Wandelroute BOECHOUT deel 1

Van treinstation tot kerk

De groene vlakken wijzen je de weg.

In de blauwe vakken staat wat je ziet.

Als je klikt op een afbeelding, dan zie je meestal hetzelfde, maar ofwel groter, ofwel op een andere manier, ofwel op een ander tijdstip.
Klik daarna bovenaan rechts op X om terug te keren naar de route.

Wil je er meer over weten, dan staat dat zwart op wit eronder.
Ben je nieuwsgiering naar een onderwerp in oranje? Klik er op en je krijgt een interessante link. Meestal staat onze Bollebooswicht dan klaar om je er alles over te vertellen.︁

Start route Boechout deel 1:

Oud Station Bouchout
Frans Segersstraat 3
Boechout.

Op weg:

Steek van het stationsgebouw recht de straat over naar een voetpad tussen de huizenrij. Na een bocht sta je op een pleintje met huizen. Daar ga je rechts waar een straat het plein verlaat. Sla rechtsaf de Smalle Weg (geen naambord) in met aan je linkerhand een park. Na een vijftigtal meters ga je links dat park in naar de achterzijde van het Boechoutse gemeentehuis. Recht voor je zie je een beeldhouwwerk tussen hagen.

De vijfde kleuter is er niet graag bij.

HEUVELHOF
Heuvelstraat 91

Vier stoeiende kleuters en één rustende daarachter op een sokkel. Nee, niet de kindertjes van de burgemeester, al staan ze suggestief voor de ingang van de trouwzaal. Joseph Waterkeyn laat dit viertal hier neerzetten. Wil je weten of de kleuters hierboven zijn erfgenamen zijn, klik dan hier.

Van ‘Groot’  …

Vader François Waterkeyn heeft op 3 mei 1881 deze aardige lap grond met een landhuis erop in handen gekregen. Eerst verhuurt hij alles aan zijn broer, maar na diens overlijden gaat hij er zelf wonen. Maar dat duurt niet lang, want wanneer ook hij in 1886 de geest geeft, komt zoon Joseph als 21 jarige in het bezit van landhuis, stallingen, remise, park en resterende grond.

De aankoop van François Waterkeyn werd afgebroken.

naar ‘Groter’ …

Nu mag het voor Joseph allemaal iets groter zijn – een familietrek – hij is immers sinds 1895 oprichter van het Crédit National Industriel in Antwerpen. Dus laat onze bankier het landhuis in 1910 vervangen door een representatiever optrekje, Den Heuvel geheten. Architect Albert Arnou doet er zijn best op met lauwerkransen en guirlandes, opgehangen aan die nieuwbouw in neo-Lodewijk XVI-stijl. Je ziet fraaie natuursteen, maar die gevels verbergen bakstenen muren, zoals vaak bij dit soort landhuizen.

Joseph beleeft niet lang plezier van zijn investering. Begin oktober 1914 verschieten de Duitsers nogal wat kruit tijdens de Slag aan de Nete bij Lier. Slecht mikkend wordt Landhuis Den Heuvel tot ruïne herschapen.

Gelukkig niet definitief. Tussen 1922 en 1924 herrijst het gebouw volgens de oorspronkelijke plannen als Heuvelhof. Maar architect Jan Baptist van Boechout – ondanks zijn naam een Lierenaar – geeft er nog een eigen toets aan met dakkapellen en ronde dakramen, noem die maar oculi. Joseph Waterkeyn geniet alsnog rustig en lang van zijn bezit. Hij overlijdt op 18 juni 1963 als 98-jarige.

Met de heropbouw kwamen er ronde ramen in het dak.

… en ‘Grootst’.

Intussen heeft hij nog net zo’n staaltje groot-groter-grootst van familielid André Waterkeyn kunnen meemaken, de kleinzoon van zijn broer Jean-Pierre, die het Atomium bedacht heeft voor Expo ’58.

Deze man gaan we nog meer tegenkomen.

Deze bronzen man is Jan Frans Willems, die vaak het woord en de pen heeft genomen als het over Vlaams ging. Op de achtergevel van het Gemeentehuis vind je hem in zijaanzicht. Straks kijkt hij je nog een keer recht aan. Ga je hem dan nog herkennen?

In 1967 koopt de gemeente Boechout kasteel en park over. En na zeven jaar renoveren en verbouwen wordt dit het vierde Boechoutse gemeentehuis.

Rond het gemeentehuis lopend zie je in het park vooraan een oorlogsmonument met een beeld van Pol Van Esbroeck.

Dit beeld verhuist mee met elk gemeentehuis.

Verlaat het park aan de voorzijde, ga links de Heuvelstraat in. Dan de eerste straat rechts, Janssenlei.

JANSSENLEI

Een eigen straatnaam en nog wel voor een straat die ook helemaal van jou zelf is, het is niet iedereen gegeven. Jos Janssen is dan ook bestuurder van de Tramway Maritime in Antwerpen, al staat zijn wieg een heel eind verder, in Sint-Martens-Voeren.

Een lei die ooit boulevard werd genoemd.

Het Zurenborg van Boechout

Jos Janssen ziet in Antwerpen een wijk als Zurenborg vol fraaie huizen verrijzen. Hij wil ook zoiets en koopt van Emile Moretus de Bouchout op 4 januari 1900 zo’n 4 ha grond van het domein Steenhuyse. Dat is een oude hoeve, in bezit van uit Antwerpen stammende adellijke families. Die boeren daar niet zelf, maar verpachten Steenhuyse. Ook Jos zal er niet meteen gaan wonen, hij en zijn vrouw Angeline Kokken hebben hun Antwerpse adres aan de Kunstlei, na de Eerste Wereldoorlog omgedoopt tot Frankrijklei.

Jos, de doe-’t-zelver

Op 11 januari 1900  legt Jos Janssen de Boechoutse gemeenteraad zijn plan voor: een Grote en een Kleine laan aanleggen, de grond erlangs verkavelen  voor villabouw. Jos krijgt oké op 8 juni 1900, maar geen financiële steun. Dus zorgt hij zelf voor riolering, wegen, openbare verlichting en het planten van wilde kastanjes langs zijn wegen – bij een laan horen bomen. Jos gaat zelfs verder: alle privétuinen krijgen aan de straatzijde eenzelfde hek van gekruiste houten latten. Al snel verrijzen de eerste villa’s.
In maart 1902 vraagt Jos om de lengte van de lei te mogen beperken tot 180 meter.

En het loopt toch goed af

Onze initiatiefnemer overlijdt helaas al in februari 1908 in zijn Antwerpse woning. Maar zijn weduwe Angeline, een 44-jarige ras-Antwerpse, zet het project verder vanuit hun Boechoutse landhuis ‘Bel Air’ aan het eind van de eigen laan. Op 24 juni 1909 verkoopt ze gronden langs de even zijde van de lei. Als Angeline niet veel later ook zelf overlijdt, erven haar zoon en de broer en zus van Jos de volledige verkaveling. Om de erflasten te kunnen betalen worden ‘Bel Air’ en Jos’ villa ‘De Dag en De Nacht’ verkocht.

Door al dat sterven en erven sleept de aanleg wat aan, zo tegen 1910 zijn deze leien voltooid.

Maar het is wachten tot 1924 voor er officieel sprake is van een Janssenlei en pas na 1966 gaat de kleine zijweg George Van Raemdoncklaan heten. Kon ook moeilijk eerder, George was toen nog springlevend, woonde zelfs nog niet in Boechout.

Bekijk eerst de oneven nummers aan de linkerzijde.

Villa GLYCINE
Janssenlei 1

Zoals alle landhuizen aan deze zijde, gebouwd rond 1901. Jos Janssen had niet de architecten van de Antwerpse Cogels-Osylei tot zijn beschikking, vandaar dat hier de bouwstijl niet vernieuwend is. We noemen het neo-traditioneel.

Daar hoort vaak zoals hier een toren bij en allerlei uitbouwen op verschillende hoogtes. Inwendig dus kleine doolhofjes met trapjes en verrassende kamertjes.

De huisnaam wisselt hier met de eigenaars, van Maria in 1901 naar Alberta in 1910, Valkenhof vanaf 1928 en nu een Franse Blauwe Regen.

De garagepoort zat niet in het ontwerp.

VILLA NOVA
Janssenlei 3

Bij de familie Peeters is het altijd theater

Vader Marcel zit tijdens zijn toneelopleiding samen in de klas met Dora van der Groen, die later zelf hoofd wordt van de theateropleiding aan het Antwerps conservatorium. Ook heeft hij ooit naast Julien Schoenaerts op een podium gestaan. Maar na zijn ontmoeting met Suz Van Boeckel switcht Marcel naar een carrière bij de omroep, hij brengt het tot studiomeester bij de VRT. Zijn vrouw gaf les in esthetica aan het Sint-Jozefinstituut in Wijnegem en beiden waren nogal onconventioneel. 
Zo sticht Suz in Lier poppentheater Inke Tinke, waarbij zoon Bart van jongs af aan voor gitaarbegeleiding zorgt. Het gezin woont een tijdlang aan de Grachtkant in het Lierse begijnhof, waar moeder ook van alles organiseert.

Bloederige scènes in de gang

Bart Peeters wordt op 30 november 1959 geboren in Mortsel in het Sint-Jozefziekenhuis. Thuis wordt creativiteit flink aangemoedigd. Wil Bart na een bezoek aan Versailles de gang vol bloederige scènes schilderen, dan mag dat. Zelfs als hij daardoor enkele dagen niet naar school kan. Het enige dat absoluut verboden was? Zeggen: “Ik verveel me” – Suz zou dan echt kwaad worden! 

De Boechout Beatles

Uiteindelijk wordt het popmuziek, met als eerste groep Beri-Beri, samen met vrienden Hugo Matthysen, Jan Leyers en Marc Kruithof.
Eenmaal die bal aan het rollen, is er geen houden meer aan: tv-presentator, liedjeschrijver, podiumbeest …

De aannemer had hier een puzzelwerk aan.

Villa MASTENTOP
Janssenlei 7

Begonnen in 1901 als Villa Lydia, wijzigt de naam na 1930 in Mastentop, wanneer hier vanuit Koningshooikt schilder Jules Verstreken neerstrijkt. Om beter licht te hebben, bouwt hij in maart 1930 een loggia aan zijn villa.

Na het overlijden van Jules in maart 1961 komt het huis in handen van de Alexianen. Die leggen een pad aan naar hun achterliggende psychiatrische instellingen en in dit huis vestigen ze in 1980 een dagkliniek, waar mensen die thuis blijven wonen overdag begeleiding krijgen via gezamenlijke gesprekken.

Jules’ purperen heide en dennen

Jules volgt met succes de Lierse Tekenacademie, maar moet dan meehelpen in de kledingwinkel van zijn ouders. Pas als hij naar Boechout verhuist, kan hij zijn roeping volgen en gaat volop Kempische heidelandschappen en stadsgezichten van Lier schilderen.

De man die De Paardendrink schilderde zie je hierachter.

Na de bouw van de loggia verandert Jules de huisnaam in Mastentop, naar de dennen die keizerin Maria Theresia in onze Oostenrijkse tijd zo veelvuldig liet aanplanten ter vervanging van de purperen heide.

Ooit droeg dit gebouw een kroon.

Villa De DAG
Janssenlei 9

Links een traptoren, rechts een trapgevel en aan de straatzijde iets tussen die twee in. De architect is ook hier weer voluit kunnen gaan voor wat zijn trukendoos aan stijlen betreft. Hij gebruikt zelfs baksteenmozaïek.

Een ontknoping met moordwaarde …

Jos Janssen behoudt dit huis eerst voor zichzelf, tot zijn kasteeltje aan het eind van de straat gereed is. De huisnaam is weergegeven in églomisé. Dat is een glastegel die aan de achterzijde gedeeltelijk is verguld, waarna in het verguldsel een tekening wordt gekrast. Op een zijgevel ontdek je De Nacht, eigenlijk het andere deel van de huisnaam. Wanneer de erfgenamen na het overlijden van Jos’ vrouw Angeline deze villa verkopen, wordt eerst de Antwerpse sigarenfabrikant Pierre Tinchant eigenaar. Later komt ‘De Dag’ nog in bezit van de joodse bankier Paul Samuel Dreyfus, wiens familienaam doet denken aan het beroemde gerechtelijk schandaal in Frankrijk, naar aanleiding waarvan Emile Zola zijn pleidooi ‘J’accuse’ schrijft.
De Mortselse auteur Paul Jacobs laat in zijn thriller ‘Driemaal moordwaarde’ uit 2018 in dit huis de ontknoping plaatsvinden, al heet De Dag bij hem Villa Zonnegloren. 

… die leidt tot onthoofding en een luchtkasteel

Een sprookjeskasteel dat niet goed afliep.

Bel Air was de naam van het kasteeltje dat Jos Janssen voor zichzelf laat optrekken aan het eind van zijn grote lei door de Berchemse architect Ferdinand Toen. Er hoorde een Engelse tuin bij, serres en een tennisbaan. De voordeur had smeedwerk van de Lierse kunstsmid  Lodewijk Van Boeckel en alle kamers hadden gaslicht, waarvoor in een apart gebouwtje acetyleengas werd geproduceerd.

In september 1909 verkopen de erfgenamen dit kasteel samen met ‘De Dag’ aan Pierre Tinchant, rijk geworden in de sigarenindustrie en zo bekend, dat op ansichtkaarten de Janssenlei wordt aangeduid als Boulevard Tinchant.  Als hij in 1923 besluit om voortaan in Antwerpen te blijven wonen, verandert ‘Bel Air’ enkele keren van eigenaar om op 8 oktober 1936 via een stroman in handen te raken van burgemeester Theo Tuts. Hij wil er een ouderlingentehuis in onderbrengen, waar voor de praktische zaken vanuit Mechelen de Zusters van de Christelijke Liefde zullen instaan. Maar in 1940 doorkruist de komst van de Duitsers dat plan. Zij worden zelf in het kasteeltje ingekwartierd en wat later worden van hieruit de rantsoenen verdeeld en vestigt zich Winterhulp hier.
Van dat alles wordt zo’n kasteel niet beter, na WO II staat “Bel Air” er belabberd bij, nog goed genoeg voor jeugdverenigingen. Uiteindelijk wordt deze parel gesloopt, waardoor de villawijk als het ware onthoofd is. Wie gaat kijken, zal enkel een luchtkasteel zien.

Keer om voor de even zijde, aan de andere straatkant.
Wie 80 jaar geleden tot aan het einde van de straat liep, had enkele torens gezien. 

Tralies in de toren? Hier wordt niemand gevangen gehouden, wel opgevangen.

Villa MADONA
Janssenlei 8

Gebouwd in 1903 door de bekende Antwerpse architect Jos Bascourt voor het gezin Craen-De Vroy. Aannemer Gust Andries houdt een nis vrij voor het door de eigenaar zelf geplaatste naamgevende Mariabeeld. Voor het bekostigen van deze villa hoeft Jan Craen geen overuren te maken, hij is een Antwerpse rentenier. Wanneer hij zich op 2 februari 1913 alle komende oorlogsellende bespaart door te overlijden, blijft weduwe Anna De Vroy alleen achter, totdat ook zij in januari 1914 tijdelijk het hazenpad kiest.

In de kost bij de Zusters van Madonna

Zo’n onbewoonde villa komt de bezetter van pas, het Duitse leger vindt er korte tijd onderdak. In april 1917 stelt Anna haar woning ter beschikking van oorlogsweesjes. Op vraag van kardinaal Mercier bekommeren de Mechelse Zusters van de Christelijke Naastenliefde zich om die kinderen. Vier zusters komen vanuit hun Mechelse klooster naar Boechout … en zullen daar nog amper weg te branden zijn. De Boechoutenaren spreken over de Zusters van Madonna.

Op 3 maart 1923 verkoopt Anna haar landhuis aan de Parochiale Werken van het Lierse dekenaat, dat er zeven jaar later een kostschool voor jongens tussen 4 en 8 jaar opent. Zo kunnen die Zusters met hun christelijke liefde hun jeugdige pupillen op het goede pad leiden.

Drie jaar later wordt deze ‘Madona’-kostschool door de Berchemse architect Frans Peeters vergroot met de links aansluitende nieuwbouw, waarin klaslokalen op het gelijkvloers en de eerste verdieping komen en daarboven slaapzalen. De Dekenale Vereniging van de Parochiale Werken in Lier zorgt in 1949-’50 voor een tweede uitbreiding van de school en het daarbij aansluitende nonnenklooster.

De broeders bouwen een ark

Op 17 november 1967 nemen de broeders Alexianen de fakkel over en verbouwen de los van het landhuis geplaatste leslokalen tot turnzaal voor hun psychiatrische patiënten, waar echter ook Boechoutse verenigingen gebruik van kunnen maken. Weer later, van 1974 tot 1982, is ‘Madona’ in gebruik door De Ark als gemeenschappelijke woonruimte voor tien mentaal gehandicapten en hun begeleiders.

Vanaf 1998 krijgen de Broeders van Liefde het landhuis in erfpacht. Zij nemen de sociale woningbouwmaatschappij De Ideale Woning in de arm voor een verbouwing tot sociale woningen voor begeleid wonen. Eind 2018 opent Matrix Wonen voor tien kwetsbare bewoners.

Sla links de George van Raemdoncklaan in. Meteen op de rechterhoek zie je een later gebouwde woning.

LANDHUIS IN COTTAGESTIJL
Janssenlei 4

Dit huis is recenter dan de villa’s, anno 1921. Je ziet namaak-vakwerk: in plaats van echte houten balken, opgevuld met leem, is dit baksteen met geverfde balken erop. Maar dat past bij een periode waar romantische nostalgie naar ‘vroeger’ in zwang was. Dat nep-vakwerk zie je het best vanuit de George van Raemdoncklaan.

Vakwerk dat begint met een skelet

Je kan dit een ‘optrekje’ noemen, maar van echt optrekken was hier uiteraard geen sprake. Bij een oud vakwerkhuis was dat wel zo. Daar werd het houten kader op de grond in elkaar gestoken en vervolgens omhoog gehesen. Pas als zo’n houten skelet overeind stond kon het invullen van de open vakken met vlechtwerk en leem beginnen. Maar bij de meeste vakwerkhuizen die je vandaag nog kan zien, is er ‘verstening’ opgetreden. Leem en vlechtwerk zijn vervangen door baksteen, al dan niet wit geschilderd.

Wandel in de George van Raemdoncklaan nog even door naar een volgende tuin. Hier zie je een oud paviljoen.

Hallo! Is hier iets van hout?

PAVILJOEN
George van Raemdoncklaan

Een behoorlijk groot tuinpaviljoen, waar je met je gasten onder meer thee kon drinken. Let vooral op de verticale steunen, die er als versteende boomstammen uitzien. Ze zijn dan ook van beton.

Rotseerders van namaak-natuur

Hele firma’s waren gespecialiseerd in dit soort namaak-natuur. Cementrustiek was vanaf eind 19de tot halfweg de 20ste eeuw in de mode. Het begon met Italianen, die het naar Frankrijk brachten en vandaar bereikte het al snel ons land. Bekende ‘rotseerders’ waren Arthur Tondeleir en Zn. aan de Liersesteenweg in Mortsel Oude God en vader Victor en zonen Frans en Fons Janssens aan de Stationsstraat in Westmeerbeek.

Wat begon met Lourdesgrotten, deinde uit tot bruggetjes, theekoepels of complete spelonken in de parktuinen van landhuizen. Omdat het allemaal niet zo stevig was, is er van de grootste creaties zelden veel overgebleven nadat die mode uitdoofde.

Vervolg je route door de Janssenlei.

WITTE VILLA
Janssenlei 2

Op deze plaats stond eeuwenlang een hoeve.

Het speelhuis van een voorvader van Rubens

Ongeveer op deze plaats moet in een ver verleden een hoeve hebben gestaan, waarvan een deel door rijkelui van elders als ‘speelhuis’ ofwel ‘huis van plaisantiën’ werd gebruikt. Zo koopt op 10 juli 1553 tapijthandelaar Hendrik Pijpelinckx het hoeveterrein. Hij is niet zomaar een West-Vlaming uit Kuurne, die als verkoper van wandtapijten in Antwerpen aan de kost komt. Nee, hij zal een oervader van de Vlaamse schilderkunst worden.

Drie jaar eerder heeft Hendrik al de hoeve Ter Micke gekocht, vandaag aan de Hellestraat. Daar bevalt zijn vrouw Clara van dochter Maria Pijpelinckx. Zij zal later de vrouw worden van de Antwerpse rechtsgeleerde Jan Rubens. En ja, nadat die als protestantsgezinde advocaat met zijn vrouw naar het Duitse Siegen was vertrokken, wordt daar op 28 juni 1577 zoon Pieter Paul geboren, dé Rubens die we allen kennen.

Vanuit de Janssenlei links terug de Heuvelstraat in. Aan de rechterkant zie je de Selbstraat en twee huisjes.

De huisjes die je nu hier ziet worden de Spaanse Huisjes genoemd. Er is niets Spaans aan te zien voor ons. Ooit bezaten ze waarschijnlijk trapgeveltjes en die bouwstijl is in de periode dat we door Spaanse koningen worden bestuurd nogal in zwang. Huizen uit die periode worden vaker Spaans Huis genoemd. Je vindt ze o.a. in Tervuren, Oud-Heverlee, Gent, Oostende en Mons.

Een extravagante weduwe

De Selbstraat is vernoemd naar Octave Selb, wiens extravagante weduwe Josephine Van Humbeek bij testament een aantal huizen en gronden schenkt aan het Boechoutse Weldadigheidsbureel, voorloper van het OCMW.  Zo verdien je uiteraard een straatnaam.

Kerkepad

De Selbstraat was lang een onverharde weg, vroeger een kerkepad. We komen er later in deze wandeling op terug, daarom hier alvast een deel van dat verhaal.

In plaats van de twee huisjes, stond hier een pastorie. Maar als die in 1624 in brand wordt gestoken, ruilt pastoor Jacob Smits  een stuk grond op het Molenveld met een terrein nabij de Boechoutse kerk om daar een nieuwe pastorie te bouwen.

Loop verder door de Heuvelstraat, steek de spoorweg over en ga dan meteen links de Spoorweglei in. Aan het eind daarvan zie je een groot hek, waarachter het domein Kastanjehof ligt. Maar dit is het achterpoortje, voor het uitlaten van de hond.

Rechts sla je het smalle Pastoorsleike in, waar je aan de rechterkant enkele huizen ziet tussen tuinen. Die hebben hun ingang via belendende straten. Links word je, als de bomen kaal zijn, even een blik gegund op landhuis Kastanjehof – zo meteen zie je de voorzijde. 

Wandel het Pastoorsleike uit tot in de Jan Frans Willemsstraat en sla die naar links in. Even verder zie je aan je linkerzijde de toegang tot het grote landhuis dat achteraan zichtbaar is.

Hier mag je niet binnen, maar klik en je zal zien.

La CHÂTAIGNERAIE / KASTANJEHOF
Jan Frans Willemsstraat 67

De Boechoutse aannemer J.C. Franck begint in 1898 aan dit prachtige landhuis in cottagestijl. Hij heeft al ervaring met buitenhuizen opgedaan bij de bouw van ‘Lust en Rust’, dat je straks te zien krijgt.

Al voordat deze woning in 1899 af is, heeft Franck in Emiel Debaer al een koper gevonden. Debaer houdt zich bezig met maritime expertise en laat zijn nieuwe bezit meteen voorzien van een koetshuis. Voor hem en zijn gezin is dit een zomerresidentie, waar ze van mei tot oktober willen verblijven.

Op het torentje met zijn naaldspits zie je smeedijzeren bliksemafleiders en onder een helmdak een klokkentorentje. Vroeger liep van het huis een dreef met kastanjebomen naar de poort, maar die zijn intussen door ander groen vervangen. Jammer genoeg is het grote park niet toegankelijk, je kan slechts een glimp van het huis opvangen, dat in 1993 bescherming als monument heeft gekregen.

Voorbij de kastanjedreef is er meer.

Waterval, rotstuin en ijskelder

Nog net voor de Eerste Wereldoorlog uitbreekt laat Debaer het huis vergroten en er een vijver met waterval bij aanleggen, plus een rotstuin met echte rotsjes uit de Ardennen. De ruimte onder die rotsen kan meteen als ijskelder dienen om voedsel en dranken koel te houden in een tijd dat een ijskast nog niet tot de huisinrichting behoorde.

Tijdens die Grooten Oorlog brengt de familie Debaer zich elders in veiligheid en installeren Duitse bevelhebbers zich in hun riante villa. Na het oorlogsgeweld  volgt in 1925 een nieuwe verbouwing, maar daarna komt Emiel nog zelden naar Boechout. Vanaf 1928 verhuurt hij zijn landhuis aan wisselagent De Laet.

Als Emiels zoon Marcel terugkomt uit Belgisch Congo, waar hij voorzitter van een rechtbank is geweest, gaat hij hier tot 1940 wonen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog staat het Kastanjehof leeg, maar daarna wordt het verhuurd aan de Amerikaanse directeur van General Motors – Opel – in Antwerpen.

Keer op je stappen terug en wandel door de Jan Frans Willemsstraat tot aan de eerste zijstraat links. 
Op de kaart zie je waar je je bevindt.

Ons verhaal speelt zich af op de rechterhoek.

Café DE SPORTBORS
Jan Frans Willemsstraat 18 / Dr. Theo Tutsstraat

Tja, je ziet hier nu geen café, maar een kantoor van het Vlaams en Neutraal Ziekenfonds. Op de oude foto zie je hoe het ooit was: een laag dorpscafé met de deur schuin op de hoek, bijna 150 jaar trefpunt en stamcafé van Boechoutse burgers en kunstenaars.

De vroegere Smisstraat kreeg zijn naam van dit hoekhuis, dat later als café genoemd werd naar de andere kant van de hoek, de Bors.

Het heeft een wat vreemde naam, ‘De Sportbors’. Bors heette vroeger het korte stuk van de Jan Frans Willemsstraat tussen Theo Tutsstraat en de Heuvelstraat (waar je op uit komt als je rechtdoor zou wandelen).

Carambole rond het getal twaalf

Bij ‘Sport’ moet je niet denken aan het supporterscafé van een voetbalclub of wielrenner, hier had een biljartclub onderdak gevonden met ook zo’n aparte naam: De XII Apostelen. Ontstaan rond 12 stamgasten van naburig café ‘De Doornboom’ op 12 november 1938, met elke 12de van de maand hun bestuursvergadering. Je kon aanvankelijk enkel lid worden als een van de oorspronkelijke twaalf wegviel.

Kunstenaar George van Raemdonck – je ontmoet hem bij onze volgende stop – maakt in 1960 een informeel groepsportret van deze Apostelen, dat nu in Café Hollywood aan de Oude Steenweg 85 hangt. Maar George schetste ook menige andere stamgast op bierviltjes, vaak zonder dat ze het zelf merkten. Die werden dan aan de caféwand gehangen. Deze verzameling van ca. 250 ‘Boechoutse Koppen’ is in 2009 onder die titel te boek gesteld.

Geen portretten op doek, maar bierviltjes in een boek.

Voor de dorstigen: we komen nog langs cafés waar je (normaal) nog wél terecht kan!

Draai nu verder de Dr. Theo Tutsstraat in, genoemd naar een Boechoutse burgemeester. Een eind verder in deze straat hebben we aan de rechterzijde nog namen voor je in petto.

Van de vroegere Smidsstraat is niet alles verdwenen.
George was hier minder bekend dan in het buitenland.

WONING GEORGE VAN RAEMDONCK
Dr. Theo Tutsstraat 39

Sinds zondag 19 april 2009 hangt George tegen deze gevel, in brons gereliëfd door de Boechoutse kunstenaar Eric Verlinden.

Boechout is een dorp van lauweren. Heel wat bekende inwoners hebben elders carrière gemaakt en komen hier rustig van de naweeën genieten. Dat geldt ook goeddeels voor George van Raemdonck, cartoonist, striptekenaar, portret- en taferelenschilder.

Bulletje en Bonestaak

In Boechout wordt hij bij de lokale bevolking vooral bekend van zijn karikaturen van bekende dorpsfiguren, die hij op bierviltjes maakte in café Sportbors, destijds net om de hoek in de Jan Frans Willemsstraat. 

Maar deze overtuigde socialist heeft veel meer op zijn palmares: jarenlange samenwerking met de bekende Nederlandse auteur A.M. de Jong (‘Marijntje Gijzen’-cyclus), met wie hij vanaf 1922 tot 1937 de stripreeks Bulletje en Boonestaak razend populair maakte bij onze Noorderburen via de kranten Het Volk en Voorwaarts. De Jong schrijft de scenario’s,  George zorgt voor 8856 tekeningen voor 21 verhalen.

De SS grijpt in

Als Hitler in 1933 Rijkskanselier wordt in Duitsland, voeren De Jong en Van Raemdonck een anti-fascistische strijd met hun cartoons in dagbladen Het Volk en Voorwaarts.

Dat blijft niet zonder gevolgen: op 18 oktober 1943 wordt De Jong in de hal van zijn woning in Blaricum door een Nederlands SS-commando vermoord. Van Raemdonck is dan al naar België teruggekeerd en komt in 1947 hier wonen.

In 1986 is de Boechoutse Kartoenale, een internationale expo van cartoons, naar Van Raemdonck genoemd. Op website www.iha.be vind je omzeggens alles over George van Raemdonck. Je smartphone misschien even kantelen naar een liggend beeld.

In 1958 maakte cineast Gust Geens een levend portret van de kunstenaar. Je kan hem zien in zijn dagelijkse bezigheden in een filmpje van een kleine twee minuten. 

VILLA EUGEEN DE RIDDER
Dr. Theo Tutsstraat 37

Eveneens een strijdbaar socialist, Eugeen De Ridder, die na zijn carrière in 1946 ook in Boechout komt wonen, waar hij met buurman George van Raemdonck stamgast wordt in café De Sportbors.

Eugeen was verliefd op de Kempen.

Op stap met VTB, jeugdbeweging of op schoolreis? Dan ken je die ene hit.

Op 24 juni 1893 geboren in de Antwerpse Lange Beeldekensstraat – waar ook Vincent van Gogh nog enkele maanden heeft gewoond – leert De Ridder viool spelen, gevolgd door een uitgebreidere kennismaking met muziek via Emiel Hullebroeck tijdens zijn opleiding tot leraar in Gent. Tijdens de Eerste Wereldoorlog geeft Eugeen les aan schipperskinderen in Antwerpen, maar schrijft ook kindervertellingen en teksten voor socialistische liederen. Hij is medestichter van de Vlaamse Toeristen Bond.
Maar je kent hem wellicht het best als tekstschrijver van het lied dat alle Vlaamse jongeren wel in de jeugdbeweging of op schoolreis hebben gezongen: “Op de purp’ren hei”, dé hit van Armand Preud’Homme.

In deze video van bijna een minuut zien we “meester” De Ridder een toespraak geven bij de huldiging van zijn gebuur George van Raemdonck . Onder de prominente toehoorders bevinden zich onder meer componist Jef Van Hoof en de gravin van het kasteel.

Keer even om en wandel terug naar een gebouw dat je reeds links was gepasseerd en nu aan je rechterzijde staat. Ooit een particulier landhuis, tot 2019 thuisbasis van het Boechoutse O.C.M.W. en vandaag het hoofdkwartier van Sfinks vzw, waarover je in het tweede deel van deze wandelroute heel wat meer te weten komt.

Dit gebouw heeft meerdere functies gehad.

Les PEUPLIERS – POPULIERENHOF
Dr. Theo  Tutsstraat 20

Gegoede Antwerpenaren ontdekken eind 19de eeuw Boechout als residentiële gemeente. Zo ook de familie Van Tichelen, die hier in 1876 een statige woning wil laten bouwen, die chic moet ogen, maar voor een beperkt budget gerealiseerd moet worden. Vandaar enige ‘schone schijn’: speklagen en hoekkettingen, die op het beton zijn geschilderd, in plaats van echte banden en kanten van dure witte natuursteen. En een toren die eveneens een knap staaltje van suggestie is, want eigenlijk een stukje gevel, dat wat meer naar voren staat en wat hoger is gebouwd.

Terzijde van de woning wordt een Engelse landschapstuin aangelegd, met een grote verscheidenheid aan bomen zoals bloedbeuken en magnolia’s, plus een kleine en een grotere vijver. Fraaie doorkijkjes zijn het resultaat. Die grote vijver is er nog, daar zwemmen de vissen nu in.

Hoe Theo zijn straat verdient

Wanneer mevrouw Van Tichelen in 1911 overlijdt, koopt tandarts Jean François Pourveur het Populierenhof, dat hij eerst als buitenverblijf heeft gehuurd. Zijn kinderen bieden na Pourveurs dood het geheel te koop aan.

Geneesheer-burgemeester Theo Tuts laat dit huis op 22 juli 1921 door de gemeente aankopen, want Boechout is op zoek naar een nieuw gemeentehuis. Het oude is tijdens WO I vernield en een huurcontract van een tijdelijk onderkomen loopt in 1923 af. Architect Jan Sel mag wat aan dit huis verbouwen: de salon wordt tegelijk trouwzaal, raadzaal en kabinet van de burgemeester. Ook het open voorterras met twee smeedijzeren lantaarns dateert van die aanpassingen.

Als dank wordt de straat waaraan dat derde gemeentehuis ligt van Smisstraat herdoopt tot Dr. Theo Tutsstraat. 
Tot april 1973 is het dorp van hieruit bestuurd, nadien verhuizen burgemeester en schepenen naar het Heuvelhof, dat je al hebt kunnen bewonderen.

Ga via het pad rechts, dat leidt door wat sinds april 2009 het George van Raemdonckpark heet, maar vroeger de tuin van Van Tichelen was. Meteen rechts bij de vijver een monumentje.

Als deze jongens dromen van een wereldreis, eindigt die in Boechout, dicht bij het huis van hun geestelijke vader.

BULLETJE EN BOONESTAAK

Dit is het stripduo Bulletje en Boonestaak in brons, door Boechoutenaar François Blommaerts vorm gegeven als eerbetoon aan de nieuwe naamgever van dit park. Het initiatief komt van de Boechoutse vzw International Humour in Art. De afkorting is IHA. Als je dat uitspreekt, begrijp je meteen waarom het logo een lachende ezel is.

Het dikke jongetje Bulletje en de magere Boonestaak waren geen brave jongetjes. Ze scholden, kotsten en liepen soms met blote billen door de strip. ‘Zedenbedervend’ was dan ook het cmmentaar van mening Nederlander.

Achteraan kom langs het oude koetshuis van Van Tichelen, nu omgebouwd tot scoutslokalen. Enkele stappen verder sta je opnieuw op het Pastoorsleike. Volg dat naar rechts tot je bij de parking komt. Je hebt dan al 2 km gewandeld. Steek links door de voetweg de parkeerplaats over in de richting van de Delhaize supermarkt. Sla daar linksaf, de  Alexander Franckstraat in. Meteen links kom je langs een villa.

VILLA DEUGD EN VREUGD
Alexander Franckstraat 17

Heb je wat lef, wandel dan even via de oprit voor het huis langs om een blik te werpen op de unieke houten vogelkooi met daarop een duiventil in de vorm van een peerspits met dakkapellen, rechts voor je in de tuin.

Lef hebben kan leiden tot de dood. Maar ook tot een straatnaam.

Alexander Franck, het verhaal van een verzetsheld

Hij is hier in 1882 geboren als aannemerszoon, die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog voor het Verzet allerhande geheime missies gaat uitvoeren, waarbij zijn goede kennis van het  Duits van pas komt.

Franck en zijn Antwerpse vriend Jos Baeckelmans nemen risico’s, ze dringen ’s nachts de vijandelijke linies binnen. Bij zo’n raid worden ze samen met enkele jonge helpers opgepakt aan de Nederlandse grens en afgevoerd naar een militaire post. Maar ze weten hun begeleider te verschalken, springen uit de wagen en verdwijnen in de bossen.

Op een dag wordt Alexander bij het oversteken van de Schelde aangehouden door de Sicherheitspolizei en voor verhoor naar de Antwerpse Stoopstraat gebracht. Hij weet echter zo behendig op de situatie in te spelen, dat hij wordt vrijgelaten.

Zoiets blijft niet goed gaan. Als Jos Baeckelmans op 28 juli 1915 uit Lille terugkeert, wordt hij aangehouden. Hij is in bezit van bezwarende stukken en wordt in de gevangenis van Sint-Gilles bij Brussel opgesloten. Toevallig wilde Alexander net langsgaan bij Jos’ woning in het Sint-Andrieskwartier. Dat huis wordt door de Duitsers in de gaten gehouden. Vanuit het verzet worden nog koeriers op pad gestuurd om Alex te waarschuwen, maar het is al te laat. Hij wordt opgepakt en belandt ook in Sint-Gillis.

Na een onderzoek dat tot 14 september 1915 duurt, krijgen ze allebei de doodstraf.

Op 23 september worden ze in alle vroegte afgevoerd naar de schietbaan van Schaarbeek om daar gefusilleerd te worden wegens spionage. Ze weigeren een blinddoek en worden ter plaatse in een graf gegooid.

Nog steeds kan je op die plek een gedenksteen voor deze oorlogsslachtoffers aantreffen. Het terrein ligt achter het VRT/RTBF-omroepcentrum aan de Auguste Reyerslaan.

De lichamen van Franck en Baeckelmans liggen daar echter niet meer. Die zijn na de oorlog opgegraven en naar Antwerpen gebracht, waar ze op maandag 17 maart 1919 opnieuw begraven zijn op het Schoonselhof te Wilrijk.

Het jaar daarop is het deel van de Boechoutse Kapelleveldstraat waaraan de woning van Franck ligt omgedoopt tot Alexander Franckstraat. 

Aan de overzijde van de straat zie je opnieuw een landhuis.

LUST EN RUST
Alexander Franckstraat 20

Op pinnen en punten meer of minder werd niet gekeken.

Achter deze imponerende buitenkant zitten vele kamers, traphallen en kelders vol nostalgische schatten uit de 19de en eerste helft 20ste eeuw: ‘Nicky’s Old Corner’.

Maar de geschiedenis van dit gebouw begint met ‘Op je gezondheid’. Antwerpse brouwer en gemeenteraadslid Oscar Van der Molen laat het architectenduo Hertogs en Matthijssens voor hem een landhuis ontwerpen, dat aannemer J.C. Franck – je kent hem al – realiseert in pseudo-adellijke stijl: een voornaam stadspaleis met een middeleeuwse kasteeltoren met drie arkeltorentjes en een puntige spits.

Daar hoort een luxueus aangekleed interieur bij, met een traphal vol prachtig hout en fraaie tegelvloeren. De bijbehorende wintertuin moet je er vandaag bij denken, die is weg.

Met enig speurwerk zie je aan de rechterzijde van dit huis onder een schouw een klok, afgedekt door een sierlijk glazen koepeltje. (Ga daarvoor een stukje de losweg naast ‘Lust en Rust’ in.)

Voor nog meer gekleurd glas in lood moet je binnen zijn.

Hoe lust rust wordt

Brouwer Oscar gebruikt zijn landhuis enkel voor vrije momenten, hij gaat er nooit echt wonen. In 1908 verkoopt hij alles aan Edmond en Florentine Heymans-Deanscutter, een rijk echtpaar uit Antwerpen.

Aanvankelijk zie je hen hier alleen ’s zomers, maar op leeftijd gekomen, gaan ze permanent in Boechout wonen. En ze laten zich verzorgen door de zwartzusters, die sinds 1944 hier aan het Sint-Bavoplein huizen.

Uiteraard staat er iets tegenover deze bejaardenzorg. Na het overlijden van Edmond in 1945 maakt Florentine een testament op, waarin huis en grond na haar overlijden aan het aartsbisdom Mechelen worden geschonken.

Zo komt ‘Lust en Rust’ in 1952 via een legaat in handen van het aartsbisdom, dat er die zwartzusters een rusthuis voor hun oude kloosterlingen laat inrichten.

In 1973 vinden de zusters dat hun werk in Boechout erop zit, zodat ze in september van dat jaar naar Berchem vertrekken.

‘Lust en Rust’ wordt op 13 november 1975 verkocht aan het echtpaar Vanhoutte-Michielsen. Zij verkopen een deel van de parktuin en met de opbrengst bouwen zij op het domein een nieuw bejaardentehuis. Hun ‘Avondvrede’ is in 1986 helemaal af.

Wie wil kan wat verder de straat in wandelen en na een rijtje huizen rechts de toegangsweg van het zorgcentrum inslaan. Daar zie je meteen de parktuin van Lust en Rust met boomhut, speelhuisje en hoevedieren als bokken en geiten.

Nicky Michielsen heeft heel wat mooie oude spulletjes verzameld. Als zij op 7 april 2004 een bezoek brengt aan een openluchtmuseum in Alveringem weet ze plots wat daarmee te doen: zelf een museum inrichten in ‘Lust en Rust’.

Nicky’s Old Corner begint klein, maar strekt zich vandaag uit over het hele gebouw in de oude dienstvertrekken en allerlei kleine hoekjes, verbonden langs trappen en gangetjes. Naast nostalgische dagelijkse zaken uit een vervlogen tijd zie je er ook mooi porselein en chique kledij. Je kan Nicky’s verzameling bezoeken, waarbij je een uitleg krijgt over de diverse gebruiken van begin 1900.

Maar de tijd staat nooit stil, ook voor Nicky Michielsen niet. Persoonlijke rondleidingen zijn haar wat te zwaar geworden. Maar via een website kan je nog wel van haar verzameling op afstand proeven:

nickysoldcorner.com/het-museum/

We wandelen niet verder in deze straat, maar voor je omkeert nog even een historisch gebeuren dat zich een eind verderop afgespeeld heeft, vlak over het spoor (dat er toen nog niet was).

JENNEVAL

Ons vaderland is voor Jenneval zijn moederland.

Op 18 oktober 1831 sneuvelt daar in een van de dreven van een kasteel Hippolyte Louis Alexander Dechet, bekend onder zijn artiestennaam Jenneval. Dat gebeurt tijdens een gevecht tussen Belgische vrijheidsstrijders en Nederlandse soldaten. Die Belgische ‘opstandelingen’ hebben een uitval gedaan vanuit Lier.

Jenneval is een Fransman, geboren in Lyon in 1801. Dichter en acteur, maar hier vooral bekend als tekstschrijver van de Brabançonne, het Belgische volkslied, waarvan de muziek door Frans Van Campenhout is gecomponeerd.

Jennevals’ lichaam is bijgezet in de crypte van het grote monument op het Brusselse Martelarenplein, dat de slachtoffers van deze onafhankelijkheidsstrijd herdenkt. Aan dat plein huist ook een deel van de Vlaamse overheid.

Nu terug richting kerk, maar links de Bistweg inslaan.

Dit lijkt op een sluis: smalle ingang, brede parkeerkolk, smalle uitgang voor de intussen flink beladen auto’s. Maar ook een sluis tussen het Boechout van de oude landhuizen en het jonge Boechout van de scholen en de jeugdbeweging.  

Zo'n leuke jeugd heeft de patroonheilige niet gehad.

Achteraan zie je het lokaal van de gidsen. Zij hebben Maria Goretti als patroonheilige.

De Italiaanse  Maria Goretti is heilig verklaard nadat ze werd aangerand en vermoord. Maar toch wonen moeder én de moordenaar samen als getuigen die heiligverklaring bij.

Je bent nu hier.

Steek de parkeerplaats diagonaal naar rechts over naar het tweede deel van de Bistweg. Daardoor kom je op het Jef Van Hoofplein uit bij het lange rode bibliotheekgebouw . Ga even naar links en steek rechts langs de bibliotheek over naar het Wiebelplein (genoemd naar een eivormig figuurtje van de Boechoutse jeugddienst). Je ziet al de molen staan, wandel daarheen.

Een toestel voor windenergie dat ruim 200 jaar oud is.

DEN STEENEN MOLEN
Konijnenbergstraat 2

Sinds 1790 rijst hij hier op, deze graanmolen, vroeger ook smoutmolen, waarbij olie uit zaden werd geperst.

Den Steenen Molen heeft onderaan muren van anderhalve meter dikte, maar aan de top blijft daar nog 40 centimeter van over. Die top steekt met de kap erbij 22 meter de lucht in. Wanneer de wieken een recht kruis vormen, reikt de hoogste wiek 33 meter hemelwaarts.

Heb je wat geluk en is de molen open voor bezoek, dan leert de vrijetijdsmolenaar – of molenares – je alles over het functioneren van zo’n historische machine. Hou er wel rekening mee dat deze molen vijf verdiepingen telt, die enkel via smalle trappen te bereiken zijn. Reken dus niet op een lift. 

Laurent, de choco-prins

Volledig gerestaureerd is de molen op 18 september 2004 met enig feestvertoon opnieuw in gebruik genomen in aanwezigheid van prins Laurent. Hij kreeg vanuit het publiek een pak Choco Prince koeken, die hij onmiddellijk aan omstaande kinderen begon uit te delen.

Even verderop aan de Groene Stap zie je een wijngaard van het Wijndomein Oud Conynsberg.

WIJNDOMEIN OUD CONYNSBERG
Konijnenbergstraat 2

In 2011 krijgen acht vrienden een dwaas idee: het zelf aanleggen van een wijngaard in Boechout. Maar dat idee wordt doorgezet als een echt plan, er worden cursussen gevolgd door De tafel van 8, zoals ze zich noemen en de eerste ranken worden in april 2014 aangeplant op een proefwijngaard van een halve hectare aan de Groene Stap nabij de Steenen Molen. Er wordt geëxperimenteerd met druivenrassen en snoeivormen en tot ieders verrassing wordt het een succes. Niet helemaal onverwacht, in de 16de eeuw waren er ook al wijnranken in Boechout.

Intussen telt het wijndomein al vier wijngaarden, verspreid over de gemeente, waarbij elke nieuwe wijngaard weer groter dan de voorgaande wordt. Dankzij een team van tientallen vrijwilligers lukt het onderhoud van de wijngaarden, het plukken van de druiven en het organiseren van wijnfeesten.

Naast de proefwijngaard zijn er nu wijngaarden in de nabije Melkkuip bij de Boshoek / Melkkuipstraat (1,3 ha. pinot noir druif), aan de kruising Millegemweg / Eekstraat in deelgemeente Vremde (1,5 ha. auxerrois druif) en op het Mussenhoeveveld aan de Mussenhoevelaan / Spokenhofstraat (5 ha. muscatdruif en pinot blanc). De gekozen druivenrassen zijn aangepast aan de grondsoort van de gaarden. Je kan het resultaat proeven in het lokaal van het domein.

Keer bij de wijngaard en de molen om en ga terug via de Konjinenbergstraat naar het Jef Van Hoofplein.

Wie er nog 2 x 170 m extra wandelafstand voor over heeft, kan nog even een blik gaan werpen op de kasteelpoort van het Hof van Boechout, waar nog altijd de familie Moretus de Boechout woont. Daarom is het domein niet toegankelijk.

Wandel dan het deel van de Konijnenbergstraat uit dat haaks op de molen staat en je komt uit bij een Heilige Hartkapel aan de Holleweg, een beukendreef.  

Anders ga je van aan de molen naar het Jef Van Hoofplein.

Een ketting, een poort met schietgaten en een gracht om ongewenst bezoek op afstand te houden. Misschien ook nog een hond?

HEILIG HARTKAPEL
Kasteeldreef

In 1919 richt de familie Moretus, bewoners van het kasteel, deze kapel op als dank voor de bescherming van zowel het dorp als hun eigen domein tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Boechout lag dan wel niet in de Westhoek, waar de loopgravenoorlog in alle hevigheid woedde, maar aan het begin van die oorlog was er wel van 2 tot 9 oktober 1914 de Slag aan de Nete geweest, waarbij het centrum van de nabije stad Lier grote schade had opgelopen.
En om de overgave van Antwerpen af te dwingen, kreeg die stad vanaf de nacht van 7 oktober 1914 een Duits bombardement te verduren. Op 10 oktober tekende het stadsbestuur die overgave.

‘Cor Jesu Te Laudamus’ lees je bovenaan deze kapel: ‘Hart van Jezus, wij loven u’. Onderaan zie je de initialen van de familie Moretus van Boechout.

Vanuit de beukendreef, leidt een lindendreef recht voor je naar het poortgebouw van het kasteel. (Maar jammer genoeg mag je daar niet heen wandelen.)

Achteraan kunnen ze via trappen de gracht in zwemmen.

HOF VAN BOECHOUT
Kasteeldreef 5

Vanaf 1662 tot de Franse bezetting eind 18de eeuw verblijven de heren van Boechout in dit kasteel. Zij bezitten niet enkel het kasteeldomein, maar heel het dorp is van hen als ‘heerlijkheid’. Vandaag denken we bij dat woord niet langer aan heersen.

Het kasteel zoals het er nu staat is tussen 1805 en 1810 in laat-classicistische stijl verbouwd door Louis van Colen. Hij is eigenaar van het domein, maar niet langer heer van het dorp.

In de loop van die 19de eeuw komt de Antwerpse familie Moretus zich hier vestigen. Afstammelingen van de beroemde Antwerpse drukker Plantijn, via diens schoonzoon Jan Moerentorfs, in het Latijn ‘Moretus’.

Graaf Oswald Moretus-Plantin laat architect Adriaan Blomme in 1937 het kasteel verbouwen zoals het er in de 17de eeuw uitzag. Vandaag wonen hier nog steeds afstammelingen van deze familie.

Keer nu op je stappen terug via de Konijnenbergstraat naar het Jef Van Hoofplein.

Sla bij het Jef van Hoofplein meteen linksaf en blijf aan de linkerkant wandelen. In een perkje zie je nu een monumentje.

Druk bezocht was dit plein een halve eeuw geleden niet.

HIGH FIVE
Jef Van Hoofplein / Wiebelplein

Twee opgeheven handen, de ene van een vrouw, de andere mannelijk, de ene jong, de andere oud. Ze geven elkaar een ‘high five’ voor hun inzet als vrijwilliger, want in 2019 is de prijs voor Culturele Verdienste van de gemeente Boechout naar alle Boechoutse vrijwilligers gegaan. Voor hen heeft Boechoutenaar Bart De Coninck, aka Bartholomeus DC, dit kunstwerk gemaakt.
Ook het platte voetstuk is apart, kunsthars met knikkers! Bart ziet dat als symbool voor het optimisme van de vrijwilligers. En wij maar denken dat het hen juist niet om de knikkers te doen is … 

Links zie je de Dienst Vrije Tijd van Boechout, waar je terecht kan voor o.a. fietsroutes door Boechout en omgeving en andere info-folders. Openingsuren: ma. 13-16u. en 18-20u., di.wo. 13-16u., do.vr. 9-12u. Jammer genoeg tijdens het weekend gesloten.

Blijf links langs de bibliotheek wandelen, onder de luifel door.

GEMEENTELIJKE BIBLIOTHEEK
Jef Van Hoofplein 20

Ooit stond hier een totaal ander gebouw. Het gemeentehuis van Boechout in neogotiek, een typisch 19de-eeuwse bouwstijl. Maar de Slag bij de Nete tijdens WO I maakt daar een neogotische ruïne van.

Het duurt tot de jaren 1990 voor er een nieuwe invulling van het plein komt. Er was net een nieuwe bibliotheek nodig, dus wordt er in 1997 een wedstrijd uitgeschreven voor een ontwerp. Abdelmarjid Boulaioun wint en deze Brusselse architect  kiest voor een doorzichtig middenstuk. Daardoor heeft deze bibliotheek geen echte voor- en achterkant, maar toont langs alle zijden een boeiend gevelbeeld.

De bibliotheek doet mee aan wat dan trendy is: gevels gevoegd in dezelfde kleur als de steen waaruit ze opgebouwd zijn. Zo zie je een egaal rood vlak.

De hoge luifel vormt de poort waardoor je vanuit de dorpskern naar het groen gaat, richting Vredeborg. Dat is het kasteel van de familie Moretus de Bouchout, verderop verborgen op een terrein dat niet toegankelijk is voor pottenkijkers.

Voor we verder gaan, staan we nog even stil bij het grote reliëf dat je rechts voor je ziet.

De man naar wie dit plein genoemd is.

JEF VAN HOOF MONUMENT
Jef Van Hoofplein

Drie trompetten, twee violen, dwarsfluit, Engelse hoorn, harp … wat zou Jef Van Hoof voor iemand zijn geweest, denk je? Inderdaad, componist – nu nog even zoeken naar de altviool, basviool, cello, baspijp, keteltrom, klavier, cimbalen en je hebt het hele orkest compleet binnen dit basreliëf.

Een Vlaming en zijn Vlaamse Zaak

Op 8 mei 1886 wordt Jef in Antwerpen geboren. Een kereltje waar muziek in zit, zo blijkt tijdens zijn studie aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in zijn geboortestad. Van Hoof leeft in een tijd waarin Vlaanderen zijn zonen niet uitstuurt, maar thuis houdt. Want ze zijn nodig om de schouders te zetten onder de verheffing van het Vlaamse volk – en dat is geen lichtgewicht.

Jef leent zijn talent voor de Vlaamse zaak, componeert werken met titels als ‘Groeninge’, zet een vrome ‘Psalm’ van Alfred Rodenbach op muziek, richt in 1933 mee de Vlaamse Zangfeesten op.

Hij brengt het in 1942 – onder Duitse bezetting, dat wel – tot directeur van het Antwerps Conservatorium, daarna wordt hij leraar een de Mechelse Beiaardschool (dat komt ervan …), zodat op het reliëf ook een beiaard is afgebeeld. Missen – zoek het orgel – , kamermuziek, opera’s, symfonische werken, ouvertures, Jefs scala beslaat een breed spectrum.

Zijn laatste levensjaren brengt Jef Van Hoof door op wat in Boechout bekend staat als het Spokenhof, een omgrachte woning aan de Borsbeeksesteenweg. De Boechoutse cineast Gust Geens bezocht hem daar ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag. Wat hij met zijn camera vastlegde zie je in dit You-tube-filmpje van 2 minuten.
Drie jaar later, bij zijn dood op 24 april 1959 is hij een Grote Meneer, die een passende laatste plek krijgt op het Schoonselhof, de begraafplaats met ereperken in het Antwerpse district Wilrijk.

Albert Poels kende de componist al van vóór hij diens werk uitbeeldde.

Op dit naar Jef genoemde plein is in 1960 dit monument opgericht, nadien geïntegreerd in de bibliotheek. Boechoutse architect Armand Segers kwam met het idee, Albert Poels realiseert het in verzonken reliëf. Je ziet waarmee een componist werkt: instrumenten, muzikantenhanden, koorstemmen. En dan is daar ineens dat afgehakte hoofd … Straf voor een valse noot? Nee, het is het hoofd van Medusa, afgehakt door Perseus in Jefs Perseusouverture. Drie Vlaamse krijgers met boven hun hoofd een blauwvoet (vogel) staan voor Jefs Vlaamse Zaak en de steigerende paarden verbeelden de tegenwerking die hij moest overwinnen. Bovenaan een Madonna met Kind en Sint-Cecilia als patrones van de muziek, die op haar citer een ‘la’ aangeeft. Van lalala?

Maar er is nog een tweede eerbetoon, waarvoor je flink moet bukken, want het is echt héél klein in vergelijking met het reliëf. Rechts onder zie je een bronzen medaillon waarvoor de ene kunstenaar (George van Raemdonck) het profiel van de andere heeft geboetseerd en achteraf beschilderd.
Om te vermijden dat je tussen de planten moet gaan staan, hier de tekst: ‘Aan de strijdende zanger van Vlaanderen, die zijn volk in schoonheid hartstochtelijk diende. Daar is maar één Vlaanderen, Groeninge’.  Zo ken je de man en zijn werk in één, lange, adem.

Goed kijken hoe hij eruit ziet...

Wandel met ons mee, diagonaal links het plein over, naar de oversteekplaats aan de Hovesesteenweg en druk vooral op de hand aan het verkeerslicht, anders wordt het nooit groen.

Moet je toch wachten, kijk dan naar het gebouw aan de overzijde: vooraan een huis aan een plein, daarop aansluitend een lager wit gedeelte, dat afgesloten wordt met een hoger oprijzend bakstenen stuk. 

Steek over naar het Sint-Bavoplein en kijk naar dat eerste huis:

Het interieur is beter bewaard dan het geklasseerd gebouw.

Snookercafé FALCO
Sint-Bavoplein 16

Ooit het eerste Boechoutse gemeentehuis, dan even deel van een school, maar tussen 1905 en 1907 voor nieuwe eigenaar Jan Zwysen sterk verbouwd tot Teniersvrienden, café met feestzaal.

Flor Van Reeth, de 21-jarige architect, is net het jaar tevoren in Boechout komen wonen. Dit is zijn allereerste eigen project. Hij laat meteen zien dat hij kennis heeft gemaakt met de Engelse Arts&Craft-stijl. Hier een houten erker, versierd met kleurrijke geglazuurde tegels met klaverbladmotief, daar een kleine uitsprong aan de voorzijde, mooi afgewerkte ramen en destijds ook een bijzonder interieur met veel hout. Overal proef je ambacht, de wil om iets met eigenheid te realiseren.

Wanneer Luc Somers in 1985 het café overneemt, zit hij met een beschermd monument, maar helaas zonder water en gas. Hij moet het stellen zonder een mecenas als Caroly, je kan het hem moeilijk kwalijk duiden dat dit stukje erfgoed er vandaag niet helemaal op zijn zondags uitziet. Maar het is er nog!

Marc groet ’s morgens de dingen en ’s avonds zijn vrienden

‘Teniersvrienden’, verwijzen naar David Teniers de Jonge, de man die op 6 juli 1663 van koning Filips IV een octrooi heeft ontvangen voor het stichten van een kunstacademie in Antwerpen. Kan het zijn dat hier kunstenaars samenkwamen?

Wel zeker, hier wordt in 1907 kunstkring Streven opgericht door zes artistieke vrienden: beeldhouwer Floris de Cuyper als voorzitter en als eerste leden kunstschilder Edward Daems, kunstglazenier Eugeen Yoors, graveur Marten Van der Loo, Louis Van Aken en de architect van hun gebouw Flor Van Reeth. Ze worden meteen serieus genomen, ze krijgen namelijk steun van baron Georges Caroly, een erkend kunstkenner. Later zal Van Reeth ook nog schrijver Felix Timmermans binnenhalen.

Nog een bekende naam die hier al eens binnengestapt is Paul Van Ostaijen. Intussen een GROTE naam in het Vlaamse literaire wereldje, maar dan nog als puber van 17 of 18 jaar bij pa en ma wonend in Villa Jeanne aan de Lintsesteenweg 95 in Hove. Zijn verblijf is er van korte duur, van maart 1913 tot 4 oktober 1914, wanneer hij met zijn broer naar familie in het neutrale Nederland vertrekt. Gedichten heeft Paul dan nog niet gepubliceerd, al wordt vermoed dat zijn bekende ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ in Hove kan zijn ontstaan.

Even voor die Eerste Wereldoorlog uitbreekt besluit caféhouder Jan Zwysen om de naam van zijn café te veranderen in ‘Vlaamsch Koffiehuis’. Een van zijn opvolgers ziet het na de volgende wereldoorlog korter:  ‘De Valk’. Dat eindigt anno 1985 in trendy Italiaans: ‘Falco’.

Je staat intussen op het Sint-Bavoplein en daar valt meer te beleven.

Voor en na de soep: Gezondheid! zowel vroeger als nu.

MEESTERWONING Dr. THEO TUTS (Cosmo)
Sint-Bavoplein 17

In 1906 begint de Keerbergse huisarts Theo Tuts zijn praktijk in Boechout. Hij koopt meteen deze ‘meesterwoning’ met koetshuis, want die hoort bij zo’n heer van stand, die er keukenpersoneel op nahoudt en vanaf 1937 zijn patiënten bezoekt per Chrysler Cabrio mét chauffeur.

In 1956 verkopen de erfgenamen van zijn zoon Maurice huis en omliggende terreinen aan de California,  bekend van de soepen. In het huis komen de kantoren, maar de prachtige tuin met serres tussen woning en koetshuis wordt ingeruild voor een groot magazijn, waar de firma zijn voorraden opslaat.

Wanneer California vertrekt, koopt de familie Reynders – van de etikettendrukkerij – het leegstaand eigendom om er activiteiten te organiseren. Daar wordt werk van gemaakt in 2001 met de renovatie van het magazijn tot
THEATER VOORUIT
Een intiatief van acteur Karel Vingerhoets en Nele Verbist. Wanneer Karel in 2003 problemen met zijn gezondheid krijgt, moet het project helaas worden stilgelegd. In 2008 neemt het Boechoutse gemeentebestuur de zaal over.

Welke Vooruit?
De naam ‘Vooruit’ heeft ooit tot hilarische verwarring geleid. Zanger Roland Van Campenhout zou komen optreden. Toen hij niet verscheen leerde een telefoontje dat hij bij de Gentse Vooruit stond.

COSMO
In de oude dokterswoning huist sinds 2003  een restaurant met Italiaanse flair, hier geïnstalleerd door Vinko Pepa.

Kapitein Zeppos als politiek vluchteling
 Vinko Pepa kwam met zijn ouders in 1966 naar Antwerpen als een van de eerste Italiaanse politieke vluchtelingen aldaar. Maar Vinko groeit op in Mortsel, waar hij als scholier fuiven organiseert en met het horecavirus wordt besmet.

Na twee mislukte pogingen lukt het met K(apitein) Zeppos aan het Mechelse Plein in Antwerpen. Daarna verspreidt het succes zich over een groot aantal zaken, maar vandaag is dat imperium weer wat gekrompen met als bekendste namen Gustav in de Antwerpse opera, Pastis in Mortsel en hier dus Cosmo.

KALIFORNIA
In het vroegere koetshuis wordt de soepnaam uit de vergetelheid gered. 

O California !
In de late zomer van 2008 ontstaat er ophef wanneer Bart Peeters op zijn cd ‘De Hemel in het Klad’ in het nummer ‘O California’ zingt: “De dames staan in volle bloei. En gasten dat je denkt oei-oei. Die denken ik ben cool dus ik besta. In California, California, A-a-a-ah.” Eigenlijk gaat het nummer over de Amerikaanse namen van Boechoutse cafés, maar bij de bezoekers van Kalifornia valt de tekst niet in goede aarde. Na een ‘sorry’ van Bart, komt het toch weer goed, want op hem kan geen mens kwaad blijven.

O ja, we hadden je cafés beloofd, nietwaar?

Een pauze voor je het vervolg van onze route aanvat ?

Wil je ook het tweede deel van de wandelroute mee volgen, klik dan hier
Wil je terug naar het station, wandel dan door de Van Colenstraat tot aan de Heuvelstraat en daar naar rechts tot aan de overweg.