange kaars wordt gewonden, die voortdurend brandt ter ere van Onze-Lieve-Vrouw.
De rechtse toren is de Pontoisetoren, waarin de  8.000 kilo wegende klok ‘Marie-Pontoise’ hangt, de luiklok van de kathedraal. Die is in 1843 is gegoten door de gebroeders Drouot en heeft als toon de noot fa.
Naast deze grote klok hangen er nog vier klokken in de Johannestoren, rechts de tegenhanger van de Pontoise-toren aan de andere zijde van het gotische koor. Zijn naam houdt verband met een aan Sint-Jan gewijd altaar dat er tegenaan was geplaatst.
Tenslotte is er als tegenhanger van de Treilletoren aan de romaanse zijde nog de Brunintoren, waarin ooit een gevangenis was en wellicht heette de eerste gevangene Brunin. Alle torens zijn verschillend qua opbouw.

Kapitoolportaal
Zo heet de ingang aan deze zijde van de kerk. Die naam verwijst naar het 12de-eeuwse raadhuis van Doornik, dat niet ver van deze plaats stond en ‘La Capitole’ heette. Of dacht je dat Washington het alleenrecht op die naam had?
Aan de buitenzijde is boven de deur een tribune aangebracht. Van hieruit keken de rechters toe hoe veroordeelden lijfstraffen ondergingen. Aan deze kant was er dan ook een beeldhouwwerk dat het Laatste Oordeel voorstelde, maar dat nu zodanig verweerd is, dat bij gebrek aan herkenning wel vrijspraak moet volgen.

Ga naar binnen via het Kapiteelportaal.

Interieur Onze)-Lieve-Vrouwekathedraal:

Graaf-bisschop Eleutherius is de eerst bekende bisschop van het bisdom Doornik, hij zou in deze streken in 496 zijn aangekomen. Begin 6de eeuw wordt hij door de bisschop van Reims benoemd, nadat de Frankische vorst Chlodovech (onze Clovis) zich op 25 december 506 met heel zijn familie heeft laten dopen, waardoor het christendom in feite staatsgodsdienst wordt.

Eleutherius wordt aangeroepen tegen koorts en langdurige droogte, maar ook bij aanhoudende regenval. Kortom, een man waar je alle ecologische kanten mee uit kan. Alleen heeft dat mooie liedje niet zo lang geduurd. Want als de man in 531 overlijdt, is het voor iedereen duidelijk dat Doornik in feite niet rijp is voor een zelfstandig bisdom en komt de stad ruim zes eeuwen onder het Franse bisdom Noyon.

Pas in 1146 wordt Anselmus de tweede Doornikse bisschop. Zijn bisdom strekt zich dan wel ver uit, het grootste deel van Vlaanderen valt eronder, uitgezonderd de Vier Ambachten, een streek die nu vooral Zeeuws-Vlaanderen omvat. Daardoor komt de stad Hulst onder het bisdom Utrecht terecht. Henegouwen valt grotendeels onder het bisdom Luik. Zo ontstaan er historisch sterkere banden tussen Doornik en Vlaanderen, dan met het huidige Wallonië.

Ga je binnen meteen naar links, dan sta je in een grote, vrij lege ruimte. Kijk eerst helemaal naar voren.

Rosetraam en orgel
Het romaanse schip leidt je blik horizontaal naar het grote rosetraam voorin. Het stelt de Triomf van de Heilige Maagd Maria voor, is gemaakt door Jean-Baptiste Capronnier in 1851 naar een ontwerp van architect Justin Bruyenne en geschonken door Gaspar Labris, die hier van 1835 tot zijn dood op 16 november 1872 bisschop is.

Onder dat grote glasraam het brede orgel met veertig registers, gebouwd in 1854 door de Parijse firma Ducroquet.

Vier horizontale rijen delen de muren in: de zuilen die de middenbeuk scheiden van de zijbeuken en die telkens andere kapitelen hebben, waarop bloemen, dieren en mensen staan afgebeeld; daarboven de arcaden van de tribunes, een soort wandel- en zitruimte bovenop de zijbeuken; dan kleinere boogjes die alleen als versiering dienen, een zogenaamd ‘blind triforium’;  tenslotte de lichtbeuk met vensters.

Nu kijk je naar de zijwanden en de zuilen.

Bloemen, dieren, mensen
Vier horizontale rijen delen de muren in: de zuilen die de middenbeuk scheiden van de zijbeuken hebben telkens andere kapitelen, waarop bloemen, dieren en mensen staan afgebeeld.

Daarboven de arcaden van de tribunes, een soort wandel- en zitruimte bovenop de zijbeuken. Dan kleinere boogjes die alleen als versiering dienen, een zogenaamd ‘blind triforium’.  Tenslotte de lichtbeuk met vensters.

Helemaal vooraan staat een maquette van de kathedraal.

De wasknijpermaquette
In 2003 is deze maquette vervaardigd door de 82-jarige schrijnwerker Henri Dubois. Tien jaar heeft hij eraan gewerkt en je krijgt de indruk dat zijn vrouw regelmatig een stel nieuwe wasknijpers moest aanschaffen.

Maar deze maquette geeft wel een uitstekend overzicht van de verschillende delen van deze kerk. Je ziet bijvoorbeeld dat het Mantilliusportaal aan de linkerzijde apart tegen de rest van de kerk lijkt aangebouwd. Er is geen echte symmetrie bij dit bouwwerk en dan moet je ook nog bedenken dat rondom tegen de kathedraal overal woonhuizen waren gebouwd, die pas begin 20ste eeuw zijn gesloopt.

Bekijk terugkomend van de maquette nog even de kapitelen (bovenkanten) van de zuilen.

De gevallen bouwmeester
Op de vierde pijler rechts zie je twee met elkaar verbonden paarden. Op de zesde pijler rechts staan twee mensenhoofden met een puntmuts. De achtste pijler links toont je het ‘kapiteel met de zwanen’, die met hen lange nekken elkaar omstrengelen. Het merkwaardigste kapiteel zie je echter op de achtste pijler rechts, bij het Mariabeeld. Daar lijkt een man met een schreeuw omlaag te tuimelen, naar verluidt de bouwmeester van de kathedraal die van de stellingen valt.

Het doksaal verspert het zicht van het schip op het koor . Tijdens de restauratie is het ter bescherming omgeven door een houten omhulsel.

Het beroemde renaissancedoksaal van Cornelis Floris de Vriendt.

We buigen naar rechts voor de glasramen in de zuider dwarsbeuk, die een heel verhaal hebben te vertellen.

De bloedige geschiedenis van de familie van Clovis

 (Volg het verhaal van links naar rechts, waarbij je een onderscheid moet maken tussen de scènes aan de bovenzijde en de taferelen aan de onderkant.)

Het verhaal:
Clovis’ zoon Chlotarius verdeelt het rijk onder zijn zonen. Siegisbert krijgt Austrasië, het zuidoostelijke stuk, Chilperik ontvangt Neustrië, een noordwestelijk deel waarin Doornik ligt. Beide broers trouwen elk met een dochter van de koning van de Westgoten, die in het Spaanse Toledo woont.

Siegisberts vrouw heet Brunhilde, de eega van Chilperik is Galeswinde. Maar onze Chilperik houdt er nog een minnares op na, Fredegonde, die best een plaatsje wil opschuiven en koningin wil worden. Geen probleem, ze laat gewoon Galeswinde wurgen.

Allemaal goed en wel, maar daar is zus Brunhilde niet echt enthousiast over en ze zal haar Siegisbert het eens even laten uitleggen.

Wat de vensters tonen: 
Het ‘gesprekje’ tussen beide broers. (venster 1 onder) 
Van woorden komen daden:
Siegisbert brengt zijn broer een bloedige nederlaag toe (venster 2 onder)
Chilperik vlucht naar Doornik.
Daar staat de bisschop hem al op te wachten. (venster 3 onder)
Fredegonde legt zich niet bij de feiten neer.
Ze neemt wat goudstukken van haar huishoudgeld en bestelt twee maffiosi met scherpe dolken (venster 4 onder)
Siegisbert zal in zijn legerkamp worden uitgeroepen tot koning van Austrasië en Neustrië. Maar zijn koningschap wordt in de kiem gesmoord door een brutale moord (venster vijf onder)
Chilperik kan nu rustig koning gaan spelen over beide rijken, maar denkt nog even aan zijn gastheer:
Hij overhandigt de bisschop de sleutels
– in feite de tijdelijke rechten – van Doornik. (venster 6 onder)
Sindsdien komt de stadsmagistraat jaarlijks in de bisschopskapel trouw zweren aan deze voorrechten (venster 7 onder)
En zo loopt alles toch nog heerlijk slecht af. Leuke les in een kerk, nietwaar?

De bovenzijden van de vensters beelden de privileges uit die Doornik van Chilperik krijgt en dat zijn allemaal belastingen:
-Op elk stuk vee dat de Schelde oversteekt (venster 2)
-Op het gebruik van maten en gewichten (venster 3)
-Op de verkoop van wijn (venster 4)
-Op het houden van markten (venster 5)
-Op het brouwen van bier (venster 6)
Omwille van al die privileges heten deze glasramen ook wel de ‘vensters van de privileges’.

Begin 16de eeuw, als dit gebrandschilderd glas-in-lood wordt gemaakt door Nijmegenaar Arnold van der Spits, komt er nog veel volk naar de kerk en kan zo goed herinnerd worden aan wat men de ‘keizer’ moet doen toekomen. Omdat de inkomsten van al die heffingen ook flink bijdragen tot de financiering van de bouw van deze kathedraal, is het van belang voor de bisschoppen om enige nadruk op al die stedelijke rechten te leggen.

Aanvankelijk zaten deze ramen in het koor, zodat de kerkgangers ze dus recht voor zich zagen. Na een buskruitontploffing in 1745 zijn ze naar deze dwarsbeuk verplaatst.

Voor de schatkamer moet je een gang ingaan. Het bezoek kan op dezelfde uren als de kerk, maar is te betalen.
Omdat de kathedraal wordt gerestaureerd is de schatkamer niet altijd toegankelijk.

SCHATKAMER
Je krijgt hier onder (veel) meer te zien:
Reliekschrijn van de Vlaamse Lieve-Vrouw, gemaakt in 1205 door Nicolas van Verdun.
Reliekschrijn van de Heilige Eleuterius uit 1247.
Reliekschrijn van de Jonkers, gemaakt in 1571 door N. Vijrgen uit Brugge. Deze Damoiseaux (Jonkers) was een middeleeuwse broederschap van 60 leden uit de hogere burgerij.
Byzantijns kruis uit de 6de-7de eeuw, bezet met edelstenen en afgeboord met parels. Het is meegebracht uit Constantinopel (nu Istanboel).
Kazuifel van Thomas Becket, in 1170 gedragen door deze aartsbisschop van Canterbury.
Keizersmantel van Karel V, in 1531 door hem gedragen als hoofd van het Kapittel van de Orde van het Gulden Vlies, dat toen in deze kerk heeft vergaderd.
Wandstapijt uit Arras (Atrecht) met de legende van de heiligen Piatus en Eleutherius.

Verlaat de kathedraal via dezelfde weg als je binnengekomen bent. Ga links via de Vieux Marché aux Potteries en ga dan rechtsaf verder door de Rue des Chapeliers. Die straat loopt je uit zodat je bij het Belfort uitkomt.

BEFFROI – Belfort
Vieux Marché aux Potteries / Rue des Chapeliers
Een alleenstaande toren uit de 12de eeuw en daarmee meteen het oudste belfort van België. Wanneer Doornik in 1187 door Frankrijk wordt geannexeerd, vindt er een ontmoeting plaats tussen bisschop Evrard, die tot dan als vazal van de Franse koning Doornik heeft bestuurd, en koning Philippe II Auguste. Om zich van de trouw van deze strategisch gelegen stad te verzekeren, verleent de Franse vorst aan de burgers van Doornik een oorkonde, die hen een klokrecht geeft. Ze mogen in een daartoe geschikte plaats een klok hangen om de bevolking samen te roepen of te waarschuwen voor brand of onheil.

Er wordt een vierkante toren van amper 30 meter gebouwd op een plek waar wellicht eerder een Romeinse omwallingstoren stond. In 1294 wordt die toren verhoogd tot ruim 70 meter, met vier verdiepingen, versterkt met zijtorens en bovenop een  spits met daarop een vergulde draak, een dier dat alertheid, bescherming en waakzaamheid symboliseert.

In deze toren hangen de stadsklokken: de oudste is de grote ‘Bancloque’ van 5000 kg uit eind 14de eeuw, aangebracht na de grote brand die in 1391 in het belfort woedt. Die klok dient om de bevolking op te roepen zich op de Grand-Place te verzamelen, waar vanaf een balkon belangrijke mededelingen worden gedaan. De ‘Bancloque’ hangt in de ruimte net boven de eerste balustrade.

De ‘Vigneron’ is de klok die het openen en sluiten van de stadspoorten aangeeft en de torenwachters oproept om hun posities op de bovenste balustrade in te nemen. Luiden Bancloque en Vigneron tegelijk, dan moeten de Doornikse burgers hun wapens nemen om de stad te gaan verdedigen.

Dan zijn er nog de ‘Timbre’ uit 1392, die elk uur luidt en de kleinere ‘appeaux’-klokken,die zich om het half uur laten horen. Zeker zinvol in de dagen dat het befort nog geen wijzerplaat had. Deze kleinere klokken maken deel uit van de beiaard, die een  ruimte hoger dan de ‘Bancloque’ hangt, waar klankborden in de raamopeningen zijn bevestigd.

Helemaal bovenaan in de lantaarn van de spits hangt nog de ‘Tocsin’, een klok die bij nood wordt geluid.

Wie goed kijkt, ziet op de zware zijtorens vier stenen beelden staan van gewapende mannen als verdedigers van de stad, die door de Doornikzanen de ‘hurlus’ (schreeuwers) worden genoemd. Ze zijn in 1952 gemaakt door beeldhouwster Stella Laurent als vervanging van vroegere exemplaren.

Verder zie je op de kleine torens rond de spits vergulde sirenes, zeegoden van een lagere rang, van boven mens, van onder vis, die op een hoorn blazen.
Op de dakkapellen rond de spits en rond de zijtorentjes staan vergulde banieren met het Doornikse stadwapen – een waltoren – en daarboven drie Franse lelies.
Waar de onderste punten van de dakkapellen elkaar raken zie je vergulde sirenes uitsteken, wezens die half vrouw, half vogel zijn.

Tot 1817 waren er in dit belfort nog cellen voor tijdelijke opsluiting van gevangenen.

In Doornik is er in het belfort geen ruimte waar privileges, stadsarchieven of de stedelijke schatkist werden bewaard. Dat gebeurde in een andere toren, de Tour des Six, die met het intussen gesloopte schepenhuis was verbonden.

Je kan de 256 treden naar boven bestijgen om van 42 meter hoogte over Doornik uit te kijken. Die beklimming is de moeite waard, want er is op diverse niveaus een rondgang om de toren mogelijk, soms achter hekwerk of glas, soms in de openlucht. In het zomerseizoen wordt ’s zondags om 16.30u. de beiaard met 44 klokken bespeeld.

Openingsuren belfort:
1 apr. – 31 okt. di.-zo. 10-13/14-17.30u.

Hier eindigt het tweede deel van de route Doornik. Je kan meteen doorgaan naar deel 3, dat begint aan de voet van het belfort,  de plek waar je nu aangekomen bent. Maar een terrasje om de hoek op de Grand’ Place is ook een optie. 

Liever naar het station?
Wandel terug tot de Place Paul-Émile Janson. Kies daar aan de overzijde de Rue de l’Hôpital Notre-Dame. Dan alsmaar rechtdoor via het verlengde, de Rue Royale.